Column

Dedain

Al even kalendervast als schansspringen in Garmisch-Partenkirchen is veldrijden in de lage landen op Nieuwjaarsdag. Vrijdag reed Sven Nys voor het laatst zijn eigen cross in Baal. Hij droomde van een dertiende zege en lag ook daarom met Oudjaar om half elf in bed. Zonder kater. Nys is de meest ascetische van het veldpeloton.

Ook in de kerstdagen werd er volop gecrosst met Mathieu van der Poel en Lars van der Haar als grote smaakmakers. De Nederlanders worden in België op handen gedragen, en dat kunnen ze van hun eigen landgenoten niet zeggen. Die hallucineren liever een cafésport na: darts. Voor veldrijden is er nauwelijks plaats in de krant, laat staan op radio en televisie.

Wrang voor de traditie van het veldrijden, wrang voor Europees kampioen Van der Haar en wereldkampioen Van der Poel. Titelhouders die Oranjeloos Nederland nog enige glans geven, maar dat wordt boven de Moerdijk niet gezien. Alleen in het veldrijden maak je nog een echte Holland-België mee. Ja ik weet ook van het bestaan van korfbal, maar laten we dat een gezelschapsspel noemen.

Gazonsport.

Sinds hij weer blessurevrij is domineert Mathieu van der Poel de cross, meestal in een tweestrijd met Wout Van Aert. Beiden twintig. Achter hen vechten Lars van den Haar en Kevin Pauwels epische duels uit voor een podiumplaats. Als hij zijn dagje heeft rijdt Lars iedereen uit het wiel. Hij jumpt als een sprinkhaan, is vaak als eerste weg. Voor lange loopstroken met de fiets in de nek zijn de beentjes iets te kort, maar dat maakt hij goed door waaghalzerij en snelheid op de fiets.

Mooier dan alle veldrijders is Mathieu van der Poel, op de fiets en op het podium. Rank en rijzig met een hoofd dat ongeschonden blijft onder de ellendige sponsorpet. Een gezicht om in te schaatsen.

Als acrobaat overtroeft hij de hele bende. Zand of modder maakt niet uit en hij springt over de balkjes alsof ze er niet liggen. Van in de eerste ronde een demarragebeul die altijd solo naar de finish wil. Na Sven Nys heeft Van der Poel het veldrijden nog een trapje hoger getild. In een grootse stijl en met gepaste nederigheid van zijn leeftijd. Rivaal Wout Van Aert is in klasse niet veel minder, maar in sluwheid legt hij het af tegen Poeltje.

Het niveau was al hoog met Sven Nys, maar Mathieu heeft nog een geluidsmuur doorbroken.

Dat hebben de ex-wereldkampioenen veldrijden Lars Boom en Zdenek Stybar onlangs nog ervaren. Ze wilden nog eens van de cross proeven: Stybar werd op minuten gereden en Boom eindigde als laatste.

Ineens weer amateurs.

Nederland moet af van die uitgesproken dedain voor veldrijden. Er is een continuïteit van traditie hoog te houden met grote crossers als Hennie Stamsnijder, Rein en Richard Groenendaal, Henk Baars, et les autres. Nu dan met twee superkampioenen.

Veldrijden is een zware discipline. De renners rijden constant interval, een uur lang in het rood. Aan de cross is alles oud: het weer, het parcours van boomstronken, ijspegels en modderstromen, de zuipende bermmassa. Trapklimmen, over sloten springen, glijden, vallen en opstaan à la carte. Het zijn vrijwilligers die de fietsen schoonmaken of repareren voor een volgende ronde. Een uitstervend ras, helaas.

Veldrijden is nog sport zonder rang en stand: geen skyboxen, kreeft noch champagne, mannen en vrouwen in kaplaarzen en dikke sjaals – het volk heruitgevonden.

De GP Sven Nys werd gewonnen door Wout Van Aert. Mathieu van der Poel verkoos met het oog op het WK een stage in Spanje.