Waarom was mijn vader zo’n getroebleerde man?

Freiin (barones) Caroline de Westenholz (61) leerde haar vader kennen toen ze zesentwintig was. De geschiedenis van zijn familie bleek vol tragische geheimen te zitten.

Foto Anna Huix

Caroline de Westenholz (61) was anderhalf toen haar moeder haar in een dikke deken wikkelde en haar uit Londen mee naar Nederland nam, op de vlucht voor haar man, Freiherr (baron) Paul de Westenholz. Ze was vijf jaar met hem getrouwd geweest en volgens haar was hij een gevaarlijke gek gebleken. In Nederland trouwde ze opnieuw, met de beroemde voordrachtskunstenaar Albert Vogel jr. Het zou vijfentwintig jaar duren voordat Caroline de Westenholz haar vader weer zag.

„Ik was al die tijd wel nieuwsgierig naar hem”, zegt ze. „Maar ik was ook bang. Hij was de man die me voor onze vlucht had proberen te ontvoeren en mijn moeder naakt uit het raam had gehangen.”

Pas toen ze volwassen was, en zelf ook getrouwd, durfde ze naar hem op zoek te gaan. Ze had alleen geen idee of hij nog leefde en waar hij woonde. Hamburg? Daar hadden de Westenholzen een bank gesticht. Wenen? De Oostenrijkse keizer Frans Jozef I (1830-1916) had de familie in de adelstand verheven. Zwitserland misschien? Haar vader had de Zwitserse nationaliteit. Gewoon in Londen? Daar hadden haar ouders elkaar leren kennen en was zij geboren.

Toen vertelde iemand haar dat je via de PTT – dit speelt in 1980 – internationale telefoonnummers kon opvragen. Ze draaide 0017 en vroeg naar iedereen die ‘de’ of ‘von’ Westenholz heette en in Londen woonde. (‘De’ in het Frans, ‘von’ in het Duits.) „Mijn handen bibberden”, zegt ze. „Dit zou mijn leven wel eens kunnen veranderen.”

Drie nummers kreeg ze, het laatste bleek van een volle neef van haar te zijn. Hij was directeur van een bank en nodigde haar uit om naar zijn kantoor te komen. Daar gaf hij haar, wijzend naar de telefoon op zijn bureau, het (geheime) nummer van haar vader. Er werd onmiddellijk opgenomen.

„Hello.”

Ze haalde diep adem en vroeg naar Paul de Westenholz.

„Speaking.”

„Well eh....” Ze haalde nog een keer diep adem. „We happen to be father and daughter.”

Ze spraken af om te gaan lunchen in de Danish Club aan Knightsbridge en onderweg in de auto zei haar toenmalige echtgenoot (die was mee) opeens: „Kijk, daar loopt hij.”

En ja, aan de andere kant van Knightsbridge ijsbeerde een lange, rechte man met hetzelfde profiel als zij. En met dezelfde iets scheefstaande ogen, bleek toen ze elkaar in het gezicht keken. Hij was met gespreide armen op haar af gekomen, roepend (in het Nederlands): „Mijn dochter! Na al die jaren.” Melodramatisch, vond ze. Irritant. Vooral omdat ze weet dat ze daar zelf ook naar neigt.

Pas later in haar leven, zegt ze, begon ze zich af te vragen waarom haar vader zo’n getroebleerde man was geweest. Op dat moment was het: wie heeft me gemaakt? „Het is een vacuüm als je dat niet weet. Mijn moeder zei altijd dat ik mijn talenknobbel van hem had. Dat was het enige vriendelijke dat ze over hem wist te verzinnen. Als kind denk je: als hij zo slecht was, zal ik ook wel slecht zijn.”

Haar vader woonde met zijn nieuwe vrouw in een piepklein flatje aan Pembroke Road, in Kensington. Het was volgestouwd met grammofoonplaten, muziekcassettes, kranten en tijdschriften. Bij de entree: een kastje met twee glazen deuren waarin het met het familiewapen gegraveerde Boheemse glaswerk stond uitgestald. „Hij hield van zoete drankjes”, zegt ze. „Net als ik.”

En hij hield van gokken. Dat was, begreep ze later, de belangrijkste oorzaak van de breuk tussen hem en haar moeder geweest. Hij had een goede baan gehad bij de destijds gerenommeerde autofirma Rootes, maar in een boze bui had hij ontslag genomen. Daarna moest zijn schoonvader, directeur-generaal van de Shell, hem en zijn vrouw onderhouden. Hij gaf hun honderd pond per week, een fors bedrag toen. Een groot deel daarvan verdween in het casino.

Hoe ging het verder tussen Caroline de Westenholz – zij is Freiin (barones) – en haar vader? „Heel wonderlijk”, zegt ze. „Een paar jaar lang zagen we elkaar regelmatig – hij nam me mee naar het casino, haha – maar toen ik via hem mijn nieuwe man ontmoette, wilde hij opeens niets meer met me te maken hebben. Hij verdween zonder een adres achter te laten. Hij nam weer een geheim telefoonnummer. Ik heb lang gedacht: het komt wel weer goed. Maar dat was niet zo.”

Haar nieuwe man, twintig jaar ouder dan zij en een excentrieke Engelse dandy – haar woorden – woonde in hetzelfde appartementengebouw als haar vader. Ze dronken wel eens een borrel met elkaar. Was haar vader misschien jaloers? „Zo gedroeg hij zich wel.”

Jaren heeft Caroline de Westenholz er over gedaan om de geschiedenis van haar vaders familie uit te zoeken, en zo kwam ze er beetje bij beetje achter waarom haar vader zo’n moeilijke man moet zijn geweest. Ze heeft er een boek over geschreven: De familie von Westenholz, van kastelen tot casino’s.

Het onderzoek bracht haar van Wenen naar Hamburg, en daar kreeg ze een prachtig archief in handen, samengesteld door een oom van haar vader, Albert von Westenholz. „Het zat zo vol hints dat ik dacht: die oom heeft gewild dat iemand later nog eens zou uitzoeken wat er gaande was geweest.”

Ze wist dat haar grootvader – een neefje van oom Albert – in 1933 zelfmoord had gepleegd, een paar jaar na de beurskrach van 1929. De familiebank, Friedrich Westenholz & Co, was toen failliet gegaan. Maar dat bleek niet de enige reden voor de suïcide.

Oom Albert, dit terzijde, was ook al zo’n excentrieke man geweest. Hij leed aan slapeloosheid en allerlei neuroses. Hij verdroeg geen geluiden en als hij op reis ging, nam hij dikke dekens mee. Die hing hij in de hotels waarin hij overnachtte voor de ramen en de deuren. Thuis had hij overal rubberen matten laten neerleggen om het geluid van voetstappen te dempen. „Maar een briljante geest”, zegt Caroline de Westenholz. „Een echte geleerde.” En zeer waarschijnlijk homoseksueel. Daar stond in die tijd nog gevangenisstraf op.

In het archief vond ze een krantenknipsel waarin sprake was van een lijk bij het buitenhuis van de familie aan de Außenalster in Hamburg. Er was een brief waarin stond dat haar grootvader wegens geestelijke labiliteit onder curatele was gesteld. En dan was er het wonderlijke bericht dat ene ‘Herr Katz’ in de Rijn was gesprongen – niemand wist waar precies.

Grootvader Von Westenholz bleek eind 1929 de beurs te hebben opgelicht. „Hij had geprobeerd om in één keer een grote som geld te verdienen”, zegt Caroline de Westenholz. „Voor mij was toen de vraag: waar had hij al dat geld voor nodig?”

Dit is haar conclusie: haar grootvader werd gechanteerd omdat hij homoseksueel was. Om aan de chantage te ontkomen vluchtte hij met zijn vrouw en kinderen naar Montreux in Zwitserland. Het hielp niet, en uiteindelijk zag hij geen andere uitweg dan de hand aan zichzelf te slaan. De vader van Caroline de Westenholz was twaalf. Vijf jaar later, voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, verhuisde zijn moeder met hem naar Londen. „Hij is opgegroeid in een atmosfeer van angst en geheimhouding”, zegt Caroline de Westenholz. „Dat heeft zijn karakter gevormd.” En dan het statusverlies, het verdwijnen van het familiekapitaal. „Er was niet eens meer geld om hem een behoorlijke opleiding te laten volgen.” Het moet hem mateloos gefrustreerd hebben.

Begrijpt ze waarom het huwelijk van haar ouders geen stand hield? „Ja”, zegt ze. „Het waren twee ontheemde buitenlanders die elkaar in Londen vonden in hun getroebleerde achtergrond. Mijn moeder was dan wel de dochter van de directeur van de Shell, maar haar ouders waren gescheiden en ze groeide op met een stiefvader die zijn handen niet kon thuishouden.”

Ze is blij dat ze nu ook weet dat haar ouders voor haar geboorte gelukkige jaren hebben gekend. „Bohemiens waren ze. Oudejaarsnacht in de sneeuw boven Montreux en de hele tijd de slappe lach. Slapen in de Cadillac van een bevriende diplomaat omdat ze in Parijs de weg zijn kwijtgeraakt.” Maar, zegt ze, het eindigde dus allemaal heel erg treurig.