Lekker doorsparen als je wakker ligt van risico’s

Een huishouden in Nederland heeft gemiddeld zo’n 45.000 euro spaargeld op de bank. Lucratief is dat niet, met de alsmaar dalende rente. Toch maar doorsparen, of op zoek naar alternatieven?

illustratie XF&M

Een paar keer per jaar is het raak: dan meldt je bank weer dat de rentetarieven worden ‘aangepast’. Of beter gezegd: naar beneden gaan. Wie spaart, krijgt nu bij veel banken nog een schamele 0,4 procent rente over zijn spaargeld. En dat betekent dat de spaarder inteert op zijn buffer, want de inflatie bedraagt zo’n 0,7 procent.

Het is een goede reden om je te beraden: hoe kun je je geld beter laten renderen? Op de beurs? Hypotheek aflossen? Uitgeven en zo minder vermogensrendementsheffing betalen? Geld uitlenen aan ambitieuze starters of groene bedrijven via crowdfunding en zo ook nog wat goeds doen voor de wereld?

Of toch je geld op de bank laten staan? Geen domme keuze, vindt Greet Vernooij, onafhankelijk financieel planner. „Je weet namelijk precies wat je hebt en loopt geen risico, ook al daalt de rente en ga je er door de inflatie iets op achteruit.” En precies weten hoeveel je hebt, is uitermate handig als je de eindjes aan elkaar moet knopen of spaart voor een huis. Heb je daarentegen geld over, dan kan het slim zijn om te kijken of je elders meer rente kunt krijgen.”

340 miljard euro spaargeld

Dat veel Nederlanders de bank nog steeds een veilige plek vinden voor hun spaargeld, blijkt uit cijfers van het CBS: een huishouden heeft gemiddeld circa 45.000 euro spaargeld en elke maand leggen we met z’n allen een paar miljard opzij. Een half jaar geleden zat er zo’n 340 miljard euro in onze spaarpotten.

Wie toch op zoek wil naar een beter renderende spaarmethode, moet zichzelf altijd eerst afvragen wat het doel is van zijn spaargeld. Weet je nu al dat je binnen één of twee jaar een nieuwe auto nodig hebt of streef je naar gezinsuitbreiding, dan is het handig om je spaargeld binnen handbereik te houden en het niet vast te zetten in een belegging of er anderszins risico mee te lopen.

Het Nibud adviseert een gezin met twee kinderen om een financiële buffer van minimaal 5.200 euro aan te houden. Met een auto en/of koophuis zou dat nog iets meer moeten zijn. Een alleenstaande kan toe met een reserve van 3.750 euro. Vernooij: „Beleggen is alleen een optie voor mensen die langere tijd hun geld niet nodig hebben en bereid zijn risico te nemen. Want er hoeft maar ergens ter wereld wat te gebeuren en de beurs kan naar beneden klappen. Het rendement dat je ophaalt op de beurs is moeilijk te voorspellen.”

De hypotheek maar aflossen dan? Dat is inderdaad de beste oplossing, vindt Robin Fransman, hoofd financiële sector bij adviesbureau de Argumentenfabriek. „Tenminste, als je geen risico wilt lopen. Je hypotheek aflossen is waardevast en je opbrengst is gegarandeerd in de vorm van de rente die je voortaan niet meer betaalt over je lening.” Nadeel is wel, waarschuwt Fransman, dat je minder geld ter beschikking hebt en dat ook niet zo gemakkelijk terughaalt. „Dit is zeker geen alternatief voor mensen met slechts een paar duizend euro spaargeld. Die hebben eigenlijk geen andere optie dan hun geld op de bank te laten staan.”

Spaarders die best 10.000 euro kunnen wegzetten in de hoop meer rente op te halen, kunnen ook denken aan ludiekere beleggingen, suggereert Fransman. „Leg bijvoorbeeld zonnepanelen op je dak. Dan heb je een rendement van 6 tot 13 procent. Voor een klein dak ben je maar een paar duizend euro kwijt.”

Risico aandurven

Geld uitlenen aan je kinderen, is ook een mogelijkheid. Het levert beide partijen voordeel op, rekent Vernooij voor. „Stel, je leent een ton uit tegen 3 procent rente. Dan krijgen de ouders meer rente dan op de bank en de kinderen zijn goedkoper uit dan wanneer ze bij de bank lenen. „Dit is een populaire optie voor mensen die hun geld echt niet nodig hebben.”

Voor wie (veel of een beetje) geld over heeft en wel wat risico aandurft, kan ook crowdfunding een goed alternatief zijn. Honderd euro is al genoeg om mee te beginnen en het rendement is doorgaans aanzienlijk hoger dan bij de bank, gemiddeld 7 tot 8 procent. De projecten waarin de belegger geld kan steken, zijn zeer uiteenlopend: van kleine bedrijven in ontwikkelingslanden tot kunstenaars en van windmolenparken tot de eenpitter die de drukkerij van zijn ouders heeft overgenomen. In de eerste helft van 2015 werd in Nederland 49 miljoen euro via crowdfunding opgehaald, volgens onderzoek van Douw&Koren.

„Ik raad de beginnende belegger aan om eerst eens op crowdfundingplatforms te kijken wat hem aanspreekt”, adviseert Tasso Heijnen, eigenaar van bureau Crowdfunding Advies. „Zie je iets waar je verstand van hebt? Of voel je je betrokken bij een sociaal doel? Lees dan heel goed de propositie: zijn de genoemde prognoses realistisch? En verdiep je in de ondernemer door met hem of haar contact op te nemen via een crowdfundplatform.” Begin altijd klein, adviseert Heijnen, met 50 of 200 euro. „Krijg je vertrouwen in investeren via crowdfunding doordat de projecten slagen en de rente over de lening steeds op tijd wordt terugbetaald, dan kun je er meer in steken.” Een indicatie dat een project veilig is: als de intekening snel volloopt. „Dat laat zien dat veel mensen er vertrouwen in hebben.”

Lig je wakker van spannende beleggingen, zegt financieel planner Greet Vernooij, dan is het misschien tóch het beste om je geld op de bank te laten staan. Hoe vervelend de lage rente ook is. „Want dan heb je de zekerheid dat het vermogen weliswaar wat inteert, maar nog voldoende is om te doen wat je wilt. Je betaalt een prijs voor je rust.”