Dan maar via België naar Rio? Geen denken aan!

Lisa Nooren (18) woont in België, maar springt voor Nederland. En ze wint al veel – net zoals haar vader en trainer, Henk Nooren, dat vroeger deed. „Rio is nog te vroeg.”

Lisa Noorenmet Caractere Foto Katrijn van Giel

Ineens stond ze daar. Frêle amazone, net achttien jaar oud, te midden van een hele waaier aan geslepen springruiters met olympische ervaring. Lisa Nooren glimlacht. Drie weken geleden verbaasde ze niet alleen zichzelf, maar de hele internationale paardenwereld met de overwinning in de Grote Prijs van La Coruña, haar allereerste wedstrijd op het hoogste niveau. De bijbehorende geldprijs: 165.000 euro. Kan ze weer even vooruit met het betalen van de huur aan haar vader en coach, oud-springruiter Henk Nooren, lacht ze.

Vlot klimt ze op de rug van Caractere, één van haar veertien paarden, voor de ochtendtraining. Op de achtergrond het eeuwenoude landhuis waar de familie Nooren tien jaar geleden neerstreek. In het glooiende Waalse achterland van de Maas bij Engis, even ten westen van Luik, bouwde haar vader één van de meest prestigieuze handelsstallen ter wereld op. Haar snoepwinkel.

Op de parkeerplaats naast de stallen staat in grote roze letters op een kolossale paardentruck: ‘Lisa Nooren on tour’. „Er kunnen zes paarden in”, zegt ze. Geen overbodige luxe, want bij kleinere wedstrijden doet Lisa Nooren met vijf of zes paarden tegelijk mee. Dit is serieuze hippische sport. Alles moet kloppen.

Totaal bezeten van paarden

De stallen zijn ruim, hypermodern en met licht overgoten, het zand in de binnenbak sneeuwwit en fijn. Toch ademt het imponerende complex de sfeer van een klassieke paardenwereld: de oude schilderijen aan de muren, de zware meubelen in de ontvangstkamer boven de rijbak, de verzamelde hippische jaarboeken.

Dat ze op zo’n jonge leeftijd al topwedstrijden kan winnen, hadden zij en haar vader niet zien aankomen. „We gingen naar La Coruña om ervaring op te doen”, zegt ze. Haar paard Sabech d’Ha had zelfs nog nooit een wedstrijd met hindernissen van 1,60 meter gesprongen. „We wisten niet eens dat hij dat kon.”

Natuurlijk, Lisa Nooren heeft het niet van een vreemde. Haar opa was een succesvol ruitercoach, haar vader werd in 1977 Europees kampioen met grote springruiters als Johan Heins en Anton Ebben. Henk Nooren staat al jaren bekend als een van ’s werelds beste springtrainers. Werkte voor de Zweedse ploeg, voor Spanje, Italië, Frankrijk en Nederland.

Tussen zijn lange reizen door zag hij zijn dochter ontelbare uren maken tussen de paarden, eerst op de oude stallen in het Limburgse Guttecoven, nu in Wallonië. „Als ik niet op een paard zat, speelde ik met een stokpaardje”, zegt ze. Haar vader: „Ze was totaal bezeten van paarden. Haar twee zussen hadden dat niet. Lisa was altijd parcoursen aan het bouwen, met die kleine hindernissen voor honden, élke dag, weer of geen weer. We moesten haar ’s avonds naar binnen sleuren.”

Dat ze op jonge leeftijd al kan winnen is geen toeval. Henk Nooren: „Haar techniek is het belangrijkste. Ze heeft natuurlijk het geluk dat ze er al van jongs af aan mee bezig is. En wij zijn er altijd bij geweest, haar moeder en ik. Zij is ook een heel goede trainer. Elke kleine fout is altijd meteen gecorrigeerd. Ze heeft ongelooflijk veel gereden. Maar ik ben ervan overtuigd dat veel meer kinderen dit zouden kunnen als ze dezelfde kansen zouden krijgen.”

Hij herkent wel wat van zichzelf in zijn dochter, vooral het talent. „Maar ze staat veel makkelijker in het leven dan ik. Als ze opstaat zingt ze, ’s middags zingt ze en als ze naar bed gaat zingt ze nog steeds. Heel vrolijk en open. Als ze vroeger van het huis naar de stallen liep, deed ze daar wel twintig minuten over. Kwam ze een kikker tegen waarmee ze ging spelen, of een kat in het gras.”

Haar stunt in La Coruña, met haar hengst Sabech d’Ha, maakte veel los. Tussen de honderden felicitaties zat ook een berichtje van de Nederlandse bondscoach, Rob Ehrens. „Hij was heel blij dat ik had gewonnen.”

Het riep direct vragen op over ‘Rio’, want hoe jong ze ook is, ook Lisa Nooren heeft één grote droom: voor Nederland naar de Olympische Spelen. „Rio is nog te vroeg”, zegt ze. Het Nederlands team is niet voor niets wereldkampioen, met topruiters als Jeroen Dubbeldam en Gerco Schröder. Henk Nooren: „Ik zeg niet dat Rio geen haalbare kaart is. Maar in een land als Nederland is Rio bijna een onhaalbare kaart. Er staat een kleine groep die keigoed is en over de juiste paarden beschikt. Dan duurt het een aantal jaren voordat je je daar tussen wringt. Als Lisa zou uitkomen voor ik weet niet hoeveel andere landen, kon ze misschien naar Rio. Maar ze zal nog een paar jaar moeten knokken om één van die vier een duwtje te geven.”

Niet via België naar Rio

De ‘België-route’ dan? Het is vaker gebeurd in de sport, met ‘paarden-Belg’ Jos Lansink. Ze is wel eens gevraagd. Geen sprake van, klinkt het gedecideerd. „Ook al is het Nederlands team nog zo sterk. Dan duurt het maar wat langer. Ik ben helemaal niet Belgisch.” Hoe jong ze ook was bij de verhuizing van Guttecoven, nabij Sittard, naar Wallonië – het ging niet zonder slag of stoot. Acht jaar oud was ze. „Ik vond het heel erg. Ik sprak geen woord Frans en ik moest hier naar school. Ik vond er niks aan, ik wilde terug.”

Die heftige gevoelens zijn verdwenen. „Maar ik ben een Hollander en dat blijft zo. Ik heb niet zoveel contacten hier in België. Ik ga ook nooit naar Luik, al is dat best een mooie stad. Als ik naar een stad ga, ga ik altijd naar Maastricht.”

Ze wandelt door de stallen. Haar eerste pony Picnic, een kleine Shetlander, nu een kwart eeuw oud en blind, een kwartet zevenjarige paarden dat ze opleidt, het grote springtalent Centora de Wallyro, en haar Franse toppaard Sabech d’Ha. „In potentie is Centora nog beter. Een merrie met ongelooflijk veel kracht, maar zó voorzichtig.”

Sommige paarden willen echt winnen, voelt ze tijdens trainingen en wedstrijden. „Dan bokken ze als ze een balk hebben geraakt. Die weten dat dat niet de bedoeling was. Het zijn intelligente dieren. Toen Sabech d’Ha hier terug op stal kwam na die overwinning in La Coruña, keek hij echt zo van: kijk mij eens. Dat is het mooie van paardensport: werken met een levend dier waarmee je een team moet vormen. Die relatie met je paard is heel bijzonder.”

Duizelingwekkende bedragen

Maar die kan zo weer voorbij zijn – zeker als de successen toenemen. „Het risico bestaat altijd dat een paard wordt weggekocht”, zegt ze. Voor Sabech d’Ha, eigendom van haar vader en haar sponsor VDL Groep, werden de afgelopen weken al duizelingwekkende bedragen geboden, erkent Henk Nooren. „Soms denk je: jongens, is dit nog wel verantwoord? We willen de sport graag over tien jaar ook nog doen. En ik ben Rothschild niet. Maar we hebben besloten dat Sabech d’Ha pas na de EK van 2017 mag worden verkocht.”

De amazone kan zich vinden in het beleid van haar vader. En in hun rolverdeling. „In het begin was het moeilijk, ik was een puber die niet wilde luisteren. Nu gaat het heel goed. In plaats van trainer en leerling zijn we steeds meer een combinatie geworden, we overleggen meer.”

Maar trainen doet ze vooral alleen. „Na zoveel jaren weet je wel hoe het moet. En papa is veel weg, voor klanten, op zoek naar paarden. Maar als ik een probleem tegenkom met een paard helpt hij me. Hij ziet meteen wat er beter moet en kan het heel goed uitleggen. Ook bij wedstrijden ziet hij precies hoe je een parcours perfect moet lopen.”

Jonge vrouw in een aparte wereld, gedomineerd door mannen. Waar toppaarden voor miljoenen worden verhandeld. Waar tonnen aan geldprijzen worden uitgekeerd. Lisa Nooren staart zich niet blind op het geld of de glamour. Een deel van de prijs die ze in La Coruña bij elkaar sprong, schonk ze aan Just World, een organisatie die zich inzet voor kansarme kinderen. Het geld gaat naar een schooltje in Guatemala. „Niet iedereen heeft het zo goed als wij.”

Ze geniet zoveel mogelijk van haar drukke leven, het reizen, de eindeloze uren met haar paarden. „Ik ben veel onderweg, ik heb bijna elk weekend een wedstrijd. Ik heb met mijn ouders de afspraak dat ik dit jaar na mijn eindexamen volledig voor de paardensport mag gebruiken. Ik hoop dat ik zo goed presteer dat ze die afspraak vergeten. Komend jaar had ik mijn eerste vijfsterrenwedstrijd willen winnen, maar dat is dus al gebeurd. Ik mag voor het eerst meedoen aan Jumping Amsterdam, dat lijkt me heel leuk.”