Column

Poolse regering rekent af met democratische kernwaarden – Europa moet antwoorden

In Polen wordt de rechtsstaat bedreigd – zo lijkt het in ieder geval. EU-commissaris Günther Oettinger sprak sombere taal in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dit weekend. In een onverwacht hoog tempo neemt de conservatieve regeringspartij Recht en Gerechtigheid (PiS), die de meerderheid in het Poolse parlement heeft, de ene ondermijnende maatregel na de andere.

Vlak voor Oudjaar werd de Poolse publieke omroep feitelijk onder politiek toezicht gesteld. Dat ging gepaard met dezelfde retoriek die regimes gebruiken die niet tegengesproken willen worden en hun eigen politieke programma tot nationaal belang verheffen. ‘Re-polonisatie’ is het onheilspellende begrip waarmee de directies en hoofdredacties van de omroep per direct zijn vervangen door kandidaten die bereid zijn de PiS (wel) van ‘mediale dekking’ te voorzien. De journalisten van de Poolse publieke omroep werd verweten openlijk te sympathiseren met ‘anti-Poolse’, want kritische meningen. In het overheidsapparaat werd de wet afgeschaft die politieke neutraliteit en praktische ervaring voor de benoeming in sleutelposities verplicht stelt. Vorige maand benoemde de nieuwe Poolse regering vijf eigen kandidaten voor het Constitutionele Hof en maakte het Hof vleugellam door voortaan besluitvorming met twee derde meerderheid op te leggen.

Het leidde tot felle protesten op straat. Het Hof toetst immers aan de Poolse grondwet en bewaakt zo de constitutionele kwaliteit van de wetgeving. Onafhankelijke toetsing aan grondrechten is een belangrijke bescherming van de burger tegen willekeur. Hetzelfde geldt voor persvrijheid. Beide zijn pijlers onder iedere democratische rechtsstaat. Die onderscheidt zich van totalitaire regimes doordat de macht er beperkt wordt door het recht. In dat stelsel van checks and balances past een vrije pers en dus een vrije publieke omroep – die draagt bij aan de democratische controle op de macht en garandeert de burger vrije toegang tot informatie. Het is binnen de Europese Unie gelukkig een abc’tje.

De nog nieuwe Poolse regering lijkt in hoog tempo echter met deze kernwaarden af te rekenen. EU-commissaris Oettinger zei in de FAZ dat Brussel nu overweegt het pas ingevoerde ‘rechtsstatelijkheidsmechanisme’ op Warschau toe te passen. Feitelijk is dat een soort functioneringsgesprek dat kan uitmonden in een sanctie: het afnemen van stemrechten in de Europese Raad. Die rode kaart is nog nooit door Brussel getrokken. Wat hier gebeurt is echter zo zorgelijk, dat het misschien wel zo ver moet komen.

De vluchtelingencrisis liet al eerder zien dat de Europese Unie als waardengemeenschap onder druk snel bezwijkt. De ontwikkelingen in Polen lijken sterk op de richting waarin premier Orbán Hongarije heeft gestuurd. Weg van het democratische, liberale model dat zijn legitimiteit ontleent aan de individuele burger. Terug naar een autoritaire tijd waarin de staat per definitie de uitdrukking is van de volkswil. ‘Polen’ voegt zich aldus naadloos in de rij existentiële EU-problemen, met de migrantencrisis, de dreigende exit van Londen en de falende grensbewaking en de terreurdreiging.

Het EU-jaar begint onder een slecht gesternte.