Spanje is toe aan coalitie, maar zijn politici nog niet

Spaanse politieke partijen hebben onvoldoende steun om alleen te regeren. Maar niemand is bereid tot concessies.

Spanje begint 2016 vol met politieke onzekerheden. De verschillende partijen willen elkaar niets toegeven, ook al heeft geen van de partijen een absolute meerderheid. In Catalonië is de verdeeldheid over de toekomst zo groot dat nieuwe verkiezingen inmiddels onvermijdelijk lijken. En de vorming van een nationaal kabinet is dusdanig gecompliceerd dat ook op landelijk niveau een nieuwe gang naar de stembus dichterbij komt. Met het wegvallen van de oude politiek ligt regionale en nationale onbestuurbaarheid opeens op de loer.

Bij de landelijke verkiezingen van 20 december markeerden de Spanjaarden met hun stemgedrag een nieuw tijdperk. Nadat decennia lang de conservatieve Partido Popular en de socialistische PSOE de macht onderling hadden verdeeld, mengden nieuwe partijen als de hardlinkse Podemos en het liberale Ciudadanos zich met succes in de strijd.

Versplintering

De uitslag zorgde voor zoveel versplintering in het Spaanse parlement, dat het samenstellen van een rechts noch een links kabinet op het eerste gezicht te realiseren valt.

In aanloop naar de verkiezingen wilden de vier grote partijen niets weten van coalitievorming. Geen van de partijleiders wilde op de zaken vooruitlopen. Allen trokken op hun manier uiteindelijk de zege naar zich toe. Premier Mariano Rajoy vierde dat de Partido Popular opnieuw de grootste partij is, socialist Pedro Sánchez was blij dat zijn partij niet was weggevaagd, Pablo Iglesias van Podemos was de grootste nieuwkomer en Albert Rivera maakte vanuit het niets een grote stap naar de nationale politiek.

Geen van de vier ‘winnende partijen’ was bereid een compromis te sluiten. Rajoy, die zichzelf hoe dan ook als de blijvende premier van Spanje ziet, ontving de voorbije weken Sánchez, Iglesias en Rivera in het regeringspaleis Moncloa in Madrid. Van geen van de drie leiders kreeg de voorman van de PP toezeggingen voor steun aan een nieuw conservatief kabinet. Sterker nog; Sánchez en Iglesias wilden niets weten van een ‘kabinet Rajoy II’. Rivera deed nog een kleine handreiking door te beloven bereid te zijn zich vanuit de oppositie te onthouden van stemmen. Een soort gedoogsteun. Van coalitievorming wil Ciudadanos niets weten.

De PP heeft nog tot 13 januari de tijd om andere partijen te overtuigen van het belang een nieuwe regering te vormen. Op die dag zal bij de installatie van het nieuwe parlement een formateur aangewezen worden door koning Felipe VI. In het verleden kreeg de grootste partij steeds het eerste recht een kabinet samen te stellen, maar dat is niet meer dan een ongeschreven regel. Toch ligt het voor de hand dat Rajoy het parlement in een eerste ronde om steun mag vragen. De kans dat hij dan op een benodigde absolute meerderheid kan rekenen, is nul.

48 uur de tijd

Daarna volgt een ander scenario. Rajoy moet binnen 48 uur bij een twee stemronde meer voor- dan tegenstanders voor zich weten te winnen. Daarbij is hij naast de steun van de 123 leden van zijn eigen PP afhankelijk van het stemgedrag van de 227 andere parlementariërs. Rajoy maakt alleen kans als de leden van Ciudadanos en de PSOE zich zullen onthouden. „Het ligt nu allemaal in handen van de PSOE”, stelt de PP dreigend. De socialisten zijn daarvan niet erg onder de indruk. Verschillende regionale leiders hebben de afgelopen dagen herhaald dat de partij niet moet werken aan een kabinet van Rajoy.

Als Rajoy weer wordt weggestemd, krijgen de andere leiders twee maanden de kans een regering te vormen. Mislukt dat ook, dan volgen nieuwe verkiezingen.