Column

Collectief tussen dip en depressie

Het leek wel de kaartverkoop voor een populair festival. Binnen een dag was het programma Het twintigersdilemma: tussen dip en depressie uitverkocht. Vijfhonderd twintigers hebben een kaartje, tweeduizend anderen zijn volgens Facebook „geïnteresseerd in dit evenement” later deze maand in debatcentrum Felix Meritis in Amsterdam. Via Ticketswap worden nu kaartjes aangeboden voor de dubbele prijs.

Ik stuurde vijftig van de (potentiële) bezoekers via Facebook een bericht met de vraag: waarom wil je zo graag naar deze avond?

Het collectief ervaren slachtofferschap begrijp ik namelijk niet. De afgelopen jaren verschenen er verschillende boeken, artikelen en documentaires over de speciale problemen van twintigers, die altijd een beetje aanstellerig op me overkwamen. Ik ben ook een twintiger (nog net) en ik voelde me de afgelopen tien jaar zeker niet altijd gelukkig, maar nooit bracht ik mijn somberheid in verband met mijn generatie. Instabiliteit hoort bij volwassen worden, niet specifiek bij déze generatie twintigers, dacht ik.

Binnen een paar dagen kreeg ik dertig antwoorden, op één na allemaal van vrouwen. Ze zijn zo openhartig dat ik me bijna een voyeur voel. Van emotionele preutsheid heeft deze generatie – althans tegenover een vreemde – geen last.

Sommige van de respondenten zeggen een echte depressie te hebben, andere voelen zich „down” of gestrest. Wat me het meeste opvalt, is dat alle verhalen op elkaar lijken. Bijna allemaal gaan ze over de druk om te presteren: succes is tegenwoordig je eigen verantwoordelijkheid, het leven is maakbaar en moet daarom geweldig zijn, de verwachtingen liggen hoog, en intussen blijken de kansen op de arbeidsmarkt beperkt. Tot mijn verbazing schrijven velen dat ze het eng vinden om hierover te praten met hun omgeving.

Ik krijg ook een reactie van een studieadviseur die vertelt dat ze steeds vaker studenten treft met burn-outs, depressies en angststoornissen. Dat bevestigt de socioloog Peter Ester, die ziet dat mensen steeds eerder een burn-out krijgen. „Vroeger gebeurde dat als je 50 was, nu al bij mensen van 28, 29.”

De berichten van de twintigers zijn zó hetzelfde dat het lijkt alsof ze elkaar napraten, maar dat doen ze natuurlijk niet voor de lol, realiseer ik me. Ze gaan ook niet voor de lol op een vrije avond naar een debat over depressies. Het doet er eigenlijk niet toe of deze generatie zich aanstelt en of ze uniek is met haar klachten. Een feit is dat veel jonge mensen zich ongelukkig voelen of zelfs depressief zijn – en dat ze zich daar, ondanks hun openhartigheid, nog steeds voor schamen.