Business as usual, maar niet heus

Het vierde kabinetsjaar is meestal een rustig jaar. De coalitie van VVD en PvdA staat dit jaar juist veel onvoorspelbaars te wachten in binnen- en buitenland.

Het Torentje in Den Haag, werkvertrek van premier Mark Rutte.

In 2016 gaat de Haagse politiek iets interessants beleven. Een hele generatie politici betreedt dan een terrein dat volstrekt onbekend voor ze is: het vierde jaar van een kabinet.

Ga maar na. De afgelopen vijftien jaar slaagde geen coalitie er meer in om langer dan drie jaar te blijven zitten. Alle vier de kabinetten van Balkenende sneuvelden voortijdig, net als het eerste van Rutte. Het was Paars II (1998-2002) dat als laatste het vierde jaar haalde – óók met PvdA en VVD. Maar ook dat kabinet, onder premier Kok, kwam vóór verkiezingsdag ten val, over het Srebrenica-onderzoek.

Tweede Kamerleden die toen al in het parlement zaten, zijn op de vingers van één hand te tellen: het zijn er precies vier. Van het kabinet maakten vijf leden dat laatste ‘paarse’ jaar mee – maar de voormannen, premier Rutte en vicepremier Asscher, niet. Het collectieve Haagse geheugen is dus beperkt.

In de levenscyclus van een kabinet betekent het vierde jaar: beginnen met de campagne. Verkiezingsprogramma’s worden geschreven, kandidatenlijsten opgesteld, lijsttrekkers gekozen. Het kabinet doet geen grote wetsvoorstellen meer en maakt een fijne laatste begroting, vol cadeautjes voor de burger. Het vierde kabinetsjaar is volgens SGP’er Kees van der Staaij, één van die vier Kamerleden die er vijftien jaar geleden al bij waren, vooral „beleidsarm en rustig”.

Alles wijst er inderdaad op dat Rutte II in 2016 met weinig spectaculairs gaat komen. De grote hervormingen liggen alweer meer dan een jaar achter ons en de enig overgebleven Grote Kwestie – hoe om te gaan met het groeiende leger zelfstandigen op de arbeidsmarkt? – hebben VVD en PvdA op de lange baan geschoven. Dat mag een volgend kabinet doen, na de verkiezingen van maart 2017.

Ook is Nederland in de eerste helft van 2016 een half jaar EU-voorzitter. Qua invloed heeft dat nauwelijks iets om het lijf, maar er zijn wel veel saaie, tijdrovende plichtplegingen aan verbonden. Zo moet de Tweede Kamer zes ‘parlementaire conferenties’ organiseren en bezoekers uit andere parlementen ontvangen.

Veel tijd voor onderlinge controverse is er dus niet. Tenzij de Kamerleden die het lek uit de ‘commissie-stiekem’ onderzoeken, begin februari daadwerkelijk één of meer fractievoorzitters voordragen voor strafvervolging door de Hoge Raad – wat maar zeer te bezien valt.

Geen zin in gedoe

Het EU-voorzitterschap zal voor de coalitie vooral „een samenbindende functie” hebben, zegt Van der Staaij. „Ze hebben dan geen zin in gedoe. Nederland moet gewoon netjes de EU-zaken behartigen.”

Als er al spektakel te verwachten valt, is dat op personeelsgebied. Wie gaat er na de verkiezingen van 2017 verder en wie niet? Bij de VVD is de verwachting dat premier Rutte zich opnieuw als lijsttrekker zal melden. Bij D66 is er geen concurrentie voor Pechtold, het CDA is blij met Buma en de PVV ís Wilders. Maar gaat Samsom door bij de PvdA? Zelfs als de geplaagde leider zich kandideert als lijsttrekker, moet hij het in een interne verkiezing mogelijk opnemen tegen één of meerdere rivalen.

En de mindere goden in de Kamer? Met name door de grote fracties van VVD en PvdA zal onbarmhartig de bezem gaan: te veel onzichtbare backbenchers. Maar ook bij partijen die vermoedelijk gaan groeien bij de verkiezingen, zoals het CDA, zijn er geen garanties voor zittende Kamerleden.

De kiezer is zó onvoorspelbaar, redeneren ze daar, dat alles tussen de tien en veertig zetels mogelijk is. Dus moeten bij de eerste tien van de lijst louter topkandidaten staan die samen alle portefeuilles beheersen. Verwacht in 2016 dus flink wat Kamerleden die „helemaal uit zichzelf” zullen aankondigen „op zoek naar een nieuwe uitdaging” te gaan.

Hier stopt de business as usual. Want niemand in Den Haag verwacht natuurlijk dat het vierde jaar van Rutte II kalmpjes en voorspelbaar gaat verlopen. En wel om twee redenen. De politieke verhoudingen zijn onvoorspelbaar en labiel, met een een politiek verkruimelde Eerste Kamer en een eenmanspartij (PVV) op kop in de peilingen. Maar bovenal komt het door de boze buitenwereld: Poetin, IS, terreurdreiging en vluchtelingencrisis.

Wat als er in het voorjaar van 2016 een terroristische aanslag gepleegd wordt? Wat als de asielzoekersstroom niet afneemt? In een interview in de Volkskrant waarschuwde VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra onlangs omineus dat bij blijvend hoge vluchtelingenaantallen „in het eerste kwartaal van 2016 de grens is bereikt”. Samsom zei deze week daarentegen dat het land een verviervoudiging tot 200.000 ook nog wel aankan.

Splijtzwam

Ook het Oekraïne-referendum van 6 april brengt het buitenland binnen de landsgrenzen. Hoewel het om een niet-bindend referendum gaat, heeft regeringspartij PvdA al gezegd de uitslag zeker te respecteren. Coalitiepartner VVD nog niet. En dat is „materiaal voor een kabinetsbreuk”, voorziet SP’er Harry van Bommel, die als Kamerlid ook een vierde kabinetsjaar meemaakte. „Bij de PvdA weten ze dat ze in de peilingen zullen klimmen als zíj de wil van het volk volgen.”

Een wat excentrieke theorie. Maar ook als VVD en PvdA elkaar gewoon blijven vasthouden, zou het referendum de populistische flanken weleens nóg meer de wind in de zeilen kunnen geven. Even het geheugen opgefrist: alle partijen die bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005 campagne voerden voor een ‘nee’, verdubbelden bij de verkiezingen in 2006 op z’n minst hun zetelaantal. Ook de SP van Harry van Bommel. „En dat had álles te maken met het referendum.”

Voor het kabinet heeft zoveel chaos en onvoorspelbaarheid in ieder geval één voordeel. In het voorjaar van 2001, toen het laatste jaar van Paars II aanbrak, stonden de Twin Towers nog fier overeind, scoorden VVD en PvdA hoog in de peilingen en had slechts een handjevol Nederlanders van Pim Fortuyn gehoord. Wat volgde was een krankzinnig jaar, eindigend in de eerste politieke moord sinds 1672, een politieke aardverschuiving en complete ontluistering van het politieke establishment.

Van zelfvoldaanheid à la Paars II zal dit kabinet bij de start van zijn vierde jaar in ieder geval geen last hebben. Eigenlijk kan alles van nu af aan alleen maar meevallen.