Duizend mensen deel van je tekening maken

‘Het is een écriture automatique hoor,” zegt kunstenaar Andrea Galiazzo terwijl hij zijn viltstiften pakt. „Dus we kunnen best intussen een gesprek voeren.” We zitten samen in een zijkamertje van het SMAK, het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent. Om ons heen staat een grote tekeningententoonstelling waarin niet enkel wordt getekend alswel nagedacht wordt over tekenen. Dat doet ook deze kunstenaar. Hij worstelde met het kunstenaar zijn, licht Galiazzo toe terwijl hij met viltstift op mijn handpalm krabbelt. Waarom tekenen, wat wel en wat niet, elke keuze voelde zwaar. „Tot ik een doos ontdekte met kindertekeningen die ik had gemaakt toen ik drie, vier jaar oud was. Die waren zo ongedwongen, daar wilde ik naar terug. Ik ging ze natekenen, maar voelde daarbij niet het plezier dat ik als kind had gehad,” vertelt hij met rustige stem en zangerig Italiaans accent. „Toen zag ik de streepjes viltstift op mijn handen, en kwam ik tot deze performance. Je begint met iets kleins, wat gaandeweg verandert.”

Mijn hand is nummer 295 van dit project ‘Inky Way’ waarvoor Galiazzo wil doorgaan tot de duizendste hand. Zo wil hij duizend mensen deelgenoot maken van zijn oeuvre als kunstenaar. Zijn automatisch tekenen gaat over associaties: over hoe tekenplezier herinnert aan vroeger, maar dan wel zo dat het past in het grotemensenleven. De stille performance, samen aan een klein tafeltje, hij in concentratie en tegelijk achteloos wat streepjes zettend, helpt bovendien de omringende expositie te begrijpen: tekenen als creatieve daad die direct uit je brein ontspruit.

Dat proberen althans de drieënvijftig internationale exposanten in het SMAK. Uitgangspunten biedt de tentoonstelling volop, maar echt lekker tekenen zie je er weinig. Liever verbinden ze analytisch beelden met lijnen tot schema's (Alexandre Singh) of maken ‘constructietekeningen’ als ode aan wiskundige Alan Turing (Henrik Olesen). Als om te laten zien: tekenen is een serieuze kunstvorm, beste mensen.

Maar al lijkt sommige kunst bijna afkomstig uit de techniek of het bedrijfsleven, ook daar is het visualiseren van abstracties van belang. Daarmee toont deze tentoonstelling de tekenkunst als basis van alle verbeelding – een mooie opsteker voor de kunstenaars. En al wordt kunst er uitgekleed tot op het bot, ook dan kan poëzie bestaan.

Dat bewijst onder anderen Francis Alÿs met de video The Green Line, misschien wel de mooiste bijdrage van de tentoonstelling. Met een lekkende verfemmer wandelde hij in 2004 door Jeruzalem, de stad die in 1948 met een brute tekenlijn gespleten werd. Met een groen potlood had legerbevelhebber Moshe Dayan een grens getekend op een plattegrond, Israëlische en Palestijnse delen scheidend. Alÿs gaat tegen die brute daad in met zijn performance, intuïtief een nieuwe lijn neerdruppelend – ook groen.

Grenzen zijn verzinsels. We kunnen eroverheen, zegt hij in feite. Zo basaal kan tekenkunst zijn. Eén lijn. Maar wat een zeggingskracht.