Machines zijn eerder op te lichten dan mensen

Wordt er bij al die toekomstdromen over robots wel over het recht gedacht? Machines zijn makkelijker op te lichten dan mensen. Tenminste dat herinner ik me toen mijn schoolvrienden en ik, snikkend van het lachen, een snoepautomaat zo wisten te manipuleren dat de Marsrepen er ‘gratis’ uitrolden. De gelegenheid maakte de dief.

Een poosje geleden beschreef nos.nl een ‘nieuwe manier’ waarmee pomphouders werden bestolen. De benzinedieven arriveren in busjes met verborgen tanks, hacken de pomp, zetten de teller op nul en tanken zich helemaal vol. Dan zetten ze de teller weer aan, zodat de volgende klant niks merkt. Sorry, maar ik moest toch weer lachen. Dit is kat-en-muis. Welke sukkel zet er dan ook benzinepompen open langs de weg, in de veronderstelling dat àlle klanten vrijwillig betalen. Dat 99,9 procent dat echt doen, komt omdat de mens toch een moreel en ordelijk ingesteld wezen is. De oplossing ligt voor de hand. Eerst je pasje erin, borg betalen en dan tanken. Zo werken onbemande pompen. Maar dat wil de branche niet. Dan komen de klanten immers niet meer binnen om Marsrepen te kopen.

Bedrijven bieden vaak willens en wetens de gelegenheid tot diefstal, als neveneffect van het zo toegankelijk mogelijk maken van de koopwaar. Jongste voorbeeld zijn de AH-supermarkten waar zelfscannen en pinnen is ingevoerd. Dat verlaagt dus de drempel tot winkeldiefstal. In politiekring vernam ik dat het bedrijf nu eenvoudiger aangiftes voor deze nieuwe categorie pinsmokkelaars wenst. Eerst de eigen controle afschaffen en daarna de kosten verplaatsen naar de schatkist? Ik zou zeggen, zoek het lekker zelf uit, met je scan/pin ideetje. De conducteur afschaffen bleek ooit ook niet zo’n denderend idee. En hou ook op met klagen over dieven die je zelf de weg wijst. Bij nieuwe technologie hoort ook een minimale preventieplicht. Daar hoor je de robot- en digiprofeten nooit over.

Waar ik me meer bij kan voostellen zijn robots in de rechtspraak. In de VS kunnen algoritmen inmiddels met 70 procent betrouwbaarheid voorspellen wat de uitkomst zal zijn van civiele zittingen. Er wordt gemeten hoe lang de rechter met de advocaat spreekt, hoeveel vragen er worden gesteld. En wat ongeveer het sentiment is, in die vragen.

Er bestaan ook al robots die alle jurisprudentie analyseren en daaruit afleiden welke variabelen een Supreme Court arrest bepalen. Hier doemt de cassatiecomputer op, die voorspelt welke zet de hoogste rechter zal doen, op basis van eerder gedrag. Hoogleraar recht en technologie Corien Prins schreef er in september over in het Nederlands Juristen Blad.

Zo kwam ik terecht op ravellaw.com, een site die een zoekmachine aanbiedt die trends en kernoverwegingen signaleert. Daar lees je dit: „Hartelijk welkom bij de Uitspraakvoorspeller, ontworpen om u te helpen begrijpen hoe rechters denken, schrijven en beslissen. Iedere beslissing, ieder citaat en iedere verwijzing van uw rechter, samengebracht op één plek. [..] Onze data stellen u in staat om patronen en details te herkennen die uw rechter doorgaans belangrijk vindt. Ontdek de wetsartikelen die uw rechter meestal citeert. Ontdek waarin uw rechter verschilt van zijn collega’s.” Hier zien we big data in de praktijk. Dit is nuttige, ‘meta-informatie’ ontgonnen uit de uitsprakenberg. In Nederland omvat die 1.75 miljoen uitspraken, waar nu vrijwel niets mee gebeurt. Rechtspraakanalyse is een mandarijnenwetenschap beoefend in niches, waar ieder eigen trends en ontwikkelingen signaleert. Doelgroep: andere juristen. Intussen wacht er een kennisberg op ontginning. Hoe zit het met rechtsgelijkheid, met straftoemeting, met consistentie en rechtszekerheid? Past iedere rechtbank wel recente kennis en jurisprudentie toe? bijvoorbeeld. Ook over wetstoepassing valt veel te leren. Waar lopen burgers vast. En wat werkt; wat zijn best practices? Iedere bestuurder, wetenschapper of journalist zou deze databerg moeten kunnen ondervragen. Gewoon, omdat het kan.