Iedereen strandt bij de grens

Onder druk van ‘Europa’ heeft Turkije zijn grenscontrole verscherpt. „Je kunt niet meer heen en weer.”

Gevechten tussen IS en het Vrije Syrische leger in het district Azaz bij Aleppo, begin december (links) en half september (rechts) te zien vanuit het Turkse Kilis. Foto Izzet Mazi/Getty Images

Als hij vijf uur op de loer heeft gelegen, wachtend tot de militairen op de grens de andere kant op kijken, geeft Abbas Mohammed (25) het op. De Syriër wil de 100 Turkse lira (30 euro) terug van de smokkelaar die hem een pad zou wijzen, illegaal Syrië in. „Ik probeer het nog twee dagen met andere smokkelaars”, zegt hij op de terugweg naar Elbeyli, een dorp op de Turks-Syrische grens waar veel smokkelaars wonen. Mohammed wil na zeven maanden werken in Turkije op bezoek bij zijn ouders en zussen, die nog in Syrië wonen. „Het is zo moeilijk geworden.”

Turkije staat onder zware internationale druk de grens met Syrië waterdicht af te sluiten. Buitenlandse extremisten die zich bij de terreurgroep Islamitische Staat (IS) voegen. Jihadisten die aanslagen plegen zoals in Ankara en Parijs. Keer op keer blijken ze erin te zijn geslaagd Syrië via de 911 kilometer lange grens met Turkije in of uit te reizen. De internationale coalitie die bombardementen uitvoert op IS heeft er genoeg van.

De meest problematische zone is de 98 kilometer tussen Kilis en Jarabulus, waar Turkije direct aan het ‘kalifaat’ van IS grenst, zoals in Elbeyli. Zonder smokkel van mensen, geld en onder meer auto-onderdelen via deze corridor, zou het voor de organisatie een stuk moeilijker zijn het kalifaat draaiende te houden.

De Turkse regering zegt er alles aan te doen om jihadisten tegen te houden, zowel op de vliegvelden als aan de landgrens. De officiële overgangen op de landgrens zijn sinds begin maart gesloten. De grensbewaking is aanzienlijk opgevoerd. De laatste zet is de bouw van een drie meter hoge betonnen grensmuur met prikkeldraad bovenop.

Achter de olijfgaarden buiten Elbeyli is het begin daarvan te zien. Opleggers brengen nieuwe betonnen delen. De muur, demontabel en verplaatsbaar, moet uiteindelijk negentig kilometer lang worden en de hele grens met het kalifaat afgrendelen. Op de heuvels tussen de boerderijtjes aan de Turkse kant staat luchtafweergeschut met de loop naar Syrië. In de droge koude grond aan de andere kant klinken doffe knallen.

„Je kunt niet meer heen en weer”, zegt Yasser (36) stellig. Hij is een Syriër uit Azaz, een stadje vlak over de grens. Vier jaar geleden week hij uit naar een dorpje naast Elbeyli. Met een plastic harkje kamt hij door de takken om zwarte olijven te oogsten. Aan het begin van de oorlog ging hij nog geregeld terug naar huis om daar poolshoogte te nemen, maar dat is al een jaar niet meer gelukt. „Tegenwoordig schieten ze, ook gericht op lichaamsdelen. Mijn moeder en zus wachten al twee maanden aan de andere kant van de grens op een kans hierheen te komen.” De man die de boom naast hem oogst is drie weken geleden een neef van zestien verloren, fluistert Yasser. De jongen stapte op een landmijn toen hij vanuit Syrië Turkije probeerde binnen te komen.

Vluchtelingen en hulpverleners in de grensstreek bevestigen dat de grens een steeds moeilijker te nemen horde is. Alleen een selecte groep medewerkers van hulporganisaties en ambulances met zwaargewonden wordt nog langs de officiële kanalen binnen gelaten. Anderen zijn aangewezen op een afnemend aantal steeds gevaarlijkere illegale routes. Dat geldt zowel voor vluchtelingen als voor jihadisten, die in de praktijk moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Baard: te kort of te lang

Abbas Mohammed, rode ogen van de doorwaakte nacht, heeft ongeveer een centimeter donker krullend haar op zijn kin en wangen. Een baardje van een maand. Te glad geschoren en hij riskeert onderweg in Syrië door IS te worden vastgehouden voor een korancursus van een maand. „Ze lieten me al een keer drie dagen lang koranverzen uit mijn hoofd leren omdat mijn broek te strak was.” Een te lange baard en de Turken zien je aan voor jihadist, verzucht hij.

Hij wil na zeven maanden zwart werken als stukadoor in Istanbul de winter bij zijn familie doorbrengen. Die bleef achter in Manbeg bij Idlib. Daar maakt IS de dienst uit. Als hij de officiële grensovergang neemt moet hij zijn Turkse vluchtelingenpas inleveren. Maar hij wil na de winter weer in Turkije werken. En een tweede keer als vluchteling registreren mag niet.

Abbas Mohammed toont enig begrip voor de dichte grens. „Turkije doet dat voor zichzelf en voor Europa. Niet voor ons Syriërs”, zegt hij, terwijl hij met een uitpuilende zwarte rugzak en twee volle plastic tassen in Elbeyli op zoek gaat naar de smokkelaar. Midden op straat breekt een hengsel. Een lichtblauw gewatteerd babypak voor het kindje van zijn zus valt op de stoffige straat.

Aanvankelijk leek de sluiting van de grens tijdelijk. Een maatregel in de aanloop naar de verkiezingen op 7 juni. De regering wilde de Turkse bevolking geruststellen dat ze poogt de toestroom van Syrische vluchtelingen te verminderen en de oorlog buiten de deur te houden. Er zijn al ruim 2,3 miljoen geregistreerde Syrische vluchtelingen in Turkije.

De houding ten opzichte van het IS-gevaar was ambivalent. De jihadisten konden aanvankelijk op stilzwijgende sympathie rekenen. IS is net als de meerderheid van de Turken sunnitisch. Bovendien vindt de Turkse regering dat Bashar al-Assad in Syrië vijand nummer een is. IS tegenwerken had daarom lang geen prioriteit. Na een reeks dodelijke aanslagen door IS in Turkije en de aanslagen in Parijs is dat veranderd en is de hoop dat de grens weer open gaat vervlogen.

Nasir Hackanin runde op de drukke Öncüpinar grensovergang drie jaar lang een theehuisje. De tafels en stoelen naast de parkeerplaats werden een ontmoetingsplaats voor vluchtelingen, journalisten, strijders, medewerkers van inlichtingendiensten en truckers. Hackanin kon iedereen met iedereen in contact brengen.

Dit voorjaar verordonneerde de burgemeester dat hij weg moest. Het is onduidelijk of dat bedoeld is als een maatregel tegen mensensmokkel of – zoals Hackanin denkt – een persoonlijke gril van de burgemeester. Nu zit hij werkloos in een appartement in Kilis, met zeven familieleden. Zijn twee telefoons rinkelen nog voortdurend.

IS lucratief voor smokkelaars

„IS’ers die nu nog Turkije binnen komen doen er alles aan zich te verbergen,” zegt hij. „Baard eraf, gewone kleding aan. Ze denken tien keer na voor ze komen.” Maar wie echt wil, komt de grens nog altijd over.

Een geldkwestie volgens Hackanin. Aan IS valt door smokkelaars met de beste contacten veel te verdienen. De prijzen van corrupte grensbewakers zijn gestegen, waarschuwt hij. „Die accepteren ook geen Turkse lira’s meer, alleen dollars. En ja, als je duizend dollar kunt krijgen om even de andere kant op te kijken doe je dat.” En: „Voor 500 dollar regel je binnen een half uur een ander paspoort. Dan maakt het weinig uit of je naam op een zwarte lijst staat.”

In tegenstelling tot de meeste Syrische vluchtelingen heeft IS aan geld geen gebrek. Tachtig procent van de Syrische oliereserves en een aantal grote Iraakse olievelden is in handen van de jihadisten. Doordat in grote delen van Syrië geen elektriciteit meer is, is aan afnemers van goedkope brandstof geen gebrek. Overal klinkt het gebrom van generatoren. Ook in delen van het land die nog onder het regime van Assad vallen of die in handen zijn van gematigde strijdgroepen, zouden die generatoren niet werken zonder brandstof van IS. In ruil daarvoor kan IS eisen stellen, zoals bijvoorbeeld betaling in vanuit Turkije gesmokkelde onderdelen voor hun terreinwagens, geld, of hulp bij de smokkel van wapens en personen.

Het strenge grensregime levert ook problemen op voor hulporganisaties die Turkije als uitvalsbasis hebben. „De mensen die voor ons in Syrië in het veld werken kunnen vrijwel niet meer naar trainingen en bijeenkomsten komen”, vertelt Renas Sino, een van de directeuren van het Center for Civil Society and Democracy in Syrië, een door Hivos in Nederland mede gefinancierde organisatie die probeert burgers een stem te geven in het vredesproces. „Ze hebben het illegaal geprobeerd. Maar er is op ze geschoten en mensen zijn in elkaar geslagen aan de grens. Onze projectmanager uit Idlib heeft het zes keer tevergeefs geprobeerd.”

Het maakt Sino, zelf vluchteling uit de Koerdische regio’s in Syrië, cynisch. Een groot deel van de projecten van zijn organisatie wordt bemoeilijkt doordat de grens gesloten is. „Maar dit komt niet alleen vanuit de Turken. Het is de hele internationale gemeenschap. Het is scheef, want intussen laten de Europeanen nog steeds zelf hun burgers naar IS afreizen.”