Wanneer stuur je een kind van school?

Voor het eerst is bekend gemaakt hoeveel leerlingen van de basisschool zijn geschorst. Vorig jaar: 287.

Basisscholen schorsten in schooljaar 2014/2015 287 kinderen – op 1,5 miljoen leerlingen in totaal. Foto Remko de Waal/ANP

Een leerling schorsen voelt als een nederlaag. Want blijkbaar was er geen ander middel om duidelijk te maken: tot hier en niet verder. Gelukkig gebeurt het niet vaak, zegt Reinoud de Vries. Hij is bestuursvoorzitter van Octant, een schoolbestuur in Den Haag dat acht basisscholen en 3.000 leerlingen telt. „Schorsing komt bij ons zo’n twee tot drie keer per jaar voor.” En dat is niet leuk, benadrukt hij. Niet voor het kind, niet voor de ouder, niet voor de school. „Want je wilt kinderen laten leren, ze laten groeien en een fijne tijd meegeven. Als dat niet gaat, heb je gefaald.”

Gisteren presenteerde de Onderwijsinspectie cijfers over het aantal schorsingen van leerlingen. In het voorgezet onderwijs werden vorig schooljaar bijna 5.000 leerlingen tijdelijk naar huis gestuurd – op een miljoen tieners in totaal op de middelbare scholen. Dit is ongeveer evenveel als het schooljaar dáárvoor. Basisscholen schorsten in schooljaar 2014/2015 287 kinderen – op 1,5 miljoen leerlingen in totaal.

De cijfers voor het primair onderwijs zijn nieuw. Basisscholen zijn door de Wet passend onderwijs voor het eerst verplicht om schorsingen te melden bij de inspectie. Uit de cijfers blijkt ook dat een aantal onderwijsinstellingen in het primair onderwijs overging tot het verwijderen van kinderen: er werd voor 32 leerlingen een andere school gezocht en 57 kinderen gingen naar het speciaal onderwijs.

Volgens de inspectie waren het vorig jaar vooral leerlingen in de hogere groepen van de basisschool die geschorst werden. Bovendien ging het voornamelijk om jongens die voor onveilige situaties zorgden. En dus even weg moesten.

Want dat is een schorsing: een time out van maximaal vijf dagen, zegt Rob Geul. Hij is directeur van de Stichting Algemeen Bijzondere Scholengroep in Amsterdam, met zes basisscholen en 2.500 leerlingen. „Even weg, rust en tot bezinning komen.”

Maar je wilt ook de ouders duidelijk maken dat het gaat om een ernstige situatie en dat er écht iets moet veranderen, vertelt Geul. Vaak helpt het wel en komt men nader tot elkaar, zegt De Vries van schoolbestuur Octant. Maar soms ook niet, en dan kan het in een uiterst geval beter zijn om een kind niet meer toe te laten op de desbetreffende school.

De Vries en Geul hebben dat alle twee één keer meegemaakt. En dan niet omdat een leerling zo extreem lastig of gewelddadig was. Maar omdat de ouders zich hadden misdragen. Geul vertelt over een ouder die een leerkracht sloeg. „De vertrouwensband was weg.” En De Vries vertelt over een ouder die weigerde om met de school te praten over de problemen van het kind. „Na talloze uitnodigingen kwam er geen respons, ook niet toen we er een externe vertrouwenspersoon bij betrokken.”

Uit de gegevens van de inspectie blijkt dat drie schorsingen voortkwamen uit het gedrag van ouders. Er was een moeder die een schooldirecteur aanviel en twee andere moeders bedreigden de directeur.

De Vries van Octant zegt dat het „ontzettend belangrijk is om goed contact te hebben met ouders” om schorsing te voorkomen. En daar sluit Peter de Vries van het onderwijsadviesbureau CPS in Amersfoort zich bij aan. Hij bedacht ‘Ouderbetrokkenheid 3.0’; een manier om scholen en ouders goed te laten samenwerken. „Als die twee partijen het goed hebben, hebben de kinderen het ook goed. En is er van schorsingen vaak geen sprake.”

Zijn advies aan scholen: betrek de ouders bij het leerproces van hun kinderen. En, heel belangrijk, betrek ook de andere ouders erbij. „Dus zorg voor een community waarbij ouders elkaar kennen, elkaar helpen en steunen.” Dan is er veel meer begrip, ook bij de kinderen in de klas.

Peter de Vries heeft op twee scholen gezien dat ouders handtekeningenacties op touw zetten om er voor te zorgen dat een kind geschorst of verwijderd zou worden. „Laat het alsjeblieft nooit zo escaleren”, zegt hij. „Dan is een kind getekend voor het leven.” Nee, zegt hij, wees dit soort dingen voor. „Zorg als school voor een individuele band met de ouders. En zorg dat de ouders elkaar ontmoeten. Organiseer een nieuwjaarsreceptie. En zeg: joh, misschien moet je eens met die of die moeder praten. Haar kind heeft ook ADHD, bijvoorbeeld.”