Volksfeest pur sang. Nu nog sneeuw

Boven: de Duitse troef Severin Freund vliegt langs de jury. Midden: Winnaar in Garmisch-PartenkirchenPetr Prevc zweeft tienduizenden toeschouwers tegemoet. Onder: Prevc met op de achtergrond het stadscentrum van Garmisch omringd door het lentegroene Wettersteingebergte.

Kijken naar zwevende mannen in kleurrijke pakken en op lange, brede latten is op 1 januari traditie in het Duitse Garmisch-Partenkirchen. Dat is al zo sinds Nieuwjaarsdag 1953, toen bevriende Duitse en Oostenrijkse skispringers afspraken voortaan rond de jaarwisseling een toernooi te houden en dat uit te smeren over vier dagen. Het anders zo rustige stadje in Beieren, gelegen aan de voet van het Wettersteingebergte, stroomt jaarlijks vol met mensen die met eigen ogen willen zien hoe skispringers – als ze van extreme schansen springen en verder dan 200 meter verderop hun landing inzetten worden ze skivliegers genoemd – zich onbevreesd als roofvogels in een duikvlucht het dal in laten storten.

Tienduizenden toeschouwers trekken er eerst twee dagen voor naar Duitsland, en daarna verplaatst het feest van het Vierschansentoernee zich naar Oostenrijk. Belangrijk onderdeel is de strijd tussen die twee landen. Rivaliteit zoals wij die kennen met onze zuiderburen bij het veldrijden, maar dan in het groot.

In deze sport geen hoger doel dan de eindoverwinning op de ‘Toernee’. Hoewel er elke vier jaar ook gesprongen wordt om de olympische titel, is winst na vier schansen en acht sprongen het summum. De winnaar is de springer die in het algemeen klassement eerste staat – losse overwinningen zoals die van de Sloveen Petr Prevc vrijdag in Garmisch zijn mooi, maar het gaat om de eindzege. Prevc voert de tussenstand na twee wedstrijden wel aan.

Winnen doe je in deze sport niet alleen door ver te springen. De landing is haast even belangrijk en er staat een jury om die te beoordelen. Als de Telemark-landing lukt (genoemd naar de Noorse provincie waar de sport werd geboren) – één been voor het been dat moet worden gebogen met de ski naar binnen gekanteld – én de afstand is goed, dan scoor je hoog.

In de geschiedenis van de Vierschansentoernee lukte het pas één man, de Duitser Sven Hannawald (in 2000/2001), alle vier de wedstrijden te winnen, en daarmee met afstand ook het hele toernooi. Hannawald beëindigde in 2005 na een zware burn-out zijn carrière, veroorzaakt door de stress die bij het skispringen komt kijken.

De Toernee had dit jaar opstartproblemen tijdens de eerste wedstrijd in Oberstdorf, Duitsland. Toen de stroom uitviel en daarmee de koeling van de baan, brak er paniek uit. Ook in Zuid-Duitsland is het ongewoon warm. Gelukkig was er een noodaggregaat voorhanden.

Het toernooi gaat zondag verder in het Oostenrijkse Innsbruck. De laatste wedstrijd is op 6 januari.