Column

Lemmy: ‘Ik heb een pantser in mijn gehoorgangen’

Afgelopen week overleed de legendarische rocker Lemmy Kilmister. NRC-recensent Jan Vollaard ontmoette hem in 1995, bij het verschijnen van Motörheads dertiende album.

‘You want a drink.” Na een korte begroeting komt Lemmy meteen ter zake. „Yes please”, zeg ik behoedzaam, „mag ik een cola?” Het is half elf ’s ochtends in het hoofdstedelijke American Hotel en de fles Jack Daniels op tafel lijkt me niet de meest verstandige optie. Lemmy’s gezicht betrekt. „No”, bromt hij. „Do you want a drínk?” Okee, stamel ik. De zanger en bassist van Motörhead schenkt twee Jack and cokes in, verhouding fifty fifty. Cheers mate! Het interview kan beginnen.

Eén (voor mij) gedenkwaardige ontmoeting had ik met Lemmy Kilmister, in 1995 bij het verschijnen van Motörheads dertiende album Sacrifice.

In dat gesprek met de toen 49-jarige hardrocklegende moest ik een paar heikele kwesties uit de weg helpen.

Of hij niet doof was geworden van twintig jaar toeren met de hardste band ter wereld? „Nee, ik ben niet doof. Wel vaak geweest, vlak na het optreden. Maar het menselijk regeneratievermogen is onvoorstelbaar. In de loop der jaren heb ik een pantser in mijn gehoorgangen ontwikkeld.”

Neem voldoende rust tussen de periodes waarin je aan extreem lawaai bent blootgesteld, was Lemmy’s advies. Dan komen je trommelvliezen er vanzelf weer bovenop.

Waarom zong hij altijd rechtstandig omhoog, was een andere vraag die mij bezighield sinds ik Motörhead in 1987 voor het eerst had zien optreden in de nog naar de veemarkt van die ochtend ruikende Brabanthallen. „Je kunt beter vragen waarom anderen dat níet doen. Recht omhoog is de kortste weg van je longen naar de microfoon. Het is volstrekt logisch om je luchtpijp strak te trekken voordat er een lading lucht doorheen wordt geperst. In Japan hebben ze een prachtige manier gevonden om mijn techniek te omschrijven. Daar zeggen ze dat ik bergopwaarts zing.”

Hij had zijn roeping als zangpedagoog gemist, vond Lemmy. Veel hardrockzangers zouden nog iets van hem kunnen leren.

Je zou het niet zeggen aan de hand van zijn Hells’ Angels-uitdossing, de twee enorme wratten op zijn linkerwang en het schijnbare simplisme van zijn teksten, maar Lemmy was een van de meest intelligente rockers die ik ooit mocht ontmoeten.

You know I’m born to lose [...] but that’s the way I like it baby, zong hij in zijn onverwoestbare hardrockklassieker Ace of Spades. Seks, drugs, rock-’n-roll en de dood. Daar draaide het om in zijn leven, stelde hij tevreden vast. Niet wetende dat hij nog 21 jaar te gaan had voordat een agressieve vorm van sluipkanker hem zou vellen.

Zachte rock-’n-roll is een contradictio in terminis, vond Lemmy. Motörhead moest het laatste zijn wat je ooit gehoord hebt. Till deaf do us part.

Jan Vollaard