Column

Nacht van de knal

S. Montag

In deze krant van 2 januari staat al hoeveel slachtoffers het vuurwerk dit jaar met Oud en Nieuw ongeveer heeft gemaakt. Ze zijn nog niet allemaal geteld, het zullen er nog wel meer worden en dat aantal zal dan over een maand of elf voor nog meer mensen dienen om een algemeen verbod op vuurwerk te eisen.

Ze hebben gelijk. Op de televisie was een man die het vorig jaar een oog was kwijtgeraakt. Er is niets dat zo’n verlies kan compenseren. Het risico voor het individu is groter dan het plezier van de massa. Hoe komt het dan dat aan het eind van het jaar het afsteken van vuurwerk een onuitroeibare behoefte is? Raadpleeg Google. Je wordt er bedolven onder het aanbod van al die handelaren die je de beste knal of flits willen verkopen en ze hebben geen gebrek aan klanten.

Wat is het geheim van de knal? Waarom willen zoveel mensen juist aan het einde van het jaar knallen veroorzaken waarna ze zich voor de rest weer rustig houden? De knal is het meest geconcentreerde bewijs van het definitieve afscheid en de daarop volgende bevrijding. Het oude jaar is versleten, je hebt er meer dan genoeg van, je verlangt naar die nieuwe kersverse dagen. En dan, om middernacht is het zo ver. Dat vier je en je bewijst het met de knal. Tegen twee uur ’s nachts is het feest afgelopen en dan moet je weer een jaar wachten.

Rudy Kousbroek was van mening dat een uitvinding pas deugt als die gepaard gaat met een knal. Hij had gelijk. Uitvinden is ook een vorm van afscheid nemen: van het oude dat daardoor plotseling gebrekkig en misschien ook belachelijk is geworden. En de knal is ook de kortste vorm van auditief geweld. Door een knal te veroorzaken neem je ook wraak op een verleden dat je al had afgedankt. Maar dat valt ook op andere manieren aan te pakken.

Op de ouderwetse Nederlandse kermis stond een tent die ‘De vrolijke keuken’ werd genoemd. Daar had je een uitstalling van oud afgedankt aardewerk. Tegen betaling van een zeker bedrag kreeg je tien stenen waarmee je zoveel mogelijk aan scherven kon smijten. In Amerika had je een verwante instelling, Hit the Man of Distinction. Daar stond aan het eind van het langwerpige tentje een heer in onberispelijk smoking. De klant kreeg vijf modderballen waarmee hij die man mocht toetakelen. Waarschijnlijk zijn deze instellingen door de voortschrijdende beschaving voor ontoelaatbaar verklaard.

Maar of we het willen of niet, de gevestigde orde blijft verzet wekken, soms op de meest onverwachte plaatsen en ogenblikken. Ik herinner me een opmerking van Erik Hazelhoff Roelfzema. Een dappere en beschaafde man. Over zijn succes als ‘Soldaat van Oranje’ werd hij voor de televisie geïnterviewd. Aan het eind van het gesprek zei hij: „Ja heren, die oorlog. Dat was een verdomd mooie tijd.”

Een paar jaar later hebben Hans Keller, Hans Verhagen en ik de televisiedocumentaire Vastberaden, maar soepel en met mate gemaakt, over Nederland in bezettingstijd. Daarin komt iemand voor die zich vrijwillig bij de SS had gemeld en in Rusland had gevochten. Daar was hij een arm kwijtgeraakt. Na de Bevrijding kwam hij hier voor het gerecht, werd ter dood veroordeeld maar kreeg gratie.

Hij was een begaafd verteller. In de oorspronkelijke versie duurde zijn verhaal wel een paar uur. Hij kwam aan het einde, zuchtte diep en zei: „Tja heren, het is weer voorbij, die mooie zomer.” De titel van een liedje van Gerard Cox dat in die tijd in de top tien stond.

Als je het zo bekijkt zou je niet zeggen dat we hier in het recente verleden een van de grootste vuurwerkrampen uit de geschiedenis hebben beleefd. In de nacht van 13 mei 2000 ontplofte in Enschede de vuurwerkfabriek S.E. Fireworks. Er ontstond een kettingreactie waarbij tenslotte 23 doden zijn gevallen, 950 mensen werden gewond en een hele woonwijk, Roombeek, werd verwoest. Zal het helpen tegen de gevaren van het vuurwerk? Over Enschede wordt weinig meer gepraat. Gelukkig nieuwjaar!