Wat is het verschil tussen shi'ieten en sunnieten?

De twee stromingen ruziën al 1384 jaar over de verering van Ali. Vier vragen.

Tijdens een anti-Saoedi-Arabië-demonstratie houden Iraniërs borden omhoog met daarop de beeltenis van de Shi’itische geleerde Nimr al-Nimr. Foto Abedin Taherkenareh/EPA

Shi’ieten tellen stuit op een praktisch probleem. Moslimlanden met kleine shi’itische minderheden worden doorgaans automatisch beschouwd als ‘sunnitisch’ en daar verdwijnen shi’ieten uit beeld. Het totale aantal shi’ieten wordt ruw geschat op zo’n 200 miljoen, of ook wel op 10 à 20 procent van alle moslims.

Shi’ieten onderscheiden zich vooral op één punt van andere islamieten: zij vinden dat de leiding van de geloofsgemeenschap alleen toekomt aan een nazaat van de Profeet.

Klik of tap op de bollen voor meer informatie:

1. Hoe oud is het schisma tussen sunnieten en shi’ieten?

Het schisma voltrok zich niet lang nadat Mohammed in 632 was gestorven. Een meerderheid koos Abu Bakr, schoonvader en vriend van Mohammed, als opvolger (khalifa, kalief). Maar een minderheid vond dat alleen een naaste verwant van de profeet in aanmerking kwam voor die titel. Zij kozen voor Ali bin Abu Talib, neef en vroege volgeling van Mohammed. Hij was getrouwd met Mohammeds dochter Fatimah en het paar had twee zonen: Hussein en Hassan.

Ali werd driemaal gepasseerd, maar werd in 656 alsnog kalief. Er brak vervolgens een felle machtsstrijd uit. Ali werd vermoord en dat leidde tot een breuk tussen de hoofdstroom en de zogenoemde shi’ieten (de Shi’ah Ali, de partij van Ali). Hij werd begraven in Najaf in het huidige Irak, en rond zijn tombe verrees een stad.

Zoon Hussein leidde een opstand tegen de zesde kalief, Muawiyya, die resideerde in Damascus. Hussein sneuvelde bij Kerbala, nu Irak: zijn hoofd werd afgehakt en in triomf meegevoerd naar Damascus. Alle moslims betreuren de dood van deze kleinzoon van de profeet, maar shi’ieten vereren hem als martelaar.

2.  De profeet Mohammed, die kennen we. Maar wie is Ali?

Voor de meeste moslims is Ali de vierde kalief, maar voor shi'ieten is hij de eerste charismatische Imam. Zij vinden dat alleen hij en de imams die van hem afstammen de goddelijke openbaring kunnen uitleggen en leiding kunnen geven aan de geloofsgemeenschap.

Ook voor shi’ieten zijn de Profeet en de Koran dé gezagsbron, maar zij onderscheiden zich door hun verering van Ali en zijn gezin als een heilige familie. In Iran zijn tal van prenten te koop waarop Ali, Fatimah, Hussein en Hassan staan afgebeeld met een stralenkrans om het hoofd.

Kenmerkend voor de shi’itische islam is de vrome aandacht voor het lijden van Ali’s familie. Wie om Hussein huilt op diens sterfdag en zichzelf daarbij geselt, gaat naar de hemel. Die liefdevolle bewondering voor louterend lijden doet denken aan de devotie in de rooms-katholieke wereld rond Christus’ kruisiging. De hoofdstroom van de islam beroept zich uitsluitend op de goddelijke openbaring in de Koran en op de Sunna: de handelingen van de profeet – vandaar ‘sunnieten’ – en vindt de hele Ali-cultus een dwaling.

3.  Hoe werd Iran, voorheen Perzië, een shi’ietische macht?

De lijn van Ali werd tegen de verdrukking in voortgezet. De overlevering wil dat toen de elfde imam in 874 stierf, zijn zoon wegens voortdurende vervolging onderdook. De meeste shi’ieten wachten nog altijd op de terugkeer van deze twaalfde, Verborgen Imam. In de 17de eeuw werd Perzië geregeerd door een shi’itische dynastie, de Safawiden, en in die periode vonden massale bekeringen plaats tot de shi'itische islam. Maar halverwege de 18de eeuw werd de sjah sunniet. Sindsdien verboden shi’ieten hun geestelijken eeuwenlang deel te nemen aan de wereldlijke macht.

Totdat in de jaren zeventig van de vorige eeuw een mystiek geïnspireerde Iraanse ayatollah in ballingschap, Ruhollah Khomeini, een nieuwe doctrine onderwees: in afwachting van de Verborgen Imam mag een geestelijke die de goddelijke wet kent de natie regeren. De Iraanse revolutionairen die in 1979 te hoop liepen tegen sjah Mohammed Reza Pahlevi omhelsden deze doctrine, maar de meeste shi’ieten buiten Iran zien dit als ketterij.

4.  Waarom hebben de shi’ieten het moeilijk in Saoedi-Arabië?

De leden van de Saoed-dynastie zijn intussen al bijna een eeuw aan de macht op het grootste deel van het Arabische schiereiland. Daarmee zijn zij ook Bewaarders van de Heilige Plaatsen Mekka en Medina. De Saoeds zijn volgelingen van de geloofszuiveraar Muhammad ibn Abdul al-Wahhab (1703-1792). Die beschouwde de volgelingen van Ali als ‘afgodendienaren’, die niks hebben te zoeken in Mekka. Shi’itische pelgrims klagen dan ook regelmatig over molest door de Saoedische religieuze politie.