287 basisschoolleerlingen geschorst in vorig schooljaar

Het ging volgens de inspectie in bijna alle gevallen om ‘onveilige situaties’. Voor het eerst moesten basisscholen schorsingen melden.

Foto iStock

In het vorige schooljaar zijn in Nederland in totaal 287 basisschoolkinderen geschorst. Dat blijkt uit cijfers die de Inspectie van het Onderwijs maandagochtend heeft gepubliceerd. Er zijn in totaal zo’n 1,5 miljoen basisschoolleerlingen in Nederland.

32 keer is er vervolgens een procedure gestart om het geschorste kind van de school te laten verwijderen, 57 keer heeft er een verwijzing plaatsgevonden, bijvoorbeeld naar een andere vorm van onderwijs. In bijna alle gevallen betrof het jongens en voor het merendeel waren het leerlingen uit groep 6, 7 of 8.

De inspectie schrijft dat scholen leerlingen “vrijwel alleen schorsen als er sprake is van een onveilige situatie”. Specifieker gaat het rapport niet op de redenen van schorsing in bij basisschoolleerlingen. Het schooljaar 2014/2015 was het eerste waarin ook basisscholen verplicht moesten melden dat een leerling geschorst is. Voor het voortgezet onderwijs gold dat al langer.

Moeders

Een schorsing hoeft niet alleen het kind liggen, volgens de inspectie:

“Drie keer is de schorsing te wijten aan het gedrag van de moeder en niet van het kind: in één geval is de moeder een directeur te lijf gegaan en twee moeders hebben een directeur bedreigd.”

De inspectie publiceerde ook cijfers over het voortgezet onderwijs. In absolute zin nam het aantal schorsingen en verwijderingen licht toe: van 5390 naar 5493, maar er waren ook zo’n 11.000 leerlingen meer dan het jaar ervoor.