Chinese beurscrash maakt beleggers wereldwijd nerveus

Chinese beurzen noteerden maandag zulke grote verliezen, dat de handel werd stilgelegd. Ook in 2016 blijkt China zorgenkind.

Grote klappen in China

Meteen op de eerste handelsdag van het nieuwe jaar heeft een van de thema’s die beleggers wereldwijd het meeste zorgen baren – de Chinese economie – forse koersdalingen op de beurzen veroorzaakt. De Chinese beurzen duikelden maandag zo hard naar beneden dat de handel werd stilgelegd. De Shanghaise en Shenzhen-indexen daalden met 6,7 en 8,2 procent.

Eerst trokken de Chinese beurzen die van Hong Kong (-2,8 procent) Tokio (-3,2 procent) en Seoul (-2 procent) met zich mee. Daarna volgde Europa. De AEX-index sloot 2,3 procent lager en had daarmee de slechtste jaarstart sinds de oprichting in 1983. De Duitse DAX noteerde minus 4,3 procent. En vervolgens was ook in de Verenigde Staten het sentiment negatief. De Dow Jones-index sloot 1,58 procent lager.

Hoofdoorzaak van het beursmineur is aanhoudende ongerustheid over de afremming van de Chinese economische groei. Die zal dit jaar 6,8 procent bedragen, zo verwacht de Chinese centrale bank, maar volgens veel economen en analisten manipuleert China die groeicijfers.

De maakindustrie in het land krimpt al voor de vijfde achtereenvolgende maand en kampt met zwakke internationale vraag en overproductie. In de staal- en steenkolensectoren zijn alleen al in de maanden november en december 250.000 banen verloren gegaan.

De inkoopmanagersindex van het weekblad Caixin, de Chinese tegenhanger van het blad The Economist, zakte in december naar 48,2 procent. Ieder getal onder de 50 procent wijst op een krimpende economische activiteit. Voor de index worden de managers van 420 bedrijven gepolst.

Voor het eerst trad op deze ‘zwarte maandag’ op de Chinese beurzen een nieuw systeem in werking om de handel tijdelijk stil te leggen als de zogeheten A-aandelen (die zijn genoteerd in de Chinese renminbi) in korte tijd meer dan 7 procent dalen.

In plaats van de voorgeschreven 30 minuten besloten de Chinese beursautoriteiten de handel verder de hele dag stil te leggen. De autoriteiten zijn nog maar nauwelijks bekomen van de beurscrises in de zomer van 2015. In juni en juli verloor de beurs van Shanghai 30 procent van zijn waarde. Beleggers in A-aandelen mochten sindsdien hun aandelenpakketten niet verkopen tot maandag 4 januari 2016. Omdat zij wisten dat het nieuwe ‘remsysteem’ in werking trad, hadden zij grote haast om van hun aandelen af te komen. Die haast werd gevoed door slechte eindejaarsrapporten over dalende export, faillissementen en massaontslagen.

Chinese transitie

China, zo verwachten analisten, zal in hoge mate bepalen hoe goed het dit jaar gaat met de wereldeconomie. Mede vanwege de problemen in dat land stelden instituten als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de OESO de verwachting van de wereldwijde groei in 2016 onlangs nog naar beneden bij, naar rond de 3 procent. De Chinese groeivertraging raakt de wereldhandel, en daarmee ook de economieën in het Westen.

De vraag is hoe snel China zich zal kunnen omvormen van een exportland met lage lonen naar een relatief welvarende economie die meer draait op binnenlandse consumptie.

De Chinese autoriteiten proberen de zorgen over de economie te sussen met het argument dat de investeringen in nieuwe sectoren als internethandel stijgen. En ook de consumptie neemt toe. Maar het is de vraag of dat voldoende is om de slechtere prestaties van de maaksector te compenseren. De export en de investeringen in vastgoed zijn teruggevallen.

Analisten en investeerders betwijfelen of de Chinese regering haar plannen voor de liberalisering van de economie door zal zetten. „Dat is dé belangrijkste economisch-politieke vraag voor de wereld in 2016”, aldus econoom He Fan op de website van Caixin. Onduidelijk is of een reeks hervormingen die de autoriteiten hebben aangekondigd, van onder meer de financiële sector, de landbouw, het bevolkingsregistratiesysteem en de eenkindpolitiek, echt zullen worden doorgezet.

De onzekerheid wordt vergroot door de aarzeling van de autoriteiten om de industrie (staal, steenkool, cement) te reorganiseren. De staat is huiverig om zijn eigen rol in de economie te verkleinen.