Krijgen we deze zomer nu veel muggen of juist weinig?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een vreemde vraag. Vandaag: wordt 2016 een goed muggen- en wespenjaar?

De warme winter die Nederland momenteel meemaakt, doet het ergste vrezen voor zomerse insectenplagen. Want, als muggen, vliegen en wespen relatief ongeschonden de winter doorkomen, kunnen zij zich in het voorjaar massaal vermenigvuldigen – lees je wel in de media. Maar is het wel zo?

De laatste maand van 2015 was volgens het KNMI „met afstand de zachtste decembermaand sinds het begin van de regelmatige waarnemingen in 1706”. De gemiddelde temperatuur van december kwam uit op 9,5 graad Celsius, zes graden hoger dan normaal. Een typische april, maar dan rond kerst.

De natuur is aardig ontregeld door deze ongekende winterse ‘hittegolf’. De gebruikelijke ‘stilstand’ tijdens de koude winter ontbreekt.

In ons milde zeeklimaat vieren insecten normaal gesproken hoogtij in het voorjaar en tijdens de zomermaanden. Als de dagen korter worden, neemt hun aantal snel af. De winter overleven zij als pop of als volwassen dier, afhankelijk van de soort. In vergelijking met de massa‘s insecten die in de warme maanden rondvliegen, zijn er relatief weinig overwinteraars. Die vormen het begin van een volgende generatie in het nieuwe seizoen.

Overwinterende insecten hebben zich aangepast om lage temperaturen te overleven. Ze kruipen weg op relatief warme plekken: in de bast van bomen, diep in de grond of in de veiligheid van onze verwarmde huizen. De stofwisseling gaat op een laag pitje en het insectenlijf maakt stoffen aan die helpen bevriezing te voorkomen.

In een milde winter zullen minder overwinteraars aan de kou bezwijken. Maar door het milde weer krijgen ook schimmels en andere parasieten krijgen meer kans, waardoor veel insecten alsnog zullen sterven. Hoe die balans precies uitvalt, laat zich moeilijk voorspellen.

En dan is er nog het risico dat insecten te vroeg uit hun winterschuilplaats tevoorschijn kruipen. Als de vorst dan plotseling invalt, gaan er veel dood. Zeker voor wespen is dat erg: de zomerse aanwas daarvan is immers afhankelijk van de koningin die in haar eentje een heel volk sticht. Muggen doen meer aan risicospreiding; ze vermeerderen zich zodra de omstandigheden gunstig zijn. Het aantal muggen in de zomer wordt vooral bepaald door de regenval in die maanden: zodra er na wat flinke buien plassen en poeltjes ontstaan, leggen de muggen daar eitjes in waardoor zich massaal larven gaan ontwikkelen.

De vele onheilsprofeten ten spijt zal de door insekten geplaagde mens volgend jaar zomer dus niet zoveel merken van deze milde winter. Het muntje kan nog alle kanten op vallen.