Saoedi-Arabië breekt met Iran

Shi’itische landen zijn verontwaardigd over de executie van sjeik Al-Nimr door Saoedi-Arabië.

De executie in Saoedi-Arabië van de prominente shi’itische geestelijke Nimr al-Nimr heeft de sektarische spanningen in het Midden-Oosten aanmerkelijk doen toenemen. Shi’itische leiders in Iran, Irak, Libanon, Jemen en Bahrein hebben de dood van Nimr al-Nimr veroordeeld. In verschillende landen braken protesten uit. In de Iraanse hoofdstad Teheran plunderden betogers zaterdagnacht de Saoedische ambassade en stichtten er brand.

Saoedi-Arabië verbrak daarop zijn diplomatieke banden met Iran: Saoedische diplomaten worden teruggeroepen en Iraanse diplomaten moeten binnen 48 uur het land verlaten.

Sjeik Al-Nimr werd zaterdag terechtgesteld met 46 anderen, onder wie 43 sunnieten die waren veroordeeld wegens terrorisme. De meeste aandacht ging uit naar de executie van de ideologische voorman van de shi’itische minderheid in Saoedi-Arabië, die voor gelijke rechten streed. In zijn preken had Al-Nimr felle kritiek op de ultraconservatieve sunnitische elite, die shi’ieten ziet als afvallige moslims en tweederangsburgers.

In het Westen is met ongerustheid gereageerd op de executie van Al-Nimr. De VS zeiden „vooral bezorgd” te zijn dat de terechtstelling van Al-Nimr „de sektarische spanningen vergroot op een moment dat ze dringend moeten worden verminderd”. Verschillende landen en VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon riepen op tot kalmte en terughoudendheid.

De executie van Al-Nimr kan niet los worden gezien van de groeiende rivaliteit tussen het sunnitische Saoedi-Arabië en het shi’itische Iran. Dit voedt de conflicten in Syrië, Jemen en leidt ook elders in het Midden-Oosten tot spanningen. Het Saoedische koningshuis vreest dat Iran de regio wil overheersen en ziet overal een Iraans complot. Al-Nimr is onder meer veroordeeld wegens het aansporen van „buitenlandse inmenging”.

In het Midden-Oosten waren de reacties op de executie grotendeel verdeeld langs sektarische lijnen. De Golfstaten, Egypte en andere sunnitische bondgenoten van Saoedi-Arabië prezen de executie als een overwinning in de strijd tegen terrorisme. Shi’itische leiders zoals de Iraakse premier Haider al-Abadi en Hezbollah-voorman Hassan Nasrallah spraken daarentegen van moord op een vreedzame activist.

De scherpste kritiek op de executie kwam uit Iran, waar Al-Nimr werd gezien als een held van de onderdrukte shi’ieten. „Deze vervolgde geleerde heeft mensen nooit aangespoord tot gewapende strijd, noch was hij betrokken bij geheime complotten”, twitterde Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei. „Zijn enige misdaad was uitgesproken kritiek.”

Khamenei speelde in op de vergelijking die sommige westerse media trekken tussen Saoedi-Arabië en de terreurgroep Islamitische Staat – een vergelijking die de Saoedische regering fel bestrijdt. Op zijn website verscheen een cartoon van een Saoedische beul in wit gewaad en een IS-strijder in zwart gewaad die beide op het punt staan iemand te onthoofden. De begeleidende tekst: ‘Witte ISIS, zwarte ISIS. Is er een verschil?’

Het lijkt bij dit soort provocaties te blijven. Iran heeft geen belang bij een directe confrontatie met het zwaar bewapende Saoedi-Arabië. Het is druk met de uitvoering van het nucleaire akkoord, dat een einde moet maken aan de internationale sancties en de economie uit het slop moet halen.

De Iraanse president Rohani distantieerde zich van de bestorming van de Saoedische ambassade in Teheran en het consulaat in Mashad. „We staan niet toe dat een groep onruststokers de wet overtreedt en de heilige reputatie van de Islamitische Republiek bezoedelt. Wat plaatsvond in Mashhad en Teheran (...) is niet acceptabel.” Veertig relschoppers werden gearresteerd – een teken dat de autoriteiten nieuw geweld wilden voorkomen. Dat leek te werken.