Superknecht krabbelt op

Arjan Stroetinga won voor de zesde keer. Met dank aan meesterknecht Jorrit Bergsma, die sterk reed en zijn eigen twijfels overwon.

Met acht graden boven nul, harde wind en ijs als schuurpapier waren de omstandigheden zwaar op de Jaap Edenbaan. Foto Robin Utrecht

Twee vuisten balt Jorrit Bergsma in de lucht, tegen het fletse schijnsel van een oude lichtmast van de Jaap Edenbaan. Aan de overkant van de baan wint ploeggenoot Arjan Stroetinga de eindsprint, waardoor hij voor de zesde keer in zijn carrière nationaal kampioen marathon op kunstijs wordt. Daar is een vlugge kus voor meesterknecht Bergsma van coach Jillert Anema, die meer zegt dan duizend woorden. Vlak daarna omhelst de onttroonde kampioen de nieuwe, een speels klapje op de helm toe. „Nee, er gaat niets boven het rijden van een marathon”, zegt Bergsma stralend. Hij kan het nog, dieper gaan dan diep.

Vertwijfeld zat de olympisch kampioen op de tien kilometer vijf dagen eerder in Heerenveen op de boarding van Thialf. Drie jaar lang was Bergsma (29) de absolute heerser op de langste afstand. En nu? Vierde tijd, diskwalificatie na het aantikken van een pylon op de koop toe en niet eens geplaatst om zijn titel te verdedigen bij de WK afstanden in Kolomna.

Boos smeet hij de drinkbus weg die Anema hem toestopte. „Jorrit is bezig met een legendarisch slecht seizoen”, concludeerde de Friese coach hard. Was er iets aan de hand in de liefde, in zijn familie of met de gezondheid, vroeg hij zijn pupil. Nee, dat was allemaal juist „pico bello”, verzekerde Bergsma. Hoe verder na zo’n deceptie? „Ik moet het even rustig aan doen, ik moet terug naar de basis.”

Binnen vijf dagen van de hel in de hemel. „Ja, dit is voor mij de basis”, bevestigt Bergsma met een brede lach, nadat hij zondagmiddag 140 van de 150 ronden heeft uitgeblonken onder loodzware omstandigheden op de Amsterdamse buitenbaan. Acht graden boven nul, harde wind, ijs als schuurpapier. Het kan Bergsma, op snelle binnenbanen in goeden doen een stylist pur sang, allemaal niet deren. Na de jubel met coach en ploeggenoten weet hij vijftig meter verderop snel zijn vrouw Heather Richardson, wereldrecordhoudster op de 1.500 meter, te vinden en zijn ouders. Veel hoeven ze niet te zeggen. Goed is goed.

„Ik heb nog wel getwijfeld of ik hier aan de start zou komen”, geeft de schaatser uit het Friese Oldeboorn even later langs de rand van de baan zichtbaar opgelucht toe. „Na die tien kilometer bij de NK afstanden voelde ik me langer dan normaal wat vermoeid. Pas zaterdag heb ik uiteindelijk besloten om te rijden. Ik was uitgerust genoeg. Waarom zou ik dan niet meedoen? Ik wilde toch mijn titel verdedigen of winnen met de ploeg.”

Een paar woorden wisselt Bergsma met Erben Wennemars, die naast hem op het bankje de schaatsen aantrekt. Rustig inrijden. En al na zeventien rondjes volgen vier minuten van pure klasse, die het kampioenschap een beslissende wending geven. Ploeggenoten Stroetinga en Simon Schouten maken deel uit van groepje vluchters, dat met een half rondje voorsprong op het peloton blijft ‘hangen’. Dan laat Bergsma zich plotseling afzakken uit het peloton, om de koplopers te helpen. Met zes razendsnelle rondjes van 29 seconden, bijna een halve vijf kilometer, leidt hij de groep naar de felbegeerde ronde voorsprong. „Dat ging wel lekker”, zegt hij na afloop.

Vijf kilometers zijn het hele seizoen al prima. Niet eerder was Bergsma constant zo snel, hoewel hij in Sven Kramer nog altijd zijn meerdere moet erkennen. Maar wat is er aan de hand met de tien kilometer, zijn domein? Tweede in Enschede, begin november achter ploeggenoot Erik Jan Kooiman. Ach. Derde achter de nieuwe wereldrecordhouder Ted-Jan Bloemen en Kramer in Salt Lake City, de deceptie vorige week in Thialf. Reed hij te veel wedstrijden, met ook nog de 1.500 meter, massastart en ploegachtervolging? Had hij zijn lichaam gesloopt in Salt Lake City, waar hij een snelle start moest bekopen met slotrondjes van 35 seconden en ‘zwarte sneeuw’ voor de ogen? Hij wist het zelf niet, vijf dagen geleden in Heerenveen, waar hij ook al geen macht vond om in de slotronden wat extra gas te geven. Zelfs coach Anema bleef het antwoord schuldig.

Twijfel bestrijdt Bergsma liever met de benen dan met het hoofd. Na zijn kunststukje in het eerste deel van het NK marathon volgt snel herstel en hij beschikt zichtbaar over genoeg reserves. Keer op keer schiet nummer dertien naar voren om te controleren. Voordat concurrenten een gaatje kunnen slaan, rijdt Bergsma het al dicht. Zie hem lachen op kop van het peloton, vlak voordat allrounder Jan Blokhuijsen de sprint om plaats tien wint.

Als 26ste bolt Bergsma uit om ontspannen te kijken naar de laatste tien rondes van de koplopers en de winnende Stroetinga. „Het viel niet tegen”, is zijn veelzeggende commentaar. Nu lekker een weekje fietsen op Tenerife; klaar voor de rest van het seizoen. De grootste twijfel voorbij.