Gemeente Delft had last van ‘financieel wensdenken’ en ‘planningsoptimisme’

De gemeente Delft heeft onvoldoende grip gehad op de drie grote projecten die de stad in financiële nood hebben gebracht. Ze werd „regelmatig onaangenaam verrast”. Deze conclusies trekt de commissie Onderzoek Grote Projecten, waarin Delftse raadsleden onderzoek deden naar de totstandkoming van het nieuwe stationsgebied Spoorzone, nieuwbouwwijk de Harnaschpolder en de St. Sebastiaansbrug.

Er was vooral sprake van wat de commissie „planningsoptimisme” en „financieel wensdenken” noemt. De gemeente schatte te positief in wanneer de projecten af zouden zijn, en alle drie liepen uit. In het geval van met name de Spoorzone en de Harnaschpolder werd er te rooskleurig gedacht over de kosten.

Het geraamde financiële tekort voor Delft bedroeg afgelopen juli al 80 miljoen euro. Dat leidde in de vorige collegeperiode tot bezuinigingen van 57 miljoen euro, op een begroting van circa 350 miljoen. Tot 2018 zou nog eens 18 miljoen worden bespaard, onder meer door het drastisch terugbrengen van het ambtelijk apparaat tot 700 ambtenaren. De gemeente stevende af op een zogenoemde artikel 12-status, maar onderhandelingen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben een meevaller van bijna 10 miljoen euro opgeleverd. Dit, samen met de bezuinigingen, leveren Delft in 2017 een sluitende begroting op. (NRC)