EU-voorzitter Nederland krijgt het vooral druk

Aan het EU-voorzitterschap valt weinig eer (meer) te behalen. Maar het kan wél mislukken.

De opbouw van de foto-expositie ‘Amsterdam Portraits’ van Robin de Puy, langs de muur van het marinecomplex in Amsterdam. Hier zullen veel bijeenkomsten plaatsvinden in het kader van het Nederlandse EU voorzitterschap. Er is ophef over de portretten van Hells Angels waaronder één van de president Daniel Uneputty (tweede van rechts). Foto Bram Budel

Je kan niet winnen, maar wel verliezen. Deze voetbalwijsheid gaat ook op voor het voorzitterschap van de Europese Unie dat Nederland de eerste zes maanden van 2016 op zich zal nemen. Het tijdelijk voorzitten van de 28 lidstaten van de Unie kan niet echt slagen, maar daarentegen wel grandioos mislukken – met imagoschade tot gevolg. Zoals in 1991 toen Nederland als voorzitter van de EU moest toezien hoe een eigen ontwerp voor een andere bestuurlijke structuur van de Unie door alle andere landen van tafel werd geveegd. „We zijn afgegaan als een gieter”, constateerde een verbouwereerde minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek (CDA).   

Die dag in september, die op het ministerie van Buitenlandse Zaken de boeken inging als „zwarte maandag”, werkt nog altijd door. De richtlijn van Nederland bij het roulerend voorzitterschap van de EU is sindsdien: geen fouten maken, geen risico’s nemen.

Luxemburg kreeg als voorzitter te maken met de enorme toestroom van vluchtelingen. In november kwamen daar nog eens de aanslagen in Parijs bij: Europa moet een antwoord zien te vinden op de dreiging van het terrorisme.

The ‘unknown unknowns’ is dezer dagen een gevleugeld begrip binnen de muren van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De gewone Europese agenda is wel duidelijk, weinig spectaculair ook. Welke verrassende ontwikkelingen kunnen zich tijdens het Nederlandse voorzitterschap voordoen, waar zal Nederland op worden aangesproken? 

Naast mogelijke nieuwe aanslagen, is er de vraag hoe het verder gaat in Syrië en dus met de vluchtelingenstroom naar Europa. En dan is er nog de spanning die vanuit Rusland de rust aan het diplomatieke front wegneemt.

Het is voor de twaalfde keer sinds het bestaan van de Europese samenwerking dat Nederland tijdelijk voorzitter is, het laatst in 2004.

Verschil met vorige voorzitterschappen

Belangrijk verschil tussen nu en toen en de keren dáárvoor is dat het voorzitterschap van de Europese Unie minder voorstelt. De grote zaken, zoals de toppen tussen de Europese regeringsleiders die een paar keer per jaar plaatsvinden, worden allemaal vanuit Brussel georganiseerd en voorbereid. Dit is het geval sinds met de inwerkingtreding in 2009 van het Verdrag van Lissabon de EU een vaste voorzitter kent van de raad van regeringsleiders. Momenteel is dit de Pool Donald Tusk die voor 2,5 jaar is benoemd.

Ook het buitenlands beleid van de Europese Unie is sinds 2009 ondergebracht bij één persoon en dus geen hoofdtaak meer voor de roulerende voorzitter. De tijden dat toenmalig minister Van den Broek als EU-voorzitter de burgeroorlog in Joegoslavië dacht te kunnen beëindigen, zijn definitief voorbij.

Er valt aan het voorzitten van de EU dus niet meer zoveel eer te behalen. Premier Rutte waakt dan ook voor te hooggespannen verwachtingen. In december zei hij dat hij hoopte na afloop van het Nederlands voorzitterschap te kunnen vaststellen dat zaken „in uitvoering zijn genomen”. Want regeringsleiders maken tijdens hun toppen heel veel afspraken met elkaar, maar in de uitvoering wordt volgens hem „te weinig bereikt”.

Verwacht van Rutte deze zes maanden ook geen initiatieven om de malaisesfeer te doorbreken rondom de EU als instituut. „Het belangrijkste om die sfeer weg te krijgen, is er niet zelf steeds over te beginnen. Ik doe nooit mee aan de grotere beschouwingen over waar Europa nu staat en waar we nu naartoe moeten. Ik geloof er totaal niet in dat dit iets toevoegt. Europa is alleen relevant als het zorgt voor groei, voor banen en voor veiligheid. Dan zeggen de mensen: goed dat de Unie er is”, aldus Rutte.

De ambities van Koenders

Bert Koenders – minister van Buitenlandse Zaken (PvdA) maar tijdens het Nederlandse voorzitterschap vooral van Europese Zaken – toonde zich in november in een toespraak voor Nederlandse ambassadeurs ambitieuzer. Hij gaf toe dat je als voorzitter sinds de nieuwe spelregels van het Verdrag van Lissabon „in mindere mate de agenda kan bepalen”. Maar hij zei er direct bij dat Nederland zich niet moet laten „verlammen”. 

Koenders pleitte voor het tonen van ambitie op thema’s als veiligheid en migratie, economie, het verbeteren van de samenwerking binnen de eurozone en het verder uitwerken van de Europese energie-unie. Een uitgesproken eigen positie wordt hierbij niet verwacht van het land dat voorzitter is. Integendeel, de voorzitter wordt geacht neutraal te zijn en te zoeken naar compromissen.

Vandaar dat bijvoorbeeld Europees commissaris Pierre Moscovici (economische en financiële zaken) veel verwacht van Nederland als voorzitter, als de komende maanden voorstellen worden besproken om grensoverschrijdende belastingconstructies tegen te gaan. Nederland staat bij veel andere EU-landen bekend als lastig omdat het zelf buitenlandse ondernemingen een gunstig belastingklimaat biedt. Tijdens een bezoek aan Den Haag in december sprak Moscovici tegen journalisten de hoop uit dat Nederland zich actief zal opstellen om een doorbraak te bereiken. „Ik zie die intentie bij Jeroen Dijsselbloem. Misschien wil Nederland zijn imago wel verbeteren”, aldus de Franse eurocommissaris. 

Nederlandse ministers en ambtenaren zullen als voorzitter tot 1 juli rond de vijftienhonderd vergaderingen voorzitten, schat de Nederlandse EU-ambassadeur in Brussel, Pieter de Gooijer. Daar zitten grote beleidsbepalende bijeenkomsten bij, en heel kleine die meer technisch van aard zijn. De meeste worden in Brussel of Luxemburg gehouden, zo’n 130 vinden in Amsterdam plaats. Vanwege alle werkzaamheden is de Nederlandse permanente vertegenwoordiging die normaal 130 medewerkers telt, tijdelijk uitgebreid met 70 man uit Den Haag. 

Volgens minister Koenders zal het de komende maanden om „vertrouwen, overtuiging en doorzettingsvermogen” gaan. Met honderden jaren „polderervaring” kan Nederland dat aan, meent hij. Zoals hij tegen de ambassadeurs van Nederland zei: „Realistisch maar optimistisch, fris en eigentijds, efficiënt en doortastend, transparant en zonder fratsen.”