Fort Europa, het kan niet anders

Van 1 januari tot en 30 juni vervult Nederland het Europese voorzitterschap. We hebben de wind niet mee, ziet Frits Bolkestein. De Europese Unie gaat achteruit in vergelijking met landen die opkomen.

Regeringsleiders en staatshoofden van de Europese Unie en Turkije bijeen voor overleg. Hier de traditionele familiefoto met minister-president van Nederland Mark Rutte, Bondskanselier van Duitsland Angela Merkel, minister-president van Malta Joseph Muscat (rechts van Rutte), president van de Republiek Litouwen Dalia Grybauskaite (links van Rutte), minister-president van Portugal Antonio Costa (links achter Rutte). Foto ANP Jonas Roosens

De Europese Unie verkeert in zwaar weer. Daarvoor zijn drie oorzaken: Poetin, de Europese Munt Unie (EMU) en de asielzoekers. In het begin van de jaren negentig is de Sovjet-Unie afgeschaft. Rusland kwam in een situatie als had het de oorlog verloren: chaotisch, verarmd, strijdkrachten die in de touwen hingen. Het Westen heeft die tijd benut om de NAVO uit te breiden. Daarvoor was geen enkele militaire noodzaak: integendeel.

President Clinton wilde zijn herverkiezing zekerstellen en zei in een Poolse club in Detroit dat Polen lid van de NAVO zou worden. Nederland ging daarin mee. Als VVD-leider heb ik mij in 1997 tegen die uitbreiding verzet. De regering wil goede verhoudingen met Moskou, zei ik, dan moet zij de NAVO-uitbreiding niet steunen. De NAVO is van aard veranderd, zei men mij toen. Dat ziet men in Moskou anders, antwoordde ik. Daar ziet men de NAVO als geïntegreerde aanvalsmachine. De VVD trok aan het korste eind: alleen GroenLinks steunde haar.

Ik vermoed dat dit een omslagpunt is geweest. Het Westen heeft gebruik gemaakt van een kortstondige zwakte om op te rukken tot aan de grenzen van Rusland, denkt men daar. Sindsdien is er met Poetin geen goed garen meer te spinnen. Recent voorbeeld is het Russische Constitutionele Hof dat uitspraken van het Europese Mensenrechten Hof mag negeren. Rusland wendt zich af.

Rusland heeft de Krim omstreeks 1780 op de Turken veroverd. Daarna was het gebied Russisch totdat Khrushchev – zelf Oekraïner – het in de jaren vijftig van de vorige eeuw tot Oekraïens verklaarde. Dat Russische aanspraken op dat gebied tot fel verzet van de Oekraïense regering hebben geleid, viel te verwachten, hoewel de meerderheid van de bevolking zich liever aansloot bij Rusland. Tsjechov bracht er zijn vakanties door.

Voor de Russen is Oekraïne niet zomaar een land. Daar ligt de oorsprong van de Russische staat, Kiev in het middelpunt. Het was ook nooit echt onafhankelijk. Nu wel. Het is chaotisch en corrupt, met twee opstandige provincies. Federaal bestuur ligt voor de hand maar daar heeft Kiev zich tot nu toe met hand en tand tegen verzet. De regering lijkt aan te koersen op een handelsoorlog met Rusland maar die zal zij zwaar verliezen, alleen al door gebrek aan energiebronnen.

Deze toestand vraagt behoedzaam opereren van het Westen, dat de Oekraïne zeker niet met wapens moet voeden. Niet dat de toestand van Rusland beter is. De bevolking neemt gestaag af. Economische groei ook. Rechtspraak is corrupt. De economie is afhankelijk van de uitvoer van olie en gas. Vooruitzichten voorspellen nog jaren lage prijzen. En dan zijn er de Westerse sancties. Maar of die zullen nopen tot ander beleid is de vraag. De Russen hebben voor hetere vuren gestaan.

Wat moet het Westen doen? Zo weinig mogelijk. Westerse politici streven altijd naar activiteit, denkend dat dit hetzelfde is als actie. Soms is het beter niets te doen, wachten tot het tij keert. Ik noem dat meesterlijke inactiviteit. Zoals Talleyrand over buitenlandse politiek zei: ‘Surtout pas trop de zêle’. Ondertussen het kruit droog houden. Ander Frans gezegde, mieux se taire que parler faiblement.

Een tijdlang was de afkorting BRIC gangbaar: Brazilië, Rusland, India en China. Later werd daar de S van Zuid-Afrika aan toegevoegd. Om die vijf landen zou de wereldeconomie draaien. Met hen zou de EU moeten concurreren. Wat betreft Rusland: zie hierboven. Over Brazilië werd altijd gezegd: land van de toekomst en dat zal zo blijven. Dat is slechts ten dele waar. Het land heeft zich enorm ontwikkeld. Dat is gepaard gegaan met de normale problemen, waaronder corruptie. President Dilma Roussef heeft moeilijkheden. Op de een of andere wijze zullen die worden opgelost. Nederland zal Brazilië ontmoeten op de wereldmarkt. Geldt ook voor India. De nieuwe president Modi liet zich voorstaan op zijn voorgenomen hervormingen. Die vallen hard tegen. Dat komt onder andere omdat hij te maken heeft met een grote bureaucratie die haar belangen taai verdedigt. Neemt niet weg dat Bangalore een high tech centrum van formaat is. Nederland moet daarmee kunnen concurreren.

Zuid-Afrika heeft grote problemen. De economische groei is daar negatief. De blanke brain drain gaat door omdat velen vrezen dat zwarten bij promoties de voorkeur krijgen. Tot overmaat van ramp heeft president Zuma onlangs een bekwame minister van Financiën vervangen door een onervaren partijgenoot. Een tweede wisseling heeft het verlies op de beurzen niet kunnen keren. Zuid-Afrika is in potentie een zeer rijk land. Wil het die realiseren, zal het beter moeten worden bestuurd.

China heeft het maoïsme als een boze droom van zich afgeschud. Een explosieve economische groei heeft voor veel materiele vooruitgang gezorgd maar ook de nodige problemen meegebracht. Hervormingen die twee jaar geleden zijn beloofd, hebben nog niet plaatsgehad. De te verwachten groei gedurende de komende vijf jaar wordt nu geschat op 6,5 procent per jaar – nog steeds groots vergeleken met die van de EU. Het hardnekkigste probleem van China is corruptie. Slaagt de regering erin die te breken, is dat het einde van de communistische partij, denken sinologen. Slaagt zij er niet in, zal zij zelf ondergaan in een zee van lokale protesten vanwege malafide praktijken van plaatselijke machthebbers. Deze sinologen zijn pessimistisch over de toekomst.

Samenvattend moet het oordeel zijn dat ieder van de BRICS-landen met taaie problemen te maken heeft en dat de lidstaten van de EU met hen kunnen wedijveren mits zij hun concurrentiekracht op peil houden en waar mogelijk verbeteren. Geen paniek dus.

De Europese Munt Unie (EMU) berust op een Franse wens en een Duitse concessie. De Fransen wilden via de Europese Centrale Bank (ECB) greep op de Deutschmark krijgen. Duitsers wilden middels de EMU een Europese federatie tot stand brengen. Zowel wens als concessie zijn mislukt. Parijs wilde politieke invloed op de ECB kunnen uitoefenen. Berlijn wilde dat niet: de ECB moest onafhankelijk zijn. Dat wilde Nederland ook. Maar in Frankrijk is alles politiek. De Fransen hebben zich met moeite neergelegd bij een onafhankelijke ECB. Zij zullen zich daar altijd tersluiks tegen blijven verzetten.

Helmut Kohl wilde een EMU en een EPU (Europese Politieke Unie). Toen bleek dat er buiten de Bondsrepubliek weinig animo voor een federatie was, meende hij dat een EMU wel tot die animo zou leiden. Het tegendeel gebeurde. Merkel krijgt in Griekenland een Hitlersnor en de Fransen vinden dat de Duitsers niet zo hard moeten werken. Kohl zei ook dat de nadelen van de EMU moesten worden aanvaard omdat Duitsland vrienden in Europa vanwege zijn geschiedenis nodig had. Thilo Sarrazin, voormalig bestuurslid van de Bundesbank, zei daarom dat de EMU voort is gekomen uit de Holocaust. Brute uitspraak maar niet onjuist.

Wilde een land lid worden van de EMU, moest het aan bepaalde eisen voldoen. Italië voldeed daar niet aan. Ik heb mij in de Kamer en elders verzet tegen Italiaans lidmaatschap. Ik wist dat de president van de Bundesbank Tietmeyer het met mij eens was. Maar hij mocht dat niet zijn want Kohl wilde de Italianen erbij. Italië was immers medeoprichter van de EU. Tietmeyer zei dus tegen mij: „Ik ben slechts ambtenaar, u politicus.” De Fransen wilden Italië er ook bij want zonder Italië zou Frankrijk het zwakste land van de EMU zijn, met Italië was dat anders.

Bij een nader verdrag hebben de EU-lidstaten richtlijnen voor ieders economie opgesteld. De belangrijkste was dat het overheidstekort niet groter dan 3 procent van het bnp mocht zijn. Het verdrag werd aangenomen met een plechtige verklaring waarin iedere lidstaat beloofde het stipt te zullen nakomen. Kort daarna overtraden Frankrijk en Duitsland de drieprocentsnorm. Wanneer een dergelijke verklaring binnen korte tijd in de prullenbak ligt, ontneemt dat iedere volgende Europese verklaring geloofwaardigheid. Angela Merkel heeft zich voor deze gang van zaken verontschuldigd: van Parijs mag men een dergelijk excuus natuurlijk niet verwachten. Het verdrag verbiedt bailing out. Iedere lidstaat moest zijn eigen broek ophouden. In een aantal gevallen is ook die regel gebroken. Een notoir voorbeeld is Griekenland, dat natuurlijk nooit lid van de EMU had mogen worden. Hoewel bekend was dat de Grieken met hun nationale rekeningen hadden geknoeid, heeft de Europese Raad (van regeringsleiders) gemeend dat men Griekenland niet mocht onthouden wat men de Italianen had gegeven. Dit doet denken aan de Duitse uitdrukking: der Fluch der bösen Tat: men doet iets verkeerd en het blijft achtervolgen.

Het fundamentele probleem van de EMU is dat het zowel veronderstelt als streeft naar one size fits all. Iedereen met enige kennis van Europa kon weten dat dit niet kon werken. Het was een uiting van Europese hybris. Zolang dit probleem niet is opgelost, blijft het aanmodderen. Dus moet in ieder geval Griekenland de muntunie verlaten.

Nederland is de EMU als een fuik ingezwommen en weet niet hoe zich daaruit te bevrijden. Van Duitsland zal de redding niet komen om bovenvermelde reden. Van Frankrijk evenmin. De EMU is daar een soort godsdienst waar nauwelijks debat over is. Wie het waagt daar realistisch over te schrijven, wordt onmiddellijk in de ultrarechtse hoek gezet. Nederland zou samen met Finland en Oostenrijk kunnen aankoersen op een vergrote D-Markzone maar wij zijn de mensen niet voor een dergelijke stap. Misschien willen de mediterrane landen die lont in het kruitvat steken want de EMU heeft daar verwoestend gewerkt.

De instroom van migranten in Europa bedroeg in 2015 meer dan een miljoen. De immigratie is daarmee het grootste probleem van de EU sinds de Tweede Wereldoorlog. De EU kan dergelijke aantallen niet aan, te meer waar de integratie van statushouders allesbehalve soepel verloopt. Dat ligt ook voor de hand want die mensen komen uit een geheel andere taal en cultuur, waar vrouwen veelal een ondergeschikte rol spelen. Daar moet de Nederlandse schooljuf dan mee omspringen. Wie spreekt over snelle integratie is wereldvreemd. Dit probleem wordt onoplosbaar indien de EU haar buitengrenzen niet leert beheersen. De Hongaarse premier Orbán is daarmee begonnen. Hongarije grenst namelijk aan Servië dat niet tot de EU behoort. Wel is er allerwege op Orbán gescholden vanwege onmenselijk gedrag maar hij doet tenminste waar wij allemaal om vragen.

In hoge nood heeft de EU Turkije nu gevraagd asielzoekers op te vangen en vast te houden. Dit feit alleen al toont de onmacht van de EU aan. Natuurlijk vragen de Turken een prijs: het opstarten van de onderhandelingen over toetreding plus visavrije toegang. Een van de laatste daden van de Eurocommissie Prodi, waar ik toe heb behoord, in november 2004, was het openen van onderhandelingen met Turkije over toetreding. Van alle commissarissen was ik de enige tegen.

Wie denkt dat de huidige instroom zich zal beperken tot het Midden-Oosten en West-Azië, vergist zich. Onlangs heeft de VN de laatste demografische voorspellingen gepubliceerd. Zij zijn onthutsend. In 2004 meende de VN dat de bevolking van Afrika ten zuiden van de Sahara zou groeien van 900 miljoen destijds tot ongeveer 2,3 miljard in 2100. Nu schat de VN de bevolking van Afrika in dat jaar op 4,4 miljard. Miljoenen jonge mannen zullen dan zonder werk of vooruitzichten daarop komen te zitten, velen in failed states. Wij zullen het voorbeeld van Spanje moeten volgen en overeenkomsten aangaan met landen ten zuiden van de Middellandse Zee om die mannen te verhinderen naar Europa te gaan. Het beste dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking met haar geld kan doen is geboortebeperking in Afrika stimuleren.

Komt dit alles neer op ‘Fort Europa’? Zeker, maar het kan niet anders. Wie in de jaren dertig is geboren, heeft na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog een periode van ononderbroken groei meegemaakt: 1945-1973. De toestand nu is anders. De EU ondergaat nu een relatieve achteruitgang: relatief want in vergelijking met landen die opkomen. Die achteruitgang is onvermijdelijk. Ook een beter functionerende EU had er weinig tegen kunnen doen.