Nog altijd on the road

Voor de zesde keer doet de Nederlandse allround-autocoureur mee aan de Dakar Rally. Met (maximaal) 140 per uur scheurt hij vanaf zondag door de woestijn. In een truck.

Jan Lammers: „Bij al die wedstrijden vraag je je af: what the fuck doe ik hier? Boven jezelf uitstijgen, daar gaat het om.” Foto Robin Utrecht

Net terug van een partijtje scheuren in Zuid-Afrika. Donderdag vliegen, vrijdag rijden, zaterdag rijden en zondagnacht weer terug. Een clubrace in een GT4 toerwagen, ooit de grootste raceklasse op Zandvoort. „Heerlijk niveau”, maar „ook een leuke schnabbel.” O ja, daarvoor ook nog even op één dag duizend kilometer afgewerkt op het circuit van Magny-Cours in Nevers. In de bolide waarmee hij ooit op Le Mans rondreed: de zwart-witgeblokte Dome S101, destijds een futuristisch racemonster van Japanse makelij, inmiddels gerestaureerd en weer op snelheid gebracht. „Serieus circuit, serieuze auto’s. Op die manier blijf ik wel lekker in de running.”

In juni wordt Jan Lammers 60, maar nog altijd forenst de autocoureur tussen de continenten. Racen, maar ook naar zijn kinderen in de Verenigde Staten. Hij leeft van spontaniteit, zegt hij. Altijd in voor een gek idee, „bij het manische af”. Het bracht hem in alle takken van de autoracerij: van Formule 1 tot Le Mans, maar hij liep er soms ook zakelijke kreukels door op. „Soms laat ik me te veel leiden door m’n passie en gaat het ten koste van het zakelijk verstandige”, zegt Lammers in een grand café in Abcoude. „Maar er moet uiteindelijk wel iets te verdienen zijn.”

Twee weken afzien in desolaat land

Zondag start Lammers als truckrijder in de Dakar Rally, de jaarlijkse woestijnrace van 9.000 kilometer door Argentinië en Bolivia. Peru is door de organisatie uit het schema geschrapt met het oog op verwacht natuurgeweld, gevolg van El Niño. Chili viel al eerder af.

Dakar is twee weken afzien in desolate landschappen vol zand, gruis en modder. Zwoegen in de hitte van eindeloze vlakten, ploeteren in de ijle lucht van hoge Andespassen. Het schrappen van Peru was voor teamgenoten van Lammers reden om zich terug te trekken. Die hadden zich juist helemaal ingesteld op een programma vol ‘duinen’. De pistes zijn sneller dan voorgaande jaren, echt iets voor Lammers. De topsnelheid is voor iedereen begrensd op 140 kilometer per uur. „Dat haal ik makkelijk.”

Hij rijdt in een truck van het GINAF-team, samen met de debuterende navigator Erik Kofman, luchtverkeersleider uit Enkhuizen. Het is nu al weer de zesde keer dat hij meedoet. De attractie van het evenement? „Zelfkastijding. Net als ’s nachts op Le Mans rijden. Heb ook twee keer de marathon van New York gedaan. Bij al die wedstrijden vraag je je halverwege af: what the fuck doe ik hier? Boven jezelf uitstijgen, daar gaat het om.”

Er doen naast auto’s, motoren en quads 58 trucks mee aan Dakar, de rally die ooit begon in Afrika, maar in 2009 vanwege terreurdreiging uitweek naar Zuid-Amerika. De concurrentie is zwaar, komt ook van de Brabanders Gerard de Rooy (Iveco) en Hans Stacey (MAN). „De Kamazzen zijn allemaal sterk.” Daarmee doelt Lammers op de Russen die in hun Kamaz-trucks al twaalf keer Dakar hebben gewonnen. „Als ik in de buurt van de top-10 kan komen, zou ik heel blij zijn.”

Dakar is als een voetbalkamp...

Dakar, met een traditioneel sterk contingent Brabanders, betekent ook veel lol maken. Het is net of je op voetbalkamp gaat met auto’s, vertelt Lammers. „Je moet er niet als prima donna met een smetteloze race-overall naar toe. Dan word je flink op je plaats gezet. Dat is het klimaat waar ik van hou: mensen met veel competentie, veel passie en weinig pretentie. Het is een atmosfeer zonder raffinement of politieke spelletjes. Als je elkaar kunt helpen, prima. Maar niet ten koste van alles: als ik top-10 kan rijden en ik stop voor iemand dan heeft hij een rotdag en ik ook.”

Zeker, er doen ook vermogende ondernemers aan Dakar mee, maar wat geeft dat? „In de Formule 1 rijden Pérez, Nasr en Maldonado mee door hun geld. Dat wil niet zeggen dat ze geen talent hebben. Er zijn arme mensen met heel veel geld die meedoen. Die roken hun geld op. En je ziet rijke mensen met weinig geld die intens genieten en het maximale eruit halen.” Maar patsers die uit existentiële verveling racen? Nee, die zijn er in Dakar nauwelijks, bezweert hij.

...een omstreden evenement ook

Hij weet dat de rally omstreden is. Milieugroeperingen vrezen het molesteren van verstilde natuur. De protesten zijn verstomd, zeker niet meer zo fel als toen de rally nog door Afrika ragde en dodelijke slachtoffers onder de lokale bevolking maakte. Lammers voelt zich niet bezwaard. „Er wordt enorm opgelet dat je geen rotzooi uit je auto gooit. Als je ziet met wat voor materieel ze daar in de mijnen in de weer zijn. Gigantische kiepauto’s die de hele dag af en aan rijden. Wat wij doen is maar een druppel op de gloeiende plaat.”

Natuurlijk hebben de milieugroepen een beetje gelijk, erkent Lammers, maar ze moeten niet doorslaan. En bovendien inspireert het racen mensen die dat niet kunnen. „Invaliden in een rolstoel zijn vaak de grootste fans van ons. Die vinden het geweldig wat je doet, dat je leeft.”

Hij heeft nooit een euro aan Dakar verdiend, zegt hij. Maar zo’n race draagt bij aan het merk Jan Lammers: knuffelcoureur met nog altijd een behoorlijke schare fans. Hij is populair in het lezingencircuit, is Formule 1-analist en ligt goed bij sponsors. Grossiert in uitspraken die zo op een tegeltje kunnen. Voorbeeld: „Die auto weet niet hoe oud ik ben.” Dakar poetst zijn profiel op. „Ik doe weer wat geks.”

Hij groeide op in Zandvoort, vlakbij het duinencircuit waar ook Formule 1 nog thuis was. Kind uit een groot gezin. Geen armoede, maar wel chronische geldkrapte. Begon met racen op zijn zestiende, ontdekt door de de Nederlandse auto- en rallycoureur Rob Slotemaker, die in 1979 verongelukte. Lammers gold als groot talent, debuteerde op zijn 22ste in de Formule 1, won in 1988 de 24 Uur van Le Mans en maakte in 1992 na tien jaar een unieke comeback in de koningsklasse.

Het meest trots op de Formule 1

Le Mans is zijn enige echte prijs, want zijn carrière in Formule 1 smoorde in pech en kansloze auto’s. Zelf ziet hij het anders. Op Le Mans, relativeert Lammers, loopt er een team van tweehonderd man om je heen en race je met twee teamgenoten. „Daar win je nooit alleen, Le Mans kun je wel alleen naar de klote helpen door die auto de vangrail in te sturen.” Nee, het meest trots is hij nog altijd op zijn optreden in de Formule 1. „Mijn beste kwalificatiepositie is vierde, nog steeds een record in Nederland. Dat heeft Jos Verstappen niet verbeterd en Max ook nog niet. Als je je als vierde kwalificeert, kun je in een normale race gewoon op het podium komen. Dat was in Monaco gelukt als ik niet bij een startongeluk betrokken was geraakt. Ik stond tien ronden in de pits. Toen ik weer op de baan kwam zat ik achter Gilles Villeneuve die tweede lag. Gewoon er achteraan gereden, dat tempo kon ik heel goed bijhouden.

„Ik had het niveau om in de top mee te rijden – dat bewijs heb ik voor mezelf wel geleverd. Er waren wel zes races waarin ik in de top-10 kon draaien. En Monaco is een circuit waar het over het stuur gaat. Daar ben ik trots op.”

Eerlijk is eerlijk, zegt Lammers: Jos Verstappen is nog altijd de meest succesvolle Nederlandse coureur aller tijden. Reed in een topteam en werd twee keer derde. „Altijd veel respect voor Jos gehad, omdat hij de dingen voor elkaar kreeg die mij niet lukten. „Maar hij zal binnenkort worden ingehaald door Max.”

Geen geld, drank en lekkere wijven

Over het debuutjaar van Max Verstappen is hij lyrisch. „Als Max dit jaar bij Mercedes had gezeten, was hij al wereldkampioen geworden. Hij kan nu al meer dan Lewis Hamilton of Nico Rosberg. Als coureur én als totaal mens.”

De sport heeft talenten als Verstappen hard nodig, zegt Lammers, want wat het racewereldje weleens vergeet: Formule 1 is entertainment. En met zijn inhaalkunsten vermaakt Max de liefhebbers als geen ander.

Er is nu te veel ‘regulering’. „Inhalen is een kunst, maar die kunst moet je cultiveren door ook blokkeren toe te laten.” En er is een overmaat aan technologische verfijning. Formule 1 is een ingewikkelde sport geworden. Vroeger kon je de coureurs nog aan het geluid herkennen. „Aan het terugschakelen kon je horen wie eraan kwam. Andretti schakelde terug van zijn vijf naar zijn twee, Jacques Laffite was zo bezig met zijn versnellingen dat je dacht: die is druk.”

Lammers is nog niet toe aan het opmaken van een balans, maar rijk is hij in elk geval niet geworden. „Ik heb jaren gehad dat ik miljoenen verdiende. In totaal? Ongeveer 30 miljoen. Zeg maar uit de markt gehaald. Maar alles ging weer naar de racerij. Geen geld, drank en lekkere wijven. Wel een geweldig leven.”