‘Zodra hij thuiskomt krijgt hij de stofzuiger’

Jeroen Kuijer (49) is bakker en getrouwd met Iris Kuijer -Linckens (38), die als promotor bij groothandels werkt. „Als ik én werk op niveau zou moeten doen én de kinderen, zou ik continu op mijn tenen moeten lopen.”

Jeroen: „Om half acht is het papa-tijd.” Foto David Galjaard

Pyjamaritueel

Iris: „Na het avondeten hebben we ons pyjamaritueel. We zetten disco-muziek op en dan gaat Jeroen met de kinderen dansen.”

Jeroen: „Geen K3 hoor. Gewoon Bob Marley.”

Iris: „Ik ga dan ondertussen de keuken opruimen. Ik heb daar nooit meer zin in nádat de kinderen in bed liggen, dus dat moet daarvoor gedaan zijn. Dan in bad, tanden poetsen, boekje lezen. De oudste is heel geraffineerd, die houdt me nog zeker een half uur bezig. De deur moet open, of nee toch op een kier, nog even water drinken…Er zijn tijden dat ik denk: waar zit de uitknop?”

Jeroen: „Ik ben wat strakker, zeg: ‘om half acht is het papa-tijd’. En als het al laat is, moeten ze kiezen: óf disco, óf een verhaaltje. Met de oudste botst dat wel eens.”

Iris: „Jeroen is wat consequenter.”

Jeroen: „Als je zelf relaxt bent, zijn je kinderen ook relaxter. Als je moe bent lukt dat niet altijd.”

Iris: „Mijn energie is op een gegeven moment op. Ik zet ze de laatste tijd ook wat vaker voor de televisie als ik kook. Anders hangen ze zo aan me, en dat is soms echt gevaarlijk in de keuken. Als Jeroen op dat moment thuiskomt, mag hij de kinderen bezighouden.”

Jeroen: „Dan spring ik gelijk bij.”

’s Nachts werken vind ik fijn

Jeroen: „Ik werk in een bakkerij als broodbakker en heb op verschillende tijden dienst. Vaak denken mensen dat je als bakker vooral ’s nachts aan het werk bent, maar dat is maar om de drie weken. De andere twee weken heb ik dagdienst. Al vind ik ’s avonds werken wel fijn, dan heb ik overdag nog tijd om thuis dingen te doen. Grasmaaien, naar de tandarts gaan, de kinderen zien.”

Iris: „Ik heb de lerarenopleiding Engels gedaan en ben daarna het internationale bedrijfsleven ingegaan. Ik heb altijd salesfuncties gehad, tot ik mijn werk niet meer leuk vond. Ik heb toen mijn baan met goed inkomen opgezegd.”

Jeroen: „Ik zeg altijd dat je moet doen wat je leuk vindt.”

Iris: „Maar vlak nadat ik ontslag nam, begon de crisis. Toen was het lastiger om werk te vinden. We gingen verhuizen en kregen kinderen. Vanaf dat moment ben ik onder mijn niveau blijven werken. Via een uitzendbureau werk ik nu als promotor in groothandels. Het is geen rocket science maar de afwisseling is leuk. Ik ben nu ook vervangend teamleider geworden. En het is super om te combineren met een gezin. Als uitzendkracht bepaal ik elke week zelf hoeveel ik werk. Als ik én werk op niveau zou moeten doen én de kinderen, zou ik constant op mijn tenen moeten lopen. Daar ben ik te stressgevoelig voor.”

Overvolle agenda’s

Iris: „We vragen niet vaak een oppas, omdat we zelf naar het theater willen, of uit eten. We hebben wel buurmeisjes die af en toe oppassen, maar dat is alleen als we naar een verjaardag ofzo gaan.”

Jeroen: „We werden natuurlijk ook redelijk laat ouders, ik was halverwege de veertig. We kennen elkaar ruim acht jaar.”

Iris: „Het is heel snel gegaan, we hebben nog anderhalf jaar riant als tweeverdieners geleefd en zijn toen aan een gezin begonnen.”

Jeroen: „We wilden ook niet te oude ouders zijn.”

Iris: „Hiervoor hebben we al een heel leven gehad, zijn we vaak uit eten gegaan en naar concerten geweest. De behoefte wordt gewoon minder en het is al moeilijk zat om je vriendinnen te zien, iedereen zit met kleine kinderen en overvolle agenda’s.”

Jeroen: „Daar maken we dus wel tijd voor: allebei afzonderlijk afspreken met onze eigen vrienden.”

Iris: „We hebben sinds de kinderen eigenlijk ook nog meer sociale contacten opgedaan, allemaal van school. Omdat ik thuis ben, komen er altijd veel kinderen hier spelen.”

Doe ik het wel goed?

Iris: „Ik was best ambitieus, maar het moederschap dwingt me wel om dat even opzij te zetten. Dit is de meest veeleisende baan ooit. Je bent altijd aan het denken: doe ik het wel goed? Tot je wel moet accepteren: ik zal toch wel iets goed doen. Ik blijf opvoeden pittig vinden en snap niet dat ik daar niet meer ouders over hoor. Maar ik besef ook: je moet niet in een klaagzang vervallen. En over tien jaar zijn wij deze luierperiode ook vergeten. Maar nu we er middenin staan, vind ik het fijn om ook van andere ouders te horen als het niet zo goed gaat.”

Jeroen: „Ik help zoveel als ik kan.”

Iris: „O ja, hij doet meer dan gemiddeld. Zodra hij thuiskomt krijgt hij de stofzuiger, of vraag ik hem de kinderen bezig te houden. We doen evenveel in huis, al kook ik meestal.”

Jeroen: „We hebben geen vaste afspraken over de klusjes in huis.”

Iris: „Het zijn economisch wat magere jaren, vooral omdat ik niet meer zoveel bijdraag aan ons inkomen. Maar ik geef tijd aan mijn kinderen. Dat vind ik nu al bijzonder, maar ik denk dat ik later nog beter realiseer hoe fijn deze periode is.”