Dit vond Finkers zelf van zijn conference

Cabaretier Herman Finkers (61) trok met zijn oudejaarsconference ruim 3 miljoen kijkers. Hoe kwam die tot stand? Wat werkt, wat niet? Gesprek over engagement, humor en kwetsbaarheid. „Niet gaan preken, dat is mijn functie niet. Mijn functie is dat ik de angel eruit trek.”

Cabaretier Herman Finkers. Foto Merlijn Doomernik

En wat nu? „Eerst maar eens even niks doen”, antwoordt Herman Finkers zaterdagmiddag thuis aan zijn keukentafel. „Een paar hobbydingen misschien, maar daar praat ik pas over als het zover is. We zijn nog niet eens klaar met de afwerking van de dvd van de oudejaarsconference, dus ik ga het nu nog niet over andere plannen hebben. Dat komt later.”

Donderdagavond speelde Herman Finkers zijn oudejaarsconference in de Leidse Schouwburg. De rechtstreekse tv-uitzending trok ruim drie miljoen kijkers, waarna nog eens een half miljoen kijkers na middernacht naar de herhaling keek. Het kijkonderzoek gaf hem het rapportcijfer 8 – een hoge score die hem zichtbaar veel plezier heeft gedaan.

Zijn vrouw Hetty kwam met het idee. Finkers speelt geen langdurige tourneevoorstellingen meer. Maar een programma van vijf kwartier over het afgelopen jaar, dat na een korte inspeelperiode op de televisie zou kunnen, leek hem, na enig nadenken, wel een goed plan.

Kan in smoking, dus Finkers ook

Zijn grote voorbeeld was, zegt hij, in de allereerste plaats Wim Kan: „Ik heb onmiddellijk naar zijn conferences gekeken. Hij is nu eenmaal de uitvinder van de oudejaarsconference. Hij begon ermee op de radio, in 1954 – het geboortejaar van Youp van ’t Hek en mijzelf. Ik wilde ook aan hem refereren. Hij trad altijd op in smoking en had een stoel op het toneel, en vaak een tafel. Mijn eerste try-outs speelde ik in een gewone smoking. Toen dacht ik: nee, mijn pak moet scheef zijn en mijn tafel en mijn stoel óók. Ik trek de oudejaarsconference mijn wereld binnen, en die wereld is scheef. Uit perspectief.

„Datzelfde geldt voor de onderwerpen die ik zou behandelen. Eigenlijk bleek er niet zo’n groot verschil te zijn met mijn vorige voorstellingen, of ik het nu over de Vaalserberg, de stoplichten van Almelo of de zorg heb. Ik ben geen politieke cabaretier zoals Youp of een Dolf Jansen; het is niet mijn stijl om zo’n onderwerp als de zorg in de sfeer van de Haagse politiek te trekken. Ik zou wel kunnen zeggen dat de zorg een puinhoop is, maar dan kom je niet verder dan: de zorg is een puinhoop. Ik wil altijd proberen de angel er uit te halen, vandaar dat verhaal over mijn dementerende moeder. Liever dan me alleen op de politieke actualiteit te richten, maak ik iets leuks dat over tien jaar óók nog leuk is. Den Haag vind ik op zichzelf niet zo interessant. Wie er in Den Haag weg moet en wie pas volgend jaar aan de beurt is om te vertrekken, boeit me niet zo. Veel interessanter zijn de vluchtelingen, het klimaat en het extremistische geweld.

„Toen ik eraan begon te werken, moest ik één grote verleiding zien te weerstaan. Het is immers niet niks: als je de oudejaarsconference maakt, heb je een miljoenenpubliek. En ik kon dus onbelemmerd zeggen wat ik overal van vind. Zo had ik in het begin maar liefst 2,5 uur materiaal. Maar toen heb ik mezelf meteen tot de orde moeten roepen. Niet gaan preken, dat is mijn functie niet. Mijn functie is dat ik de angel eruit trek. Ik heb heus wel meningen. Ik lees elke dag twee kranten – Trouw en Tubantia – en allerlei tijdschriften en ik ben zeer geïnteresseerd in de politiek, al is dat dan dus eerder de mondiale politiek dan de Haagse. Ik ben bovendien eurofiel. Aan meningen geen gebrek. Maar er zijn al zo veel meningen op de wereld. Op de radio word je er gek van. Ik hoor veel liever iemand die ergens verstand van heeft en iets te melden heeft waarvan ik denk: hé, zit dat zo, dat wist ik niet. Eigenlijk zijn meningen volstrekt onbelangrijk. Zo heb ik al gauw meer dan een uur tekst geschrapt – allemaal meningen. Tenslotte heb ik één politiek blokje overgehouden in de stijl die bij Wim Kan gebruikelijk was, omdat ik vond dat dat in een oudejaarsconference toch niet helemaal kon ontbreken.

„Ik zoek het liever in het absurde. Kijk, als Louis van Gaal tegen Engelse journalisten zegt dat iets another cook is, dan is het makkelijk zat om dat ergens te citeren. Maar ik vind het veel grappiger om Van Gaal in prachtig Engels een regel uit Hamlet in de mond te leggen.

Hij hoefde het niet zelf te verzinnen

„Het grootste verschil met mijn vroegere voorstellingen was dat het nieuws ditmaal voor de onderwerpen zorgde; ik hoefde die niet zelf te verzinnen. Al moest ik er natuurlijk wel een samenhangend geheel van maken. Het enige nadeel van een oudejaarsconference is dat-ie nooit af is. Er dienen zich steeds weer nieuwe dingen aan.

„Ik heb bewust rekening gehouden met het feit dat er door de tv-uitzending ook een jonger publiek zou kijken. Wat me zorgen baart, is hoe snel veel kennis in de samenleving verdwijnt. Gesunkenes Kulturgut – nooit van gehoord. Zelfs onder studenten is de naam Goebbels lang niet meer algemeen bekend. Volgens mij is de geschiedenis het totaal van dingen waardoor je als mens wordt gevormd. Maar tegenwoordig wordt rekenen veel belangrijker gevonden, ook in Den Haag. Terwijl je daar rekenmachientjes voor hebt, en je er ook in de winkel naar kunt vragen. Vandaar dat ik in de conference af en toe heb gezegd: zoek maar op via Google.

„Het maffe van het afgelopen jaar was dat het leek alsof de actualiteiten zich op een gegeven moment gingen aanpassen aan mijn programma. Zo gek dat ik het er soms een beetje benauwd van begon te krijgen. Wat ga ik allemaal zeggen – straks komt het nog uit óók! In maart had ik bijvoorbeeld iets over het aftreden van Fred Teeven en Ivo Opstelten, waarvan mijn dramaturg Paul Kaptein toen zei: dat onderwerp is eind december echt totaal vergeten. Maar dat verliep heel anders, want de hele kwestie kwam dit najaar terug. Zo waren Teeven en Opstelten opeens weer actueel.

„Nog een voorbeeld. Ik had een lijst met beroemde doden die ik opnoemde, maar ik miste nog een eind. Ik wilde nog graag een ontlading na al die namen. Toen kwam opeens het bericht dat Henk Krol per ongeluk felicitaties had verstuurd aan mensen die al dood waren. En daar was dus mijn afsluiting: allemaal namens Henk Krol van harte gefeliciteerd.

„En zo ging het maar door. Ik had die stapels kranten op het toneel, maar ik vond dat die aan het eind weg moesten. Ik wist alleen nog niet hoe. Nou, daar kwam toen het verhaal van Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg met het verhaal van de shredder. Zo kwam de shredder mij te pas. Dát was het!

Finkers is geen theaterbeest

„Ik heb het heel fijn gevonden deze conference te maken en te spelen. Hoewel ik geen theaterbeest ben; ik vind het schrijven leuker dan het spelen. Maar na afloop van een goed gelukte voorstelling overvalt me altijd wel een fijn gevoel. Mijn eerste try-out heb ik gespeeld in de Herman Finkerszaal in Almelo. Ja, die bestaat echt; er hangt zelfs een stoplicht. Dat vond ik al meteen een mooi begin. Daarna heb ik zo veel mogelijk gespeeld in de schouwburgen waar ik met Na de pauze (2007), mijn vorige voorstelling, niet meer ben geweest omdat ik voortijdig met die tournee moest stoppen. De try-outs zijn telkens maar twee weken van tevoren aangekondigd, alleen aan vaste klanten van de theaters. Dat heeft goed gewerkt; we hebben daardoor kunnen voorkomen dat er een zwarte markt in de kaartverkoop zou ontstaan.

„Tenslotte wilde ik nog een aansprekend beeld als tegenwicht tegenover een jaar dat zo vol geweld en geschreeuw is geweest. Kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid. Dat is een dans van een blote vrouw geworden, als symbool voor het nieuwe jaar, waarbij ik vertelde wat Benedictus van Nursia ons heeft geleerd over de zin van het leven en het belang van geloof, hoop en liefde. Ik ben er eerlijk gezegd heel trots op dat ik drie miljoen kijkers heb laten luisteren naar Benedictus van Nursia.”