Column

Liefdesverdriet

‘Sommige ouders roken in het bijzijn van hun kinderen – eigenlijk best gek hè?’ De nieuwste anti-rookcampagne richt zich hoofdzakelijk op de voorbeeldfunctie die volwassenen hebben, en dat is heerlijk sluw. Zolang opvoeders na een dag opvoeden doodop een sigaret uit hun pakje trekken, zou dat hun eveneens uitgeputte kinderen kunnen verleiden om er dan ook maar eentje op te steken. De roker is nu niet alleen meer iemand die onverantwoordelijk met zijn gezondheid omgaat, maar ook – en dat is het briljante – een slechte ouder.

Ook de timing van de campagne is een applaus waard. Op 1 januari stopten naar schatting een half miljoen Nederlanders met roken. Maar dat hoef ik niemand te vertellen, want nu, op de vijfde dag na de jaarwisseling, weten we allemaal wie de stoppers zijn. Het zijn de chagrijnige hoofden in de trein, de woedende caissière, de collega die niet terugmailt. De bezorger van Bol.com die aanbelt en het pakketje voor je op de grond smijt, de nieuwslezer die meldt dat er rook komt uit de Saoedische ambassade en daar verzaligd bij kijkt.

Ik zou al deze stoppers een knuffel willen geven, als dit me niet mijn voortanden zou kosten. Ik zou hun willen vertellen wat mij ooit van de sigaretten heeft afgeholpen (verhuizen naar een andere stad om te gaan samenwonen met een astmaticus), maar iedereen moet zijn eigen remedie vinden.

Het is een rouwproces. Wanneer je stopt met roken, raak je op dezelfde manier ontregeld als bij liefdesverdriet. Ook al ben jij degene die het uitmaakt met de sigaret, hij blijft maar door je hoofd spoken. Alle goede tijden komen terug om je te teisteren, die wandeling ’s avonds naar huis voelt eenzaam zonder lichtpuntje tussen de vingers, je propt je vol met ijs, je vrienden proberen je af te leiden, maar het gemis blijft.

Ik ben inmiddels over de sigaretten heen, maar oude liefde roest niet. Vannacht had ik een lucide droom, je weet wel, dat je wakker wordt in je droom. De meeste mensen gaan dan vliegen (het is je enige kans om dat te doen en het er levend vanaf te brengen) maar ik bleef in mijn droom met beide benen op de grond en stak een sigaret op. Ik inhaleerde zo diep dat ik niet alleen over mijn longen, maar ook mijn maag, darmen, lever en galblaas rookte.

Daarom glimlach ik deze week tegen mijn woedende vegetarische slager wiens vingers trillen vanwege zijn nicotinegemis. Roken, dat is best gek. Gelukkig proberen velen sinds 1 januari normaal te doen. Dat betekent dat op dit moment minstens een half miljoen mensen liefdesverdriet hebben. Bij deze: ik denk aan jullie. Houd vol. Het is niet onopgemerkt gebleven.