Den Haag omarmt én bestrijdt salafisme

Politiek Den Haag wil salafistische organisaties verbieden. De stad Den Haag werkt juist met hen samen.

Vrijwilligers van de ultraorthodoxe As Soennah-moskee surveilleren tijdens Oud en Nieuw in de Haagse Schilderswijk. Foto Phil Nijhuis

Geen plunderingen, autobranden of vechtpartijen. Het was een rustige jaarwisseling voor de Schilderswijk. En René Ravesteijn, teamchef van de Haagse politie, weet hoe het komt.

Het waren moskeebezoekers, jongeren en buurtvaders die de wijk kalm hielden. Zij patrouilleren al vijf jaar tijdens Oudjaar in gele hesjes door de buurten, om onruststokers aan te spreken op hun gedrag. Er wordt naar hen geluisterd, merken de agenten. „Het helpt dat jongeren worden aangesproken door mensen uit hun eigen cultuur of geloof”, zegt Ravesteijn. „Wanneer je dezelfde normen en waarden deelt, ben je eerder geneigd te luisteren.” De inzet van deze vrijwilligers zou het aantal incidenten en aanhoudingen sterk verminderen.

Hoe tevreden de politie ook is met haar buurtvrijwilligers, de Tweede Kamer wil dat de aanpak verandert. Want de patrouille bestaat voor een deel uit salafistische moslims. Het salafisme, een fundamentalistische stroming binnen de islam, ligt op dit moment onder een vergrootglas. De stroming is in de ogen van de Tweede Kamer een kweekvijver voor extremisten. Daarom moeten salafistische organisaties worden verboden en mogen gemeenten ook niet meer met hen samenwerken, vindt een Kamermeerderheid.

De gemeente Den Haag, die met de As Soennahmoskee de grootste salafistische organisatie van Nederland huisvest, staat een geheel andere aanpak voor. Daar wordt de salafistische moskee niet tegengewerkt, maar juist omarmd. Zo lopen bezoekers van de As Soennahmoskee mee in de buurtpatrouille met Oudjaar. Ook ontvangt de moskee jaarlijks tienduizenden euro’s subsidie om taalles te verzorgen en mag zij iedere vrijdagavond een jongerencentrum in de Schilderswijk bemannen.

Burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) ziet er geen probleem in. „Er zijn moslims met heel strikte opvattingen. Maar opvattingen zijn geen zaak voor een burgemeester. Ik kijk naar daden. Wanneer een moskee geweld predikt, treedt het Openbaar Ministerie op. Dat is hier niet aan de orde.”

Geen shariahuwelijken meer

De As Soennahmoskee houdt zich inderdaad keurig aan de wet. Sloot de moskee tot 2012 nog illegale shariahuwelijken, dat gebeurt nu niet meer. As Soennah stimuleert bovendien maatschappelijke participatie en probeert actief te voorkomen dat jongeren naar Syrië vertrekken.

Tegelijkertijd verhoudt hun gedachtegoed zich moeizaam tot het Nederlandse ideaal van integratie en sociale cohesie. Op de website van de moskee, Al-Yaqeen.com, valt bijvoorbeeld te lezen dat een vrouw niet onbegeleid met een vreemde man in de lift mag staan, geen privégesprekken mag voeren met een onbekende man, dat het beluisteren van muziek uit den boze is en dat wanneer een meisje geen gezichtssluier wil dragen, haar ouders en broers haar hier op moeten aanspreken. En zo zijn er nog talloos veel regels, allemaal gebaseerd op hoe de profeet Mohammed zich gedroeg.

De moskee nodigt ook omstreden predikers uit. Onlangs weerde burgemeester Van Aartsen een ‘haatimam’ die in As Soennah zou komen preken. Salafist Ahmed Salam hield er vorige maand wél een lezing. Van hem stelde de Universiteit van Tilburg eerder vast dat hij de integratie van moslims belemmert. Aan dezelfde universiteit loopt een promotieonderzoek naar salafistische moskeeën. Hieruit blijkt onder meer dat shi’itische moslims in de As Soennahmoskee regelmatig worden vervloekt.

Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch (PvdA) vindt dat een gemeente met een dergelijke organisatie niet kan samenwerken. Volgens hem kan de salafistische leer extremisten kweken. Hij wijst erop dat diverse Haagse jihadisten die zijn uitgereisd of veroordeeld, lessen volgden in de As Soennahmoskee. Toen zij radicaliseerden, zijn ze uit de moskee gezet. „Maar de voedingsbodem lag in die moskee”, zegt Marcouch. Door salafisten te laten deelnemen aan een buurtpatrouille, zou de gemeente hun gedachtegoed legitimeren en bijdragen aan de toenemende invloed van As Soennah, vindt hij.

Die invloed is toch al niet gering: de organisatie leidde de afgelopen jaren diverse imams op die nu het salafisme uitdragen in moskeeën door heel Nederland. Ook andere Haagse moskeeën zijn onder invloed gekomen van het salafisme. Gematigde moslims kunnen daar problemen van ondervinden. Bronnen in de wijk vertellen over jongeren die worden aangesproken omdat ze geen baard dragen. Ook moslima’s die strakke kleding dragen, krijgen aanmerkingen.

Fateha Tegeoui durft er als enige onder haar eigen naam over te vertellen. De Marokkaans-Nederlandse moeder kwam voorheen vaak in de As Soennahmoskee. Ze zei de moskee vaarwel omdat de lezingen haar niet aanstonden. „Er werd daar verteld dat een man vier vrouwen mag hebben. Het leidde tot scheidingen en gezinnen die uit elkaar vielen. Ik dacht: dit kan nooit goed zijn.” Nu probeert zij haar eigen kinderen op te voeden zónder de orthodoxe islam. Maar dat valt volgens Tegeoui niet mee. „De invloed van het salafisme is hier te groot en gaat gepaard met impliciete dwang.”  Zo krijgen haar dochters telkens de vraag waarom zij geen hoofddoek dragen. Laatst nog zei een huiswerkbegeleider van een welzijnsstichting tegen haar oudste dochter: „Wordt het niet eens tijd om een hoofddoek te gaan dragen?”

Haar jongste vertelde aan klasgenootjes dat zij thuis een kerstboom heeft staan. Sindsdien wordt ze gepest – want het meedoen met Kerst is binnen het salafisme streng verboden. Iedere keer als ze langsloopt, beginnen de andere kinderen kerstliedjes te zingen.

‘Moskee wordt juist opener’

Burgemeester Van Aartsen wil niettemin blijven samenwerken met salafistische moskeeën. „Stel je voor dat we zouden zeggen: wij willen niets met jullie te maken hebben. Wat zou daar het effect van zijn?” Van Aartsen beantwoordt de vraag zelf: „Dat leidt tot beeldvorming dat deze mensen apart gezet worden. Dat ze worden uitgesloten van onze samenleving. Terwijl we dat juist niet willen.”

In Amsterdam was Fatima Elatik tot 2014 voorzitter van stadsdeel Oost en had daar te maken met een groep salafistische jongeren. „Ik bleef met ze in gesprek en betrok ze bij zaken als het buurtbeheer. Ik vind die repressieve kijk op salafisten gevaarlijk: als je ze gaat verbieden, raken ze geïsoleerd en dan weet je zeker dat ze geen nieuwe inzichten opdoen. Denk je echt dat het daarmee verdwijnt? Nee, dan krijg je een duister, dicht bolwerk.” Volgens Elatik slaagde haar benadering. De salafisten blijven meedoen met allerlei buurtactiviteiten en sommigen woonden vorig jaar zelfs een iftar-maaltijd bij, die mede georganiseerd was door een homovereniging. Elatik: „Op die manier breng je de samenleving dichter bij elkaar.”

Ook in Den Haag ziet Van Aartsen de As Soennahmoskee opener worden. Of het komt door de samenwerking met de gemeente, weet hij niet. „Ik werk met iedereen samen die wil bijdragen aan de Haagse samenleving”, zegt Van Aartsen. „Ik ben liberaal en geloof in een grote afstand van de overheid tot geloof. Het is geen taak van de overheid om orthodoxe stromingen in te dammen. Wat voor ons interessant is, zijn signalen dat er gevaar dreigt voor de samenleving. Het salafisme als puriteinse, zeer strikte uitleg van de islam is niet hetzelfde als het bedreigen van de samenleving.”