De zolder waar Huygens de sterren afzocht

Het door Constantijn Huygens in 1641 gebouwde buitenhuis in Voorburg is verbouwd, vernieuwd en onlangs heropend. Op zolder staan weer de telescopen van zoon Christiaan.

Hofwijck is te zien vanuit de trein en vanaf de snelweg bij Voorburg. In die zin is Hofwijck het zichtbaarste museum van Nederland. Maar bijna niemand wist dat je er ook in kon. Foto Charles Groeneveld

Stel je dit voor. Je bent net directeur geworden van een heel klein museum dat je moet vernieuwen en dat dan geld moet gaan opleveren, en je wordt gebeld door Helen Kuipers. André Kuipers, zegt ze, wil graag langskomen. „Maar hij cirkelt nu nog boven ons, dus daarom heeft hij mij gevraagd om alvast even bij u te gaan kijken. Zou dat kunnen?” En oh ja, hij zou het fijn vinden als Don Pettit en Oleg Kononenko, zijn mede-astronauten, ook mee mochten komen.

Het overkwam de directie van Huygens’ Hofwijck, het door Constantijn Huygens in 1641 gebouwde buitenhuis in Voorburg (bij Den Haag). Constantijn Huygens was in zijn tijd literator en politiek adviseur, Christiaan, zijn zoon die er later ook woonde, was uitvinder en wetenschapper.

We schrijven ‘directie’ in plaats van directeur want Huygens’ Hofwijck heeft sinds 2011 niet één maar twee directeuren, allebei in deeltijd, Janelle Moerman en Peter van der Ploeg. Samen ontvingen ze in 2012 de drie astronauten, toen de verbouwing nog moest beginnen. Hoe dat ging?

Peter van der Ploeg: „Hij was hier nog nooit geweest. Maar Christiaan Huygens is een jeugdliefde van André Kuipers.”

Janelle Moerman: „’s Ochtends waren ze bij de koningin, ’s middags bij ons.”

Hij: „Stonden ze als gebiologeerd samen bij een telescoop.”

Zij: „Ze vroegen of ze er even door mochten kijken, ze durfden hem zomaar niet aan te raken.”

Hij: „Dat ze in die tijd al zo ver konden kijken, zeiden ze.”

Zij: „Toen hebben we André Kuipers gevraagd of hij Huygens’ Hofwijck wilde komen openen, als de verbouwing klaar was, in 2015.”

Janelle Moerman werkte bij de publieke omroep, Peter van der Ploeg was hoofd collectie van het Mauritshuis in Den Haag. Ze zijn, zeggen ze, samen aangenomen omdat ze elkaar aanvullen. Peter van der Ploeg: „Ik ben meer van het verhalen vertellen, zij van het verkopen ervan.”

En dat was precies wat Huygens’ Hofwijck nodig had, want verhalen om te vertellen zijn er genoeg. Vader Constantijn was secretaris van de stadhouders Frederik Hendrik, Willem II en Willem III, wist alles van kunst, speelde op de luit en de klavecimbel, ontwierp zijn eigen huizen, waaronder deze buitenplaats, en schreef gedichten. Zijn zoon Christiaan bouwde er zijn instrumenten – een slingeruurwerk dat tot op de seconde nauwkeurig was, een lenzenslijper, telescopen en microscopen – en schreef er zijn boek Cosmotheoros, over de ontdekking van het heelal.

Alleen werden die verhalen maar verteld aan weinig mensen. Peter van der Ploeg: „Je kunt Huygens’ Hofwijck zien liggen vanuit de trein en vanaf de snelweg. We zijn, zou je kunnen zeggen, het meest zichtbare museum van het land. Maar toen we een kleine enquête hielden onder treinreizigers die hier uitstappen, zeiden die: oh, kun je daar ook naar binnen dan?” En wie wel kwam ging vaak teleurgesteld weg. Janelle Moerman: „Twintig minuten, dan hadden ze het wel gezien. Er was ook niet veel. Het buitenhuis is klein, er was alleen informatie over de vader, niet over de zoon, en de zolder was in gebruik als kantoor.”

Dat is allemaal anders, vier jaar en 1,1 miljoen aan sponsorgeld later. Het vernieuwde Huygens’ Hofwijck heeft nu in het entreegebouw (waar tot vier jaar geleden nog de museumdirecteur woonde) een kleine winkel, een tearoom en, op de eerste verdieping, een vergaderlocatie. De tuin is in ere hersteld, ook al is hij lang zo groot niet meer als indertijd: de snelweg en het spoor doorsnijden hem en de stad is opgerukt. Het buitenhuis is gerenoveerd, en op zolder, het voormalige kantoor, staan weer de telescopen waarmee Christiaan Huygens tijdens heldere nachten, onder de balken, de sterrenhemel afzocht. Het museum is klein en telt dan ook maar 2,5 voltijds banen (tweekoppige directie, tuinman, educatief medewerker, secretariaat). Tegelijk is het groot: zo’n zestig vrijwilligers helpen mee bij het onderhoud, de tuin, de kassa, het café.

En André Kuipers? Hij opende het museum eind november en schreef het voorwoord in het nieuwe boek over de buitenplaats. Hofwijck, Constantijn en Christiaan „liggen mij na aan het hart”, staat daarin: „Ik hou van ruimtevaart, wetenschap en geschiedenis. Mijn dochter heet Sterre, dat was de koosnaam die Constantijn Huygens aan zijn geliefde vrouw Suzanna van Baerle gaf. Mijn zoon heet Stijn, een afkorting van Constantijn. Het verhaal van Hofwijck, Constantijn en Christiaan Huygens moet blijvend worden verteld.”