Het spoor naar de MH17-daders loopt nog dood

Over zes maanden zou er een rechtbank voor de MH17-verdachten moeten zijn, aldus minister Bert Koenders.

Bert Koenders heeft haast. De minister van Buitenlandse Zaken wil dat er zo „zo snel mogelijk” wordt besloten over de manier waarop schuldigen voor het neerschieten van vlucht MH17 zullen worden berecht: door een nationale rechtbank of door een internationaal tribunaal. Binnen een half jaar moet er worden besloten, zo zei Koenders tegen de NOS.

Dat klonk voortvarend. Koenders reageerde dan ook op blijde tijdingen die de NOS op zondag naar buiten bracht: het onderzoekscollectief Bellingcat zou een twintigtal Russische militairen hebben geïdentificeerd dat betrokken zijn bij de vliegramp, die aan 298 mensen het leven kostte. „Door het onderzoek dat ze hebben gedaan is het aantal verdachten flink teruggebracht”, zei de NOS-verslaggever monter.

De werkelijkheid is ingewikkelder. Bellingcat, een internationaal team van ‘burgerjournalisten’ dat is opgericht door de Brit Eliot Higgins, heeft de namen van de Russische militairen doorgespeeld aan het Nederlandse OM, dat de leiding heeft over een internationaal strafrechtelijk onderzoek naar MH17. Afgelopen najaar concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) dat vlucht MH17, een Boeing 777 van Malaysian Airlines, is neergehaald met een luchtdoelraket die werd afgevuurd door een lanceerinstallatie van het type Boek M1 – een Sovjetwapen uit de jaren zeventig.

De volgende vraag is wie die Boek-raket afvuurde: zowel de Oekraïense als de Russische strijdkrachten beschikken over dit wapensysteem. Maar ondanks pogingen van de Russische overheid om de schuld bij Kiev te leggen, wijzen alle sporen tot nu toe naar Moskou. Het internationale onderzoeksteam naar MH17 (JIT) bracht vorig voorjaar een soort van ‘opsporingsbericht’ uit, waarin duidelijk werd dat het OM ervan uitgaat dat de Boek-installatie uit Rusland kwam. Het OM baseerde zich daarbij niet alleen op videobeelden uit Oekraïne waarop het systeem te zien is, maar ook uit telefoongesprekken van separatisten, die zijn afgetapt door de Oekraïense geheime dienst SBOe. Uit de tapgesprekken blijkt dat de Boek werd ‘besteld’ door Sergej Petrovski, een voormalige hoge inlichtingenofficier van de Russische geheime dienst GROe, die meevocht als ‘vrijwilliger’ bij de separatisten.

Het onderzoek van Bellingcat heeft de Russische rol scherper in beeld gebracht. Na minutieus onderzoek van foto en videomateriaal concludeerden Higgins dat de Boek die rondreed in de Donbas afkomstig was van de 53ste brigade luchtafweer uit het Russische Koersk. Nu heeft het onderzoekscollectief twintig namen van die eenheid achterhaald. Mensen die moeten hebben weten „wie er op de knop heeft gedrukt”, zei Higgins.

Maar is dat zo? Bellingcats spoor loopt dood op de Oekraïense grens. Wie er daadwerkelijk heeft gevuurd, is waarschijnlijk nog onduidelijk. Dat geldt ook voor de vraag wat deze ‘dader’ ten laste kan worden gelegd. Moord? Dood door schuld? „Het is een gecompliceerd onderzoek”, meldt een woordvoerder van het OM. „Wij werken niet met deadlines.”

    • Steven Derix