Column

‘10 procent mkb kan leningen niet aflossen’

Dat zei oud-bankier Simon Zwagemakers in tv-programma over reputatie van banken.

Foto Lex van Lieshout/ANP

De aanleiding

Ondernemers met bancair krediet beleefden een angstaanjagende afsluiting van Tweede Kerstdag, als zij na het kerstdiner inschakelden op NPO2. Daar werd in een praatprogramma gesproken over de reputatie van Nederlandse banken, bij het afwikkelen van lastige leningen aan het midden- en kleinbedrijf. Rode draad waren scènes gespeeld door het toneelgezelschap rond George van Houts, dat in het theater furore maakt met het stuk Door de bank genomen. Boodschap: bankiers hebben niets geleerd van de crisis. Zij brengen nog altijd producten aan de man waar zij vooral zelf beter van worden. Bij een beetje tegenwind laten ze burger of bedrijf vallen. Tot faillissement erop volgt.

Volgens de programmamakers was geen van de Nederlandse banken bereid aan de talkshow mee te werken. Dus was het weerwoord aan hun brancheorganisatie, de NVB. Simon Zwagemakers, voormalig Rabobankier en nu ‘adviseur zakelijke dienstverlening’ bij deze lobbyclub, schetste in één antwoord de gevolgen van de kredietcrisis voor het bedrijfsleven: „10 procent van de uitstaande bankleningen aan mkb zijn probleemkredieten.”

Waar is dat op gebaseerd?

Zwagemakers specificeerde zijn stelling met data van toezichthouder DNB, die hij uit het hoofd kende: er staat in totaal zo’n 135 miljard euro aan bancair krediet uit aan het mkb. Voor 10 procent daarvan, 13 tot 14 miljard, geldt dat de betrokken bedrijven serieuze betalingsachterstanden hebben. Die komen onder de hoede van de afdelingen ‘bijzonder beheer’ van banken, waar zij volgens de acteurs klinisch en vakkundig het mes op de keel wordt gezet.

In de Tweede Kamer circuleerde bij een hoorzitting eerder dit jaar over mkb-financiering een percentage dat erop lijkt: 10 tot 20 procent van het midden- en kleinbedrijf zit bij bijzonder beheer.

 

De getallen van De Nederlandsche Bank waar Zwagemakers naar verwijst, komen inderdaad in de buurt.

Volgens een recent overzicht van de toezichthouder stond er in het tweede kwartaal van 2015 voor 135,3 miljard euro aan krediet uit bij het midden- en kleinbedrijf. Iets meer dan 13,8 miljard daarvan heten ‘non-performing loans’ – 10,2 procent. Dat zijn leningen waarvan de kredietnemer een betalingsachterstand van minstens 90 dagen heeft.

Het andere getal, dat minister Dijsselbloem van Financiën al in een Kamerbrief in mei 2014 noemde, klopt ook. Bij de drie grootste banken van het land (ABN Amro, ING en Rabobank) is „ongeveer 10 tot 20 procent van hun mkb-klanten onder bijzonder beheer gesteld”. Dat getal slaat dus op het aantal mkb-bedrijven, niet op de omvang van hun bankleningen. In absolute zin gaat dat om 42.000 tot 85.000 bedrijven. Volgens de Kamer van Koophandel zijn er per 1 januari ruim 422.000 bedrijven ingeschreven met tussen de 2 en 249 medewerkers in dienst, de meest gangbare definitie van midden- en kleinbedrijf.

Volgens de NVB krabbelt inmiddels meer dan helft van de ‘bijzonder beheer’-klanten op. Toch zijn mkb-bedrijven met betalingsproblemen vaak veel schrijnender dan grote concerns, waar het ‘bijzonder beheer’-percentage met 5 procent veel lager ligt. Het gaat daar immers vaak om privévermogens van kleine ondernemers. Daarbij is de kans op doorstart na een faillissement aanzienlijk kleiner dan bij grote bedrijven.

Conclusie

Of het nu om uitgezet krediet in miljarden euro’s gaat of aantallen bedrijven: het percentage van 10 procent is op twee manieren te koppelen aan de financiële problemen van het mkb. De stelling is waar.