Stop het horecavirus in onze binnensteden

Meer cafés, meer restaurantjes, nog meer juice bars en broodjeszaken in onze binnensteden. Het is een plaag, een virus, vindt Egbert Schuttert. Maak dan van de Tweede Kamer ook maar gelijk een grand café.

Terwijl in de meeste sectoren het herstel na de crisis slechts schoorvoetend inzet, floreert de horeca. Terwijl het ene hotel wordt geopend, is het andere in aanbouw, geen straathoek meer zonder Coffeecompany of dito hippe drink- of eetgelegenheid en Airbnb maakt van de hele stad een Albergo diffuso. Denk maar niet dat aan de groei van de horeca binnenkort een einde komt. Er liggen nog veel braakliggende terreinen.

Ooit hadden, naast woningen, vooral winkels het voor het zeggen in de Nederlandse steden. In de zee van woningen en winkels kwam je af en toe een café of eetgelegenheid tegen. Hoe anders liggen de verhoudingen nu. De al jaren geleden begonnen opmars van horeca is niet meer te stuiten. Koffiecorners, eetwinkels, shoarma- en falafeltentjes, broodjeszaken, cafetaria’s en traiteurs rijgen zich aaneen tot een doorlopend lint van eten en drinken. Wanneer je dan eindelijk denkt een ‘normale’ boekwinkel binnen te stappen is het eerste waar je op stuit een koffiehoek. Het rinkelende servies en de geanimeerde gesprekken vormen er een groot contrast met de serene stilte die we in boekwinkels gewoon waren. Zo is de horeca dus inmiddels ook binnengedrongen in de gewone winkels.

Dan is al snel het hek van de dam, bij de buurman kun je niet achterblijven. Gaat het hier meestal nog om kleine hoekjes, een koffiecorner met een gezellig zitje, in bibliotheken, warenhuizen en ziekenhuizen zijn de volumes substantieel. Voor een museum is een café of restaurant zelfs een visitekaartje, men staat er maar wat graag ruimte voor af.

Ook buiten, in het publieke domein rukt de horeca op. In Den Haag is het statige, ooit lege Plein tegenwoordig bezaaid met mondaine terrassen, in Amsterdam staan de terrastafeltjes tot op de gevaarlijk hellende bruggen. Gemeenten geven graag licenties af voor ambulante handel want het brengt geld op. Zagen we vroeger op een enkele plek een haringkar en in de zomer de ijscoman op straat, tegenwoordig hebben ze gezelschap gekregen van hotdogkarren, foodtrucks, duck trucks en andere vormen van rollende keukens. De bierfiets is wellicht de ultieme vorm in dit rijdende segment.

In de semipublieke sector is het met name de NS die de horeca heeft binnengelaten. Werd het statige centraal station ooit nog wel eens voor een kerk aangezien, tegenwoordig denkt menig argeloze reiziger in de foodhallen te zijn aangekomen. Te midden van al die Starbucks, Julia’s, Hema’s, juice bars en broodjeswinkels zie je reizigers wanhopig op zoek naar perrons. We mogen van geluk spreken dat de NS er überhaupt nog treinen wil laten aankomen en vertrekken.

Als we op zeker moment denken dat de stad verzadigd is met horeca moeten we nieuwe uitbarstingen elders vrezen. Want horeca ontwikkelt zich als een virus, er ligt nog veel onbesmet terrein in de stad. Wat te denken van al die scholen en onderwijsinstellingen? Gek genoeg zou je daar al horeca verwachten. Met dat rampzalige voedingspatroon van cola, energiedrankjes en chips ligt er toch een markt voor een of andere gezondheidsketen zou je denken. Scholen bestaan al lang niet meer uit een lange gang met aanpalende lokalen. In die grote, algemene ruimtes lijkt er ruimte genoeg voor de formules die we nu in het station aantreffen.

En dan hebben we nog de saaiste semipublieke ruimtes van Nederland, politiebureaus, rechtbanken, raadszalen. Wat zou het een verademing zijn als daar de horeca wordt binnengelaten. Hoe prettig is het niet als je na een aangifte op het politiebureau nog even kunt bijkomen met een latte macchiato of een glas wijn.

Dé plek waar in Nederland horeca gewenst is, is natuurlijk de Tweede Kamer. Het toeval wil dat er verbouwd gaat worden, vijf jaar lang zal er gewerkt worden en de plannen liggen nog niet vast. Een kans. Maak van de vergaderzaal een groot grand café waar het vergaderen – net als het reizen bij de NS – en passant plaatsvindt. Ik weet niet of u daar weleens op de publieke tribune hebt gezeten; de politici krijgen thee, koffie of een glas water, maar wij zitten er op een droogje. Nee, horeca zou politici en kiezers daar dichter bij elkaar kunnen brengen. In de pauze of na afloop van een debat, onder het genot van een glas een goed nagesprek met ‘het volk’ en de kiezer. Heel wat comfortabeler dan dat aanbellen bij de mensen thuis, meneer Samsom.