Column

Dooi

Tegen het einde van januari 1792 was het in Engeland zo warm dat de seringen en sleutelbloemen in bloei stonden. Koningin Charlotte maakte zich geen zorgen over klimaatveranderingen. Die pakte haar Groeij ende Bloeij erbij en begon te zaaien. Terwijl haar echtgenoot, de wat labiele koning George III, twaalf uur achtereen met een ficus converseerde, oogstte Charlotte aardbeien.

Er zijn veel redenen om haar te bewonderen. Ondanks dat haar man met de dag gestoorder werd, haar penvriendin Marie-Antoinette door de Fransen in de gevangenis werd gegooid en koloniën als Ierland in opstand kwamen, ging zij gewoon aan het werk in de tuin. En wat ik tot voor kort het allerknapste van haar vond, was dat zij iets kon met mooi weer.

Ik sloeg tot vorige maand altijd dicht als de zon scheen. Mijn ouders riepen dan dat het tijd was om te genieten. Maar ja, dat heeft hetzelfde effect als wanneer de dokter zijn plastic handschoentjes aantrekt en ‘ontspan maar’ zegt.

Tot het afgelopen december opeens zo warm werd dat je zonder jas buiten kon lopen. Niemand zei nog ‘wat een lekker weertje he’ maar ‘wat verschrikkelijk, het is december, we gaan er allemaal aan’. Het leek een schande als je blij werd van de decemberzon, waardoor ik er totaal in op kon gaan. Opeens mocht ik niet meer genieten en genoot me een ongeluk.

Gelukkig voelde ik me daar schuldig over, dat maakte het nog lekkerder. Ook moest ik door dit onverwachte geluk denken aan een boeddhistische legende. Misschien omdat het jaar ten einde loopt, misschien omdat ik voor het eerst in mijn leven een zonnebril heb gekocht. Hoe dan ook, het verhaal gaat als volgt.

Er was eens een zenmonnik die wegens verschillende omstandigheden aan een tak boven een afgrond hing. Hij kon niet omhoog klimmen, want daar stond een club uitgehongerde tijgers (Azië, dit speelt zich af in Azië). Beneden hem kilometers ravijn. Zijn arm begon te verzuren. Opeens zag hij dat naast hem, vanuit de rotswand, een bosje aardbeien bloeide. Hij plukte er maar een want ja, hij had toch weinig te doen. De aardbei smaakte hem beter dan elke aardbei die hij ooit had geproefd.

Misschien dat ik daarom zo blij word van dit weer. Ik zou moeten treuren om de teloorgang van de wereld, maar ben zonder jas de tuin aan het schoffelen. Eindelijk lukt het me om als koningin Charlotte te zijn. De Terreur komt op, het is oorlog in de kolonieën en de rest van de wereld, ons leefklimaat wordt bedreigd en ik kan alleen maar aan tuinieren denken, dat het alweer januari is en ik dingen tijdig in de grond moet stoppen. Om aan mijn voeten de aardbeien te zien opkomen.