Nooit meer gratis tasjes? Zo gepiept

Winkeliers mogen klanten niet meer een gratis plastic tas geven. Dat is wennen voor klant en winkel, zo blijkt in de Rotterdamse Lusthofstraat.

Foto’s Mieke Meesen

Ka Hem Hui is zoon van de eigenaar van snackbar Eet Goed in de Rotterdamse Lusthofstraat. En Ka Hem Hui is op 1 januari al helemaal op de hoogte van de nieuwe plastictasjes-regel. „Heeft u zelf een tas bij u?”, vraagt hij na de bestelling van nogal wat broodjes kroket. Boven de toonbank hangt een vriendelijk briefje over de voortaan verboden plastic tasjes. „We raden u aan hiermee rekening te houden en uw eigen (boodschappen)tasje mee te nemen.”

De hele wet staat uitgelegd op Rijksoverheid.nl, vertelt Ka Hem Hui. Hij heeft de tekst ook helemaal bestudeerd. Zijn vader kijkt om terwijl hij de kroketten in het vet laat zakken en lacht. Maar, vervolgt Ka Hem Hui, dat gaan we niet allemaal aan de klant uitleggen. De klant moet gewoon wennen aan het feit dat hij zelf iets moet meenemen, of dat hij voor een tasje moet betalen.

Inderdaad is het nog even wennen. Voor de winkelier en voor de klant. Op de zaterdagse markt in Rotterdam hangen op 2 januari bij elke kraam trossen flinterdunne plastic tasjes in blauw en wit. De man achter een kraam met ‘sjaals voor een euro in alle kleuren’ kent de nieuwe regel. Hij vraagt vijf cent voor een tasje. „Meestal proppen ze de sjaal dan in een tas die ze bij zich hebben”, zegt hij. „Als het gratis is, willen mensen het hebben, wat het ook is.”

„Probeer er maar vanaf te komen”, zegt de marktkoopman met noten en olijven. „Mensen kennen de regel nog niet en vinden het belachelijk om opeens te moeten betalen.” Ook hij vraagt vijf cent. Zijn buurman, met Turks brood en pizza’s geeft nog gewoon een tasje: „Je kan toch niet met een brood onder je arm over de markt.” En daar heeft hij ook wettelijk gelijk in. Onverpakte etenswaar mag nog in een gratis tasje.

Maar de kaas wordt eerst in papier gewikkeld. Dus vraagt de kaasboer: „Heeft u een tasje nodig”, om het voor de klant een drempel op te werpen. Het meisje naast hem in de kraam zegt: „Je kunt beter vragen: ‘Gaat het zo mee?’ Dan gaat het meestal zo wel mee.”

Duizend tasjes per week

Je wil niet weten hoeveel tasjes er wekelijks doorheen gingen, zegt Elja Toller van bakker Klootwijk op de Oudedijk in Rotterdam terwijl ze een brood in de snijmachine stopt. „Zeker duizend.” Die waren gratis als klanten flink wat kochten. Haar dochter Shelly, ook achter toonbank: „Maar als klanten voor twee croissantjes een tas wilden, dan vroeg ik er wat voor. Vaak zeiden ze dan: ‘O, ik heb toch nog een plekje in m’n tas’.” Shelly vindt het wel jammer dat ze vaste klanten die net flink wat taart en koekjes hebben gekocht, geen gratis tas meer mag geven „als service”. Elja Toller: „De boetes zijn hoog. Het risico is te groot.”

Elja en Shelly Toller probeerden een paar jaar geleden op eigen initiatief om klanten te laten betalen voor een plastic tasje omdat het beter is voor het milieu. 5 cent voor een kleine, 15 voor een grote. Het werkte niet. Ze verloren er klanten door. Shelly: „Een keer liet een klant de hele bestelling staan, toen er voor de tas betaald moest worden. Toen werden de tasjes weer gratis.”

Nu is het anders, zegt ze, omdat het moet van de overheid. Ze denkt dat over een jaar iedereen is gewend en zelf een tas meeneemt. Haar collega Elja Toller denkt dat het sneller gaat: een paar maanden. En op de markt zijn ze nog positiever. Een maand, roept de olijvenman. Een week, zegt de jongen van de groentekraam. „Ja hoor, gooi die appels maar zo in mijn tas”, roept een vrouw jolig als ze hoort waar het gesprek over gaat.”

Ook volgens Ka Hem Hui van snackbar Eet Goed is het wennen zo gepiept. „Tien jaar geleden kreeg je ook in de supermarkt gratis tasjes. Nu weet niemand dat meer.”