Nieuws voor de academicus en de analfabeet

Vandaag zestig jaar geleden zond de publieke omroep het allereerste Journaal uit.

‘Voor het eerst in zestig jaar was er gisteravond geen Achtuurjournaal’, stelde NOS-directeur Jan de Jong vorig jaar, toen indringer Tarik Z. de uitzending onmogelijk maakte. Niet helemaal waar: in 1961, 1977 en 1985 ging het beeld vanwege stakingen ook enkele malen op zwart. Waar De Jong wel gelijk in had, was dat de commotie die de actie losmaakte nog maar eens de relevantie van het NOS Journaal bewees.

Want hoewel half Nederland nu via pushberichten op de hoogte blijft van het nieuws, is het Journaal dat vandaag precies zestig jaar bestaat, hét programma waartoe we ons keren in geval van grote gebeurtenissen. Dan is de NOS op zijn best.

Erg actueel was het Journaal in de begintijd niet. Het allereerste NTS (toen nog) Journaal van 5 januari 1956 bracht een item over het stierenrennen in Pamplona, opgenomen in juli van het jaar ervoor. Toentertijd natuurlijk spectaculaire beelden: ook wat waard. In 1957 verscheen een bordje in beeld: „Wegens mist op Schiphol geen buitenlands nieuws”. De vliegtuigen met de filmbanden konden niet landen.

Kritiek is er ook altijd geweest. In december noemde tech-goeroe Alexander Klöpping het Journaal nog „een sloot aan debiele items, een soort BuzzFeed op tv die waarschijnlijk geacht worden ‘de hele breedte van de samenleving’ te bereiken.” Dat is inderdaad wat hoofdredacteur Marcel Gelauff zich ten doel stelt; álle Nederlanders aan te spreken. „In onze taal en toon moeten we aansluiten bij mensen met twee universitaire studies, maar ook bij mensen die niet kunnen lezen en schrijven”, aldus Gelauff eerder.

Uit de cijfers blijkt dat het goed gaat met het Journaal: het marktaandeel steeg in de afgelopen veertien jaar naar 33 procent. Eenderde van de kijkers stemt rond 20.00 uur af op NPO 1. Die kijker wordt wel steeds ouder: van 53 in 2002, naar 57 vorig jaar.