De wereld was zijn galerie

Seth Siegelaub was een aanjager van de conceptuele kunst, maar hij bleef altijd op de achtergrond. Het Stedelijk Museum in Amsterdam haalt hem nu naar de voorgrond.

Seth Siegelaub, organisator van de tentoonstelling. Foto Museum of Modern Art, New York

Wie of wat was Seth Siegelaub? In een interview in 1969 omschreef hij zichzelf als „een punt waardoor veel informatie naar binnen en naar buiten gaat”. Hij was géén kunstenaar, geen tentoonstellingsmaker, geen uitgever. Toch heeft hij, altijd op de achtergrond, beslissende ontwikkelingen in gang gezet in de kunstwereld en in de geschiedenis van de kunst.

Wat Siegelaub (New York 1941-Bazel 2013) in ieder geval wél was: een verwoed verzamelaar en archivist. Van links georiënteerde en kritische geschriften over massacommunicatie en de media; van duizenden nieuwe en antiquarische boeken over de geschiedenis en de technieken van textiel; en van stukken textiel en hoofddeksels van over de hele wereld. Zijn textielverzameling omvat ruim 280 stukken Europese zijde uit de 15de tot de 18de eeuw en honderden weefsels uit Europa, Azië en Afrika.

Zijn allerliefste bezigheid was het maken van bibliografieën. Het magnum opus van Siegelaub is de Bibliographica Textilia Historiae, gepubliceerd in 1997, de eerste bibliografie die een poging is om alle facetten van de wereldgeschiedenis van textiel te documenteren. Hiertoe had hij in 1986 het Center for Social Research on Old Textiles opgericht. Siegelaub beschreef en categoriseerde nauwkeurig 5.100 boeken. Textieldeskundigen, sociale wetenschappers en economen spreken met bewondering over deze zelfopgeleide homo universalis, die in 1990 zijn bibliotheek van 3.000 titels over massamedia doneerde aan het Institute for Social History in Amsterdam.

In de kunstwereld staat Siegelaub bekend als organisator van de vroegste tentoonstellingen van conceptuele kunst. Siegelaub trok radicale consequenties uit de opvatting dat een kunstwerk in de eerste plaats een idee is.

Na enkele jaren als klusjesman voor een aannemer gewerkt te hebben, ontdekte hij zijn organisatietalent toen hij tentoonstellingen mocht maken voor de galerie van het Sculpture Center in New York, waar hij een blauwe maandag cursussen beeldhouwen volgde. In 1964 opende Siegelaub een eigen galerie. Hier richtte hij zich op het werk van Robert Barry, Douglas Huebler, Joseph Kosuth en Lawrence Weiner, kunstenaars die wereldberoemd zijn geworden met ‘immateriële’ en ‘procesgerichte’ kunst.

Gassen in Los Angeles

Op de aan Siegelaub gewijde tentoonstelling in het Stedelijk Museum zijn deze eerste tentoonstellingen gereconstrueerd. Aanvankelijk exposeerde Weiner nog schilderijen, maar al snel ging hij over op kunstacties, zoals ‘Een hoeveelheid bleekmiddel gegoten op een tapijt’. Siegelaub besloot dat voor dit soort kunst geen specifieke ruimte nodig is, geen ‘white cube’ zoals de kunstgalerie, maar dat deze kunst overal kan plaatsvinden: op de campus van een universiteit, in de vorm van een presentatie op een conferentie, of in een boek. In 1966 sloot hij dan ook zijn galerie onder het motto: „Van nu af aan is mijn galerie de wereld.”

Voor Inert Gas Series (1969) liet Barry vijf verschillende soorten gas ontsnappen op verschillende plekken rondom Los Angeles. Het enige ‘bewijs’ dat dit werk had plaatsgevonden, was een poster die Siegelaub liet drukken, met een telefoonnummer dat de beller verbond met een bandopname van een beschrijving van de gebeurtenis. Zijn netwerk en adreslijst was zijn belangrijkste kapitaal, zei hij.

Het Xerox Book (1968) geldt als een van de belangrijkste momenten in de geschiedenis van de conceptuele kunst. Siegelaub noemde dit boek, dat nu als facsimile is herdrukt, „zijn eerste grote groepstentoonstelling”. Het boek is een tentoonstellingsruimte die plaats biedt aan werk van zes kunstenaars, waarbij iedere exposant de beschikking kreeg over 25 pagina’s. Barry leverde het gefotokopieerde werk One Million Dots, als raster afgedrukt op 25 pagina’s. Carl Andre laat van 1 tot 25 gefotokopieerde vierkantjes over de pagina’s dwarrelen en Kosuth beschrijft in korte regels, precies midden op de pagina gedrukt, de verschillende aspecten van het Xerox Book, als een tentoonstelling in een tentoonstelling.

Het Xerox Book zelf had ook gefotokopieerd moeten worden, maar is uiteindelijk offset gedrukt, wat een goedkope methode is om een tentoonstelling met origineel werk van zes kunstenaars te produceren. Siegelaub stelde zich ten doel om het kunstwerk te bevrijden van zijn status van commercieel product. Hij was daarom voortdurend op zoek naar nieuwe distributiekanalen, voor kunstwerken die binnen ieders bereik zouden zijn.

Imperialistische Duck

In 1970 had hij genoeg van de kunstwereld en verhuisde Siegelaub naar Parijs om zich te engageren met linkse denkers. Hij verdiepte zich in theorieën over arbeid, commercie en industrie en was directeur van de International Association for Mass Communication Research. Hij publiceerde onder meer de Engelstalige editie van het kritische boek van Ariel Dorfman en Armand Mattelart: How to Read Donald Duck: Imperialist Ideology in the Disney Comic (1975).

Siegelaub was een gepassioneerd pleitbezorger van „de dematerialisering van het kunstobject”, zoals de titel luidt van het bekende boek van Lucy Lippard, de feministische kunsthistoricus met wie hij in New York enkele jaren het leven deelde. Als het kunstwerk idee geworden is, valt er dan wel iets te zien of te beleven op de tentoonstelling van Siegelaub? Ja, heel veel. Het is een misverstand te denken dat een conceptueel kunstwerk geen herkenbare beeldende vorm zou hebben of geen fysieke gedaante, hoe miniem die soms ook mag zijn. Juist het uitgeklede karakter van deze kunstwerken, hun precieze en minimale materialisering, doen een appèl op de verbeelding. Deze kunst schept ruimte in het hoofd en richt de blik op een nieuwe manier op de wereld.

Siegelaub was verzot op lijstjes, drukwerk, catalogi, op oude handboeken en encyclopedieën. Ze zijn de materiële uitdrukking van de arbeid van het systematisch ordenen, het in kaart brengen van de wereld – nee, van het universum. Het is een arbeid die een grote esthetische aantrekkingskracht heeft. Dit samengaan van esthetiek en arbeid, en de sociale betekenis daarvan, is ook precies wat Siegelaub fascineerde aan textiel, zowel wat betreft het productieproces als het gebruik. Mode interesseerde hem niet, en de restauratie van de kostbare stukjes brokaat en linnen evenmin. Juist de sporen van gebruik maken het fragment van een 5de-eeuwse wollen Egyptische tuniek met decoratieve geometrische band of een 16de- eeuws geborduurd Italiaans lakentje waardevol.

Niet alleen in zijn fascinaties, ook in zijn manier van leven demonstreerde hij deze mengeling van maatschappelijk engagement, slim ondernemerschap en visionair denken. Hij financierde zijn verzamelactiviteiten met de handel in wetenschappelijke en zeldzame boeken over textiel – een handel die hem ook gelegenheid bood om verkoopcatalogi te maken.

De zeer goed ingerichte tentoonstelling Beyond Conceptualism, alsook de bijbehorende catalogus die vormgegeven is door Irma Boom en die vermoedelijk nu al een collector’s item is, zijn een onuitputtelijke schatkamer. Een labyrint waar je als bezoeker helemaal in kunt verdwijnen en steeds weer nieuwe paden en nooit vermoede schatten zal ontdekken.