Voor wie juicht Nederland?

De Rode Duivels zijn in 2016 de meest Nederlandse ploeg op het EK. Niet vanwege hun aard of hun spel – maar omdat heel België ervan overtuigd is dat ze de finale gaan halen.

Conceptstickers voor de albums met voetbalplaatjes van het EK 2016.

Voor ruim 10 miljoen Belgen staat het nu al vast: op 10 juli van dit jaar zullen, om 21 uur, in het Parijse Stade de France, de Rode Duivels de aftrap geven van de finale van het Europees kampioenschap voetbal. Wie de tegenstander van België zal zijn, is minder duidelijk. De kans is groot dat het Duitsland is, maar dat moet Die Mannschaft nog maar laten zien. Een finale Duitsland-België zou de ultieme vernedering zijn voor Oranje: de voetbalbuur naar wie, ondanks de eigen kracht van Oranje, steeds is opgekeken versus de voetbalbuur op wie, ondanks de welgemeende Nederlandse sympathie voor de Rode Duivels, eigenlijk wordt neergekeken. Bij een kampioenschap waar de finalist van het WK 2010 en de nummer drie van het WK 2014 ontbreekt.

Het wordt hier in Nederland niet echt een leuke maand tussen de openingswedstrijd op 10 juni en de finale op 10 juli. Alleen mensen van 40 jaar en ouder kunnen zich nog herinneren dat er EK’s werden gespeeld waar Nederland niet aan deelnam. Dat gebeurde voor het laatst in 1984, toen Spanje na een verbluffende (en nog steeds betwiste) 12-1 won van Malta en zo de weg versperde voor Oranje. Ook toen ging Nederland niet naar Frankrijk. Alleen: aan dat eindtoernooi deden maar acht ploegen mee. Nu zijn dat er 24.

Supporteren

Voor wie van die 24 moeten we dan supporteren hier in Nederland? Even het rijtje afgaan: Frankrijk valt af, dat krijgt als gastland al genoeg voordeel. Dat geldt natuurlijk ook voor titelhouder Spanje. Juichen voor Duitsland gaat toch iets te ver, die finale van 1974 blijft pijn doen. Als we moeten kiezen tussen Rusland en Oekraïne, dan gaan we natuurlijk voor die laatste. Maar wie kent daar eigenlijk een speler van? Ierland, Wales, Italië en Engeland; daar supporteren we al voor bij rugbywedstrijden. Er kan natuurlijk geen sprake van zijn om te juichen voor Tsjechië, Turkije of IJsland. Die hebben met zijn drieën de weg naar Frankrijk geblokkeerd voor Oranje. Juichen voor voetbaldwergen als Noord-Ierland, Slowakije en Albanië (alle drie voor het eerst op een EK), voor Oostenrijk (tweede keer op EK) of voor Hongarije (present voor het eerst sinds 1972) hoeft niet. Zo diep zijn we nu ook weer niet gezakt. Zwitsers zijn nooit verder gekomen dan een eerste ronde, dat schiet evenmin op. Roemenië speelt in lelijke shirts en hun volkslied is niet om aan te horen. Bij Portugal houden we wel van Ronaldo, bij Polen van Lewandowski en bij Zweden van Ibrahimovic, maar niet van de tien anderen. Met Kroatië willen we niks van doen hebben, zelfs hun eigen spelers zijn boos over het chronische wangedrag van de supporters.

Blijft er, door eliminatie, maar één ploeg: de Rode Duivels van België. Een ploeg in topvorm. Die in de eerste ronde uitkomt tegen Italië, Zweden en Ierland. En weet u wat België dit keer zo bijzonder maakt? Nee, niet de aanvalskracht van Eden Hazard of Romelu Lukaku, niet die splijtende passes van Kevin De Bruyne of die heerlijke reflexen van Thibaut Courtois, niet de kracht van Vincent Kompany of de strategie van Marc Wilmots. Maar wél het feit dat het hele land zo zeker is van zichzelf. Dat iedereen nu al van een finale droomt en weet dat de Rode Duivels feestelijk zullen worden ingehaald op de Grote Markt in Brussel. Die mooie zelfspot waarmee het land van Kuifje en Magritte vroeger ten strijde trok, is totaal verdwenen. Die heeft plaatsgemaakt voor een zelfverzekerdheid die ik ooit maar in één land heb gezien: Nederland. En juist dat maakt van de Rode Duivels dit keer de meest Nederlandse ploeg op het EK.