Die krappe bochtjes zijn de ideale leerschool

Met Suzanne Schulting is er al een opvolgster van Jorien ter Mors. Op welke baan je rijdt maakt niet meer uit.

Suzanne Schulting (links) werd tweede op de NK shorttrack, achter Jorien ter Mors. Foto robin utrecht

Haar zelfverzekerdheid doet denken aan die van Jorien ter Mors. En op het ijs is ze net zo’n pitbull, zegt bondscoach Jeroen Otter: Suzanne Schulting, zo’n schaatsster die nooit opgeeft. Zonder angst, meedogenloos. Achttien jaar oud pas, maar in alle opzichten vertoont de jonge Friezin nu al gelijkenissen met Ter Mors. „Ik denk dat ik op beide disciplines heel goed kan worden”, zegt Schulting zonder omhaal. Ook zoiets. Een schaatsster die denkt zonder grenzen, weet Otter.

Zondag eindigde Schulting in de Jaap Edenhal als tweede op het NK shorttrack, achter Ter Mors. En net als zij reed de junior uit Tijnje vorige week in ‘haar’ Thialf de NK langebaan, al moet ze ook op de 400-meterbaan voorlopig nog buigen voor de tweevoudig olympisch kampioene.

Maar de omslag is gemaakt in de Nederlandse schaatswereld. Steeds vaker ziet schaatsbond KNSB bij de jeugd rijders beginnen in het shorttrack: eerst de lastige schaatstechniek perfectioneren. En shorttrack, met zijn hoge snelheden, drukke baantjes en krappe bochten, is de ideale leerschool, zegt oud-kampioen Cees Juffermans. „Die stap naar de langebaan kun je altijd nog maken, hebben we aan Ter Mors gezien.”

Het Sjinkie-effect

Noem het maar het Sjinkie-effect, naar de formidabele reeks successen van de kersverse sportman van het jaar, zegt Wilf O’Reilly, zelf wereldkampioen in 1991 en werkzaam als disciplinemanager shorttrack voor de KNSB. „De schaatscultuur onder kinderen in Nederland is de laatste jaren enorm veranderd. Kinderen willen nu medailles op de langebaan én in het shorttrack. Dankzij de prestaties van Ter Mors en Knegt weten ze dat het ook mogelijk is.”

Bij jeugdwedstrijden en bij Jong Oranje zien ze de voorbeelden wekelijks voorbij komen. Schulting, die onlangs shorttrackzilver behaalde bij een zeer sterk bezette wereldbekerwedstrijd, is maar één voorbeeld van de kracht van de multidisciplinaire opleiding. O’Reilly: „Bij de junioren is Tjerk de Boer ook al nationaal kampioen langebaan en shorttrack tegelijk. We hebben schaatsers. Of dat nou langebaan of shorttrack is maakt niet uit. De vijver wordt steeds voller.”

Bondscoach Otter staat soms likkebaardend langs de kant te kijken naar de techniek die sommigen al hebben. „Ik zie jonge schaatsers van twee of drie turven hoog met een ongelooflijk mooie techniek schaatsen. Nul kracht, maar nu al een perfecte valbeweging. Ze zitten zo diep dat ze onder een bank door kunnen rijden. Elf jaar. De helft zal daar misschien van overblijven, maar dat worden de nieuwe Sjinkies. Schaatsers van zestien jaar die alles al hebben: goede druk, lichaamsverplaatsing, het opzetten van een bocht.”

Die ontwikkeling is niet alleen te danken aan de aansprekende resultaten van wereldkampioen Knegt of olympisch kampioen Ter Mors, zegt O’Reilly. „Zij hebben voor een Barney-effect gezorgd, zoals met darts. Maar de KNSB heeft drie regionale talentencentra opgezet en een fulltime programma voor Jong Oranje. Je moet wel een structuur hebben, het werkt niet alleen op een paar successen. Dat hebben ze in Duitsland gezien na de eerste Wimbledonzege van Boris Becker: het aantal tennissers groeide niet. Het begint met een visie.”

Kiezen is niet meer nodig

Misschien is het wel typerend dat de verhouding tussen shorttrack- en langebaanschaatsen bijna niet meer in cijfers is uit te drukken. O’Reilly: „De schaatsers rijden op één schaatslicentie.” Maar de groei van het aandeel shorttrackers is onmiskenbaar, weet hij. „Elk jaar moeten de tijdslimieten voor de landelijke jeugdtoernooien weer een stuk omhoog, anders krijgen we veel te veel deelnemers. Dit jaar hebben we 40 procent meer deelnemers dan vorig seizoen.”

Suzanne Schulting, lid van de nationale ploeg van Otter, hoeft ook niet meer te kiezen. Zij is gewend aan de puzzels die Ter Mors wekelijks maakt: langebaan of shorttrack? Schulting combineerde beide disciplines al van jongsaf aan. „Ik heb nooit moeite om me aan te passen. En aan Jorien hebben we gezien dat het mogelijk is. Dat motiveert extra.”

En qua karakter passen ze aardig bij elkaar, vindt Schulting. „Ik wil graag zo rijden als Jorien, ze is oppermachtig. Ze is hartstikke gretig, wil nooit verliezen. Ze gunt niemand wat.” Maar, eerlijk is eerlijk: „Op dit moment is Jorien nog steeds een klasse apart. Ze heeft verdiend gewonnen. Maar ik kom dichterbij. Ook op de langebaan maak ik dit seizoen grote stappen.” Maar op het baantje van 111 meter spiegelt ze zich het liefst aan Knegt, de acrobaat van de kleine ruimte. „Sjinkie is een heel gave shorttracker, met geweldige acties. Technisch leer ik veel van hem.”