Dikke gele pasta wordt medicijn

Reportage

Donorbloed gaat niet van arm tot arm, maar wordt gesplitst en opnieuw in elkaar gezet. Zo kan Sanquin een kankerpatiënt een ander bloedproduct geven dan een verkeersslachtoffer of iemand met brandwonden.

In Amsterdam-West staat een onbekende raffinaderij. De mammoettankers ontbreken, er is geen vuur of lawaai. Aan de zijkant van een onopvallende fabrieksloods staan alleen zachtjes sissende witte tanks met vloeibare stikstof. Binnen werken mannen en vrouwen in blauwe en witte pakken tussen glanzende roestvrijstalen ketels en buizenstelsels die in steriele ruimtes staan opgesteld.

Hier wordt dan ook geen aardolie gekraakt, maar menselijk bloedplasma. De ‘raffinaderij’ van bloedbank Sanquin levert tientallen verschillende producten. Die komen uit het bloed en plasma die de 370.000 vrijwillige donoren uit het hele land jaarlijks leveren. Het gaat om rode bloedcellen, plasma en bloedplaatjes. Maar ook om geavanceerdere scheidingsproducten zoals stollingsfactoren, antistoffen en bloedeiwitten – hoogwaardige medicijnen in flacons die keurig in doosjes verpakt bij de apotheek liggen.

„Bloed gaat nooit meer één op één van de arm van de donor in de arm van de patiënt”, zegt voorlichter Robert Heckert van Sanquin. We staan aan het begin van een rondleiding waarin we het bloed van begin tot eind in het productieproces zullen volgen. Eén product is samengesteld uit bloed of plasma van tientallen, zo niet duizenden donoren. Dat is iets wat zelfs bloeddonoren zelden zullen weten.

Al het donorbloed, dat binnenkomt in halve literzakken, wordt binnen 24 uur na afname gecentrifugeerd. Daardoor scheidt het bloed zich in drie fracties. De ‘zware’ rode bloedcellen zitten dan onderin. Daarboven een dun laagje dat ‘buffy coat’ wordt genoemd: met bloedplaatjes en witte bloedcellen. En bovenin het bloedplasma. Het gecentrifugeerde bloedzakje gaat vervolgens in een speciale pers waardoor uit een slangetje bovenaan het plasma kan worden opgevangen en uit een slangetje onderaan de fractie met rode bloedcellen.

De scheiding in drie componenten heeft het voordeel dat donorbloed beter bewaard kan worden voor specifieke toepassingen. Bloedplasma blijft ingevroren jarenlang goed, rode bloedcellen zijn 35 dagen houdbaar in de koelkast en bloedplaatjes ten slotte zijn het beste te bewaren bij kamertemperatuur, waarbij ze zeven dagen goed blijven. „Zo krijgt de patiënt precies wat hij nodig heeft en kan één donatie voor meerder patiënten worden gebruikt”, zegt Heckert.

Patiënten die ernstig bloedverlies hebben geleden krijgen meestal een gecombineerde transfusie van rode bloedcellen, plasma én bloedplaatjes. Kankerpatiënten krijgen transfusies met rode bloedcellen en bloedplaatjes. Brandwondenpatiënten zijn vaak al geholpen met een plasma-transfusie of albumine-eiwit dat uit plasma is opgezuiverd.

Ieder zakje donorbloed of -plasma bij Sanquin is voorzien van een unieke barcode. Aan de hand daarvan is later precies te herleiden in welk product dit bloed verwerkt is. Zo kunnen, als in een test blijkt dat er een infectie inzit of iets anders mis mee is, de aangetaste producten meteen vernietigd worden.

Het bloed van donoren hangt op een rekje ‘in de wacht’ totdat de eerste testuitslag er is. Pas dan wordt het vrijgegeven voor verdere bewerking of levering aan ziekenhuizen. „Sanquin is een van de veiligste bloedbanken ter wereld”, vertelt Güner Durus. Hij is teamleider van de afdeling bewerking. „Al onze producten zijn 100 procent getest voordat ze aan patiënten worden geleverd. Bij twijfel over een bepaalde batch is er maar één oplossing: vernietigen.”

Soms zit het bloed van wel 3.000 tot 3.500 donoren in één bewerking, vertelt Durus: „Dan moet het hele voortraject wel kloppen. Het systeem is waterdicht. Ik werk hier al vijftien jaar en ik heb nog nooit een incident meegemaakt.”

In de thrombocytenkamer een paar deuren verder worden de bloedplaatjes uit de buffy coat bewerkt. Per donor is de opbrengst maar 50 milliliter en daarom voegt Sanquin voor een transfusiedosis de bloedplaatjes van vijf donoren van dezelfde bloedgroep bij elkaar, plus nog één zakje plasma om de bloedplaatjes van voedingsstoffen te voorzien.

Doorgaans gebruikt Sanquin alleen bloedplaatjes van donoren met bloedgroep O, want die kunnen zonder problemen aan patiënten met andere bloedgroepen gegeven worden. Durus: „Extra kwetsbare patiënten, zoals heel jonge baby’s die geboren worden met thrombocytopenie – een tekort aan bloedplaatjes – geven we liever bloedplaatjes van één donor.”

De ‘plasmaruimte’ is vrij van apparaten. Hier staat alleen een manshoge kar met metalen platen waarop tientallen zakjes plasma in het gelid liggen. Het lijken wel afbakbroodjes die op het punt staan in de oven te gaan. „Ze staan klaar om in de vriezer te gaan waarbij ze snel worden afgekoeld tot -70 graden Celsius”, legt Durus uit. „Zo blijft het plasma optimaal geconserveerd tot de volgende bewerking.”

Het plasma in de doorzichtige zakjes verschilt sterk van kleur, van zalmroze tot botergeel, zelfs mintgroen zit ertussen. Durus: „Groen zien we vaak bij vrouwen die anticonceptiepillen slikken.” Kwaad kan het niet, die kleurverschillen, zegt hij. „Alleen wit-kleurig plasma is vervelend, want dat betekent dat er veel vet in zit. Dat is lastig voor de verwerking. Daarom moeten donoren vlak voor de afname liever geen appelgebak met slagroom eten.”

Een klein deel van het ingevroren plasma wordt zonder verdere bewerking aan ziekenhuizen geleverd. Bijvoorbeeld voor de behandeling van brandwondenpatiënten, die soms wel 30 tot 40 zakjes plasma per dag nodig hebben, afhankelijk van de ernst van hun verwondingen. Het grootste deel van het bloedplasma is grondstof voor de Sanquin-‘raffinaderij’, jaarlijks bijna 300.000 liter.

Van de afdeling bloedbewerking is het een stukje lopen naar de fabriek aan de overkant van de straat, waar plasma-eiwitten uit het bloedplasma worden opgezuiverd. Er gelden zoals in elke farmaceutische fabriek strikte hygiëneregels en een deel van de productie vindt plaats in cleanrooms.

Het oversteken van de straat lijkt haast symbolisch. De plasmafractioneringsfabriek is de commerciële tak van non-profitorganisatie Sanquin. Het bedrijf maakt geneesmiddelen uit het plasma dat de bloedbank van Sanquin als grondstof aanlevert.

Bloedplasma bestaat voor meer dan 90 procent uit water, maar daarin opgelost zitten honderden verschillende eiwitten, zouten en voedingsstoffen. Vooral de eiwitten zijn bijzonder waardevol omdat ze ieder een eigen functie vervullen in het lichaam. In zuivere vorm kunnen ze patiënten met uiteenlopende aandoeningen helpen.

Het raffinageproces begint met het opwarmen van de zakjes plasma van min 25 tot min 8 graden Celsius. Met de hand worden ze opengesneden, waarna een wals ze „als een waterijsje” leegknijpt in een verzameltank. Daarna wordt het plasma tot exact 2,1 graden Celsius verwarmd. Bij die temperatuur is het vloeibaar en vormt zich een neerslag die rijk is aan factor VIII, een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bloedstolling. Een gekoelde centrifuge scheidt de eiwitvlokken van de rest van de vloeistof, die via leidingen wordt afgevoerd voor verdere bewerking.

De 500 kilo zware centrifuge van een halve meter doorsnede moet telkens ontmanteld worden om de neerslag eruit te kunnen halen. Met een takel wordt het gevaarte opgetild en op een tafel geleegd. Er komt een dikke gele pasta uit, die door twee operators vakkundig in kleine stukjes wordt gesneden. Dit levert telkens 15 tot 20 kilogram ruwe grondstof op, zegt opleidingscoördinator productie Frank Martens. De gele pasta wordt verder opgezuiverd tot Aafact, de handelsnaam van het geneesmiddel met factor VIII dat bedoeld is voor de behandeling van hemofiliepatiënten. Dan wordt alles weer brandschoon gemaakt voor de volgende batch.

De overgebleven vloeistof wordt in verschillende stappen verder gescheiden, wat achtereenvolgens de geneesmiddelen Nonafact (factor IX), Cofact (prothrombinecomplex) en Cetor (C1-esteraseremmer) oplevert. In een ander deel van de fabriek gaat de opwerking verder en worden andere waardevolle eiwitten selectief uit de vloeistof gewonnen, zoals immunoglobulinen (antistoffen) en albumine. Ook is het mogelijk om hier antistoffen te winnen die gericht zijn tegen één bepaalde ziekteverwekker, bijvoorbeeld hepatitis. Dit gebeurt meestal met plasma van geselecteerde donoren, die veel van dit soort antilichamen hebben.

„Tussen bloeddonatie en het afvullen van flesjes met zuivere en geteste geneesmiddelen zit vijf tot zes maanden tijd”, zegt Martens aan het eind van de rondleiding. „Het maken van deze geneesmiddelen is behoorlijk arbeidsintensief.”