Is het voor jou geen tijd om over te stappen naar een hippe start-up?

Met al die snelle vernieuwing kan het verleidelijk zijn om niet te kiezen voor een loopbaan een groot bedrijf en te gaan werken bij een start-up. Maar dat is niet voor iedereen slim. „Je wordt in het diepe gegooid.”

Floris van Hoogenhuyze, oprichter van Barqo. Foto Merlin Daleman

Bij het woord start-up doemt al snel het beeld op van jonge, slimme mensen in een hippe ‘work space’ met zitzakken en voetbaltafels. Lekker in je capuchontrui gevestigde bedrijven en markten ‘disrupten’ - en ondertussen groeien naar een bedrijf met een waardering van een paar miljoen.

Leuke baan, en bovendien hebben start-ups de toekomst, toch? Als je de snelle veranderingen in allerlei branches ziet, komt al snel de vraag op of het inmiddels niet verstandig is om aan te haken bij de trend en aan de slag te gaan bij een jong bedrijf. Maar dan moet de cultuur en werkwijze van een start-up je wel aanspreken.

Deze maand verscheen het boek Suits & Hoodies - Het geheim van de succesvolle start-up  van ondernemer Quintin Schevernels. Hij vergelijkt daarin de werkwijze van grote ondernemingen met die van start-ups. Hij heeft bij beide soorten bedrijven gewerkt, als manager, directeur en investeerder. Volgens hem zijn er vier belangrijke vragen om aan jezelf te stellen voordat je bij een start-up aan de slag gaat.

1. Geloof ik in het concept waar ze mee bezig zijn?

Schevernels: „Het mooie van werken bij een start-up is dat je hard kunt meegroeien met het bedrijf. Als jonge of nieuwe werknemer krijg je taken waar je in een groter bedrijf nog lang niet verantwoordelijk voor zou zijn. Er zal daarom ook meer ruimte voor goede ideeën of suggesties zijn. Maar het is dan wel belangerijk om te beseffen dat elke start-up gebouwd is op een droom. Die droom, dat concept, moet bij je passen, anders kun je nooit enthousiast meegroeien en er de tijd en energie in steken die nodig is. Dan ben je misschien wel hoofd marketing geworden, maar is het van een bedrijf waar je zelf niet in gelooft. Dat werkt niet.”

2. Heb ik de discipline om mijzelf te ontwikkelen?

„Bij een start-up word je in het diepe gegooid. Veel zul je zelf moeten uitzoeken. Dat is niet voor iedereen de snelste manier om te leren. Soms is een traineeship bij een groot bedrijf juist handig: daar nemen ze je meer aan de hand, en zijn er budgetten om opleidingen te volgen. Bedenk wat voor jou de beste leermethode is.”

Adviezen van Neelie Kroes over het werken voor een startup:

 

Kies je toch voor een start-up, dan zul je meer verantwoordelijkheid voor je persoonlijke ontwikkeling moeten nemen, aldus Schevernels. „Kies voor een coach of een mentor, lees met regelmaat goede boeken of volg een cursus.”

3. Geloof ik in de oprichters en kan ik goed met ze opschieten?

„Oprichters zijn extreem bepalend. Het is hún idee, en hún bedrijf, dus hun manier van werken is vaak de cultuur van het bedrijf. Die moet bij je passen. Ze hebben niet altijd de leidinggevende capaciteiten om een groeiend team te managen. Toets ook of hun beweringen over het bedrijf realistisch zijn: ik ontmoet heel veel start-up-oprichters die vrij naïef zijn, denken zomaar even de wereld te veroveren. Dat is leuk, maar je kunt zelf even nagaan of het echt klopt dat er bijvoorbeeld geen concurrentie in de markt is. Blijf helder nadenken voordat je een contract tekent.”

4. In welke fase zit de start-up?

„Altijd belangrijk om in de gaten te houden: is dit een mooi idee, of zijn ze al verder op weg? Als ze alleen nog maar kosten hebben en geen omzet draaien, kan het geld natuurlijk zomaar op zijn. En je baan weg. Praat hier goed over tijdens de sollicitatiegesprekken, zodat je weet waar je in terecht komt. Als je vroeg instapt is het soms gebruikelijk om een klein percentage van de aandelen te krijgen, van 0,1 procent, of misschien 0,5 procent. Dat lukt beter als je de vierde persoon in een start-up bent, dan wanneer je er als twintigste werknemer bij komt. Soms kun je je pakket aandelen uitbreiden door zelf te investeren in het bedrijf. Zo’n investering schept ook vertrouwen naar de oprichters toe.”