Een robot als geachte confrère?

Grote advocatenkantoren bereiden zich nog maar mondjesmaat voor op technologische vernieuwing.

Foto Arjen Born

Hier is ROSS de robot: een machine die alle wetten, jurisprudentie en andere juridische documentatie kent. Een juridische vriend die op alle vragen een antwoord geeft. Een digitale advocaat-stagiair die écht dag en nacht beschikbaar is, ook in het weekend.

Robot ROSS is de grote belofte op het gebied van legaltech, technologie op het gebied van juridische dienstverlening. En daarmee een bedreiging van de traditionele advocatuur. Een advocaat verkoopt de kennis en ervaring in zijn hoofd. Die expertise rechtvaardigt zijn uurtarief. Wat als een robot straks net zo goed kan wat hij kan, of misschien zelfs sneller en beter?

Zo ver is het nog niet, maar de advocatuur staat wel onder druk. Het uurtarief blijft sinds de crisis „flink achter bij de inflatie”, schreef het ING Economisch Bureau in een rapport in oktober. Bijna de helft van de twintig grootste advocatenkantoren zag zijn omzet dalen tussen 2009 en 2014. Dat komt door toegenomen concurrentie en door bezuinigingen op juridische afdelingen van grote bedrijven. Maar daarnaast „heeft ook de technologische ontwikkeling een grote invloed op de sector”, schrijft ING.

Hij maakt zichzelf steeds slimmer

Advocaten moeten dus in actie komen. Al vinden ze dat best moeilijk. Grote Nederlandse advocatenkantoren werken nog vrij „traditioneel”, zegt Sasja Winters, sectormanager zakelijke dienstverlening bij ING, met hun hiërarchische partnerstructuren. Maar: „Ze voelen nu wel de urgentie om te veranderen.”

Zo heeft het Amsterdamse advocatenkantoor Kennedy Van der Laan (90 advocaten en notarissen) twee jaar geleden een speciaal ‘hoofd innovatie’ aangesteld om daarbij te helpen. Een IT’er, géén jurist. Want: „Advocatuur en technologie zijn meestal geen match”, zegt innovatiedirecteur Jeroen Zweers. Hij gaat bijvoorbeeld mee naar klanten van het kantoor om hun interne juridische afdelingen efficiënter te maken.

Ook het internationale advocatenkantoor Clifford Chance (3.400 advocaten in 25 landen) heeft in november een eerste wereldwijde directeur innovatie aangesteld, de Nederlander Bas Boris Visser. Ook hij moet ervoor zorgen dat zijn kantoor het niet verliest van de robots. „Nu gaat het goed, maar we moeten ook zorgen dat dat zo blijft”, zegt Visser. Die manier van denken hebben nog niet al zijn collega’s overgenomen. „Mensen werken al hun hele carrière op dezelfde manier, en zijn succesvol.” Dan is het aan Visser om uit te leggen waarom verandering toch nodig is.

Dat is dus vanwege ontwikkelingen als ROSS. De robot, een creatie van studenten van de universiteit van Toronto, is kunstmatig intelligent en maakt zichzelf steeds slimmer. Hij gebruikt de technologie van IBM Watson, een zelflerende supercomputer van IBM die al wordt gebruikt in de zorg. ROSS omschrijft zichzelf op zijn website als een „kunstmatig intelligente advocaat”, die je van alles kunt vragen. Bijvoorbeeld: kan een failliet bedrijf nog steeds zakendoen? Dan geeft ROSS een „zeer relevant” antwoord, belooft hij, „geen duizenden resultaten” en „in natuurlijke taal”.

„Iedereen kijkt hiernaar”, zegt innovatiehoofd Visser. Ook Clifford Chance vindt ROSS „bere-interessant”. En het blijft niet bij kijken. Advocatenkantoor Dentons, het grootste ter wereld, nam afgelopen zomer een financieel belang in ROSS. De advocaten van Dentons gaan ROSS trainen, als ware hij een advocaat-stagiair.

Want dat is het enige probleempje van ROSS: hij is nog niet helemaal af. „Er hangt nog „veel mystiek” rond ROSS, zegt Zweers van Kennedy Van der Laan. De robot is het „meest veelbelovende en minst ontwikkelde” initiatief op het gebied van legaltech, zegt Visser. „ROSS is nog niet wat hij moet worden.”

Maar dát technologieën als ROSS de advocatuur vergaand en definitief zullen veranderen, staat volgens beide innovatiedirecteuren vast.

Verdienmodel is ‘kapot’

Nieuwe internationale concurrenten spelen al in op deze verschuiving. Zij noemen zich geen advocatenkantoren, maar aanbieders van tech-enabled legal services. Een succesvol voorbeeld is het Amerikaanse Axiom (1.200 advocaten). Axiom helpt bedrijven bijvoorbeeld hun contracten op te stellen en te voldoen aan de toenemende regelgeving, en leent juristen uit om de juridische afdelingen sneller en dus goedkoper te maken – allemaal met behulp van technologie.

En met succes: ruim de helft van de grootste honderd bedrijven ter wereld is volgens Axiom klant en de Britse zakenkrant Financial Times riep Axiom vorig jaar uit als meest vernieuwend advocatenkantoor op het gebied van technologie.

Volgens Axiom is het verdienmodel van traditionele advocatenkantoren „kapot”, dus daar wijkt het in veel opzichten ook vanaf. Zo is het bedrijf niet in handen van partners, maar van een private-equitybedrijf, Carrick Capital Partners. Voordeel daarvan is dat niet de hele partnerpopulatie hoeft in te stemmen met grote technologie-investeringen, maar slechts één eigenaar.

Innovatiedirecteur Visser krijgt weleens de vraag of hij zijn eigen werk niet ‘opeet’, door zo actief mee te denken over technologie die diensten van advocaten overbodig kan maken. Visser lacht. „Die vraag beantwoord ik dan met ‘ja’”, zegt hij. „Maar we kunnen er beter nu zelf achter komen wat wel en niet werkt, dan wachten tot iemand anders het doet. Het is niet te stoppen.”