Dit is heel dom, maar we doen het lekker toch

Zeemist boven het strand bij Noordwijkerhout. Foto Wikipedia

Op een bungalowpark aan de kust hebben wij een huisje. Het werd aangelegd in 1969 en na 47 jaar wordt het tijd voor groot onderhoud. Hoe ligt de waterleiding erbij, moet er een centrale internetvoorziening komen, hoe lang kan het elektriciteitsnet nog, dat soort vragen. In wezen gaat de discussie over het karakter van het park: willen we het eenvoudig, groen en rustiek houden, zoals het altijd geweest is, of willen we de mogelijkheden en voorzieningen van een modern woonhuis? Soms kan de tijd ergens even stil staan, maar het duurt meestal nooit zo lang.

Elders in ons kustdorp verrijzen nieuwe bungalowparken, grotere huizen op kleinere percelen, uitspanningen van rond de vorige eeuwwisseling worden gerenoveerd tot een schim van wat ze waren.

En toch, tien jaar later rij je erlangs en zie je het anders: het is eigenlijk best smaakvol gedaan, het oog is gewend, een voorzichtig patina van charme tekent zich af.

De nieuwe tijd is hier niet voor iedereen welkom, maar hij weet het, en gedraagt zich. Er zijn altijd grote plannen geweest in ons kustdorp, maar de meeste bleven een plan. Restaurants staan op het strand of achter het duin, ín het duin staat er maar één, op grond van een zeer oude vergunning. Strandtenten worden in oktober afgebroken en in maart weer opgezet. Er was een experiment met tijdelijke bungalowtjes op het strand, ze zijn in trek, maar na de zomer worden ze afgebroken. Als je ‘s winters langs de vloedlijn wandelt, strekt de leegte zich weldadig uit.

Al te drieste plannen konden rekenen op de weerstand van een machtige streekgenoot: Freddy Heineken. De familie bezit daar een enorm perceel, en als iets zijn uitzicht dreigde te verstoren, kwam Freddy in actie.

Toen geopperd werd om een uitbreiding van Schiphol in de Noordzee te leggen, gaf hij een interview aan de televisie, waarin hij de plannenmakers attendeerde op de weinig bekende maar plaatselijk zeer gevreesde ‘zeevlam’, dichte, onverwachte, snel opkomende kustmist. En dat op een vliegveld? Dat was vragen om ongelukken. Hij bracht het als een mythisch fenomeen dat niet met zich laat spotten.

Een groter obstakel dan de griezelverhalen van Heineken zullen de vele bepalingen geweest zijn die onze kust vanouds beschermen tegen inhalige ontwikkelaars. Veel Belgen rijden tegenwoordig nog een uurtje door naar het noorden, omdat hun eigen kust is overwoekerd door glas en beton en die van ons nog zo ongerept.

Op voorstel van minister van Infrastructuur en Milieu Schultz van Haegen werd vorige week – vrijwel geruisloos – een belangrijke bescherming van het kustgebied weggenomen. Alleen de veiligheid en het onderhoud van de waterkering kan nu nog een argument zijn om bouwplannen aan de kust te verbieden. In de weinige nieuwsberichten die erover verschenen valt vaak het woord ‘maar’. Het is het ‘maar’ waar dit soort maatregelen altijd van vergezeld gaan. We gaan de kinderopvang liberaliseren, maar. We gaan marktwerking in de zorg invoeren, maar. We verzelfstandigen de woningcorporaties, maar. We scheiden Prorail en de NS, maar.

Het ‘maar’ wordt gevolgd door zinsneden in de trant van ‘dan moeten wij in de toekomst wel heel goed opletten dat het goed blijft gaan’ of: ‘er komt nu zelfregulering’ of: ‘wij gaan ervan uit dat niemand zo onsportief zal zijn om misbruik te maken van de gigantische mogelijkheden tot maatschappijverzieking die dit biedt.’

Een architect, tevens voorstander van de maatregel: ‘Om ervoor te zorgen dat kustlocaties niet worden overgeleverd aan de grillen van winstbeluste projectonwikkelaars, moet er echter (ander woord voor maar, JK) goed gelet worden op de regels.’ Een projectontwikkelaar die in de startblokken staat: ‘Er zal meer worden gebouwd, maar niet overal.’

Het is het ‘maar’ van: ‘dit is heel dom, maar we doen het lekker toch.’