‘Delft had onvoldoende grip op grote projecten’

Drie grote projecten, waaronder het nieuwe stationsgebied, hebben Delft in financiële nood gebracht.

Het nieuwe station van Delft, aan de 2 kilometer lange spoortunnel. Foto Martijn Beekman/ANP

De gemeente Delft heeft onvoldoende grip gehad op de drie grote projecten die de stad in financiële nood hebben gebracht. Ze werd “regelmatig onaangenaam verrast”, mede door een te optimistische inschatting van de kosten en het feit dat ze te weinig rekening hield met onvoorziene omstandigheden.

Deze conclusies trekt de commissie Onderzoek Grote Projecten, waarin Delftse raadsleden onderzoek deden naar de totstandkoming van het nieuwe stationsgebied Spoorzone, nieuwbouwwijk de Harnaschpolder en de St. Sebastiaansbrug.

Er was vooral sprake van wat de commissie “planningsoptimisme” en “financieel wensdenken” noemt. De gemeente schatte te positief in wanneer de projecten af zouden zijn, en alle drie liepen uit. In het geval van met name de Spoorzone en de Harnaschpolder werd er te rooskleurig gedacht over de kosten.

Zo werd in het geval van de Spoorzone, waaronder het nieuwe station en de spoortunnel vallen, een aanbeveling de financiële reserves te verhogen in eerste instantie niet opgevolgd. En in 2005 reserveerde de gemeente ‘slechts’ 7 procent van het budget voor onvoorziene omstandigheden, lager dan de meer gangbare “10 tot 15 procent”. Ook in het geval van de Harnaschpolder werden de risico’s te laag ingeschat en moest het aantal woningen dat er zou komen worden bijgesteld.

Het geraamde financiële tekort voor Delft bedroeg afgelopen juli al 80 miljoen euro. Dat leidde in de vorige collegeperiode tot bezuinigingen van 57 miljoen euro, op een begroting van circa 350 miljoen. Tot 2018 zou nog eens 18 miljoen worden bespaard, onder meer door het drastisch terugbrengen van het ambtelijk apparaat tot 700 ambtenaren. In 2004 werkten er nog 1.400 voor de gemeente.

Curatele afgewend

De gemeente stevende af op een zogenoemde artikel 12-status, wat zou hebben betekend dat ze onder curatele komt te staan. Dit is echter afgewend, zo bleek eerder maandag. Onderhandelingen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben een meevaller van bijna 10 miljoen euro opgeleverd. Dit, samen met de bezuinigingen, leveren Delft in 2017 een sluitende begroting op.

Maar dat is tijdelijke ontlasting. Delft had om tien jaar uitstel van betaling van 32 miljoen euro en kwijtschelding van 5 miljoen euro aan meerkosten die werden gemaakt bij het bouwen van de treinspoortunnel in de binnenstad gevraagd. Dat verzoek is definitief afgewezen. De schade die de gemeente heeft opgelopen door de projecten is bovendien groot.

De basis voor het financiële tekort werd volgens de commissie al gelegd vóór de uitvoering van de drie projecten. Van 2005 tot 2014 begrootte de gemeente consequent meer geld uit te geven dan binnen zou komen. Dit alles roept volgens de commissie ook vragen op over de kwaliteit van de Delftse en externe projectorganisatie die zich ontfermden over de drie projecten.

De commissie wil dat er voor het einde van het jaar een Regeling Risicovolle Projecten komt, waarin duidelijke regels over de besluitvorming en de beheersing van de financiën en de risico’s kunnen worden vastgelegd.