Reacties op En als wij nu geen kinderen willen

Meest grensverleggende ervaring

„Laat degenen met kinderen zich eens verdedigen en beargumenteren: waarom moeten wij een kind willen?”

Zo luidde de uitnodiging van Anna Vossers en Anouk van Kampen in de NRC Special van 24 december. Dit is mijn reactie. Bijna dertig jaar geleden, toen 35 jaar oud, werd ik vader. De geboorte van de eerste is veruit de meest ingrijpende en grensverleggende ervaring in mijn leven geweest. Mij is toen duidelijk geworden dat het onmogelijk is om je hiervan tevoren een passende voorstelling te maken.

Een kind krijgen lijkt namelijk in geen enkel opzicht op wat je hiervoor ervaren hebt (en ook hierna, weet ik inmiddels).

Het was ook de meest geluk brengende en verrijkende gebeurtenis in mijn leven. De intieme ervaring van het eerste contact met je eigen kinderen is niet te evenaren. Mijn eigen grenzen doorbreken – bijvoorbeeld genoegen nemen met minder slaap – werd hierna vanzelfsprekend. Het ‘in het algemeen niet zo leuk vinden van kinderen’, bleek geen enkele barrière om veel van mijn eigen kinderen te houden.

(...) Je kunt ervoor kiezen om ouderlijke verantwoordelijkheden op je te nemen. Wat je terugkrijgt, is onvoorwaardelijke loyaliteit. Bijna onvoorstelbaar groot is de aanhankelijkheid van kinderen ten opzichte van hun ouders.

En de feedback die kinderen geven, soms verder reikend dan de ouderrol, zorgt ervoor dat je nooit (meer) stilstaat.

Vader van een zoonen een dochter

Ik ben niet vreemd

Ieder interview met een vrouw die voorbij de magische grens is zonder kinderen bevat wel een uitspraak die ik zelf gedaan zou kunnen hebben. Ik ben afgelopen jaar 50 geworden en de biologie heeft de beslissing nu voor me genomen.

Als ik al zou twijfelen, weet ik dat het geen optie meer is en daar zal ik me bij moeten neerleggen. Ik heb nimmer een kinderwens gehad. En net als dat het mij niet aangaat waarom mensen voor een partner of een kind kiezen, heb ik het recht om daar niet voor te gaan.

De soms impertinente vragen liggen ver achter me. Mensen gaan er nu gevoeglijk vanuit dat ik getrouwd ben met twee kinderen óf lesbisch ben óf samenwoon met negen katten. Want ik voldoe niet aan de norm en dan bestaat toch de neiging om het plaatje kloppend te maken.

Soms betrap ik me erop dat ik toch wil uitleggen waarom ik geen relatie heb of kinderen. Om te bewijzen dat ik niet vreemd ben.

Beste vrouwen van 26 en 28, ook ik heb geen antwoord voor jullie. Ik weet niet of ik later in het bejaardentehuis spijt krijg. Ik maak keuzes op basis van wat mij op dat moment goeddunkt. Achteraf hebben we altijd de waarheid in pacht.

Dat gaat soms gepaard met boosheid en verdriet, maar zoals de filosoof René Gude het zo fraai verwoordde: het leven is soms een gedoetje.

Maar dat mag geen reden zijn om toch maar kinderen te nemen, want zij hebben niet om het leven gevraagd.

Yvonne Woudenberg Amsterdam

Positief effect op ouders

Wat ik mis in alle betogen over het niet wensen van kinderen, is het

positieve effect dat het hebben van kinderen op ouders kan hebben. Verdraagzaamheid, verwerken van tegenvallers. Kritiek van kinderen op hun ouders (het ‘doe niet zo stom, mam’) kan goed zijn.

C.E. Bok-TinbergenVelp

Kinderlozen missen de genadeloze spiegel

Met interesse de special #geen kind gelezen, maar het lijstje van twintig ‘argumenten’ om geen kinderen te nemen vraagt om reactie. Het artikel is vanuit vrouwelijk perspectief geschreven, maar als man (en vader van twee kinderen) voel ik me toch geroepen te reageren. Dat ‘baby’s vies en saai zijn’ kan alleen zijn opgeschreven door een kinderloze journalist; het is namelijk pertinent niet waar, en journalistiek gezien nogal dun. Het lijstje wordt ergerlijk als wordt beweerd dat ‘onderzoek heeft uitgewezen dat mensen zonder kinderen gelukkiger zijn’. Welk onderzoek, wanneer uitgevoerd, door wie? Dat dit argument ook niet klopt, wordt bekrachtigd door een uitspraak van hoogleraar vaderschap Renske Keizer (in Het Parool) waarin ze meldt dat wetenschappelijk bewezen is dat vaders gelukkiger zijn dan kinderloze mannen. Andere argumenten als dat je ‘constant zorgen hebt’ en ‘geen tijd meer voor jezelf’ zeggen wederom veel over de samensteller van het lijstje. Als je kinderen hebt, moet je inderdaad je tijd anders indelen en ben je niet continu in staat om te doen wat je zelf wilt. Dat kan worden opgevoerd als nadeel, maar ik denk dat het voor veel mensen ook goed is om niet direct en altijd op elk gebied meteen bevredigd te worden. (...)

Het meest waardevolle aan mijn eigen kinderen vind ik trouwens de manier waarop ze mij af en toe genadeloos een spiegel kunnen voorhouden. Dat missen kinderlozen oprecht.

Jim JansenHoofdredacteur New Scientist

Stel uzelf de vraag: wat heb ik een kind te bieden

In de krant van 24/12 nodigt u lezers uit te reageren op de bijlage En als wij nu geen kinderen willen? Ik vraag u dit wel-of-niet-een-kind-krijgen anders te bezien. (Tussen haakjes: omdat het niet ieder mens biologisch gegeven is een kind te kunnen krijgen, vind ik het beter te spreken over het krijgen van een kind dan over het nemen van een kind.)

Stel u niet de vraag: wat heeft een kind mij te bieden? Nee, stel u de vraag: wat heb ik een kind te bieden? Wil ik en kan ik het aan om moeder te worden? Niet denken vanuit de lasten en lusten die een relatie met een ander, een kind, voor u met zich meebrengt; nee, denken wat u een ander, een kind, wilt en kunt bieden.

Een kind is geen appendix. Een kind is onderdeel van uw leven. En in de eerste jaren van zijn leven bepaalt het uw leven. Omdat kinderen nu eenmaal volkomen afhankelijk zijn van de zorg van een ander. Wilt u die afhankelijkheid? Als het antwoord ‘ja’ is, is de volgende vraag die u zich moet stellen: ‘kan ik omgaan met wat die afhankelijkheid meebrengt?’ Als u dat een kind niet kunt bieden, is de beslissing toch gauw genomen?

Dan even over het nog niet verwekte kind. Niet alle kinderen groeien uit tot zorgeloze volwassenen met zorgeloze toekomst. Neem die mogelijkheid mee in uw beslissing. Alles verandert. Vandaag is het antwoord op vragen misschien anders dan het antwoord op dezelfde vragen over een tijdje. Blijf de vraag stellen: Wat heb ik een kind te bieden?

Johanna Wentholt

Wij lieten ons steriliseren

In 1983 (ik was 33 en mijn vriendin 31) hebben wij ons laten steriliseren. Er was een lange weg van overwegingen aan vooraf gegaan. Moeilijkheid was het gebrek aan voorbeelden. Onze ouders hadden kinderen en in onze omgeving werd die traditie voortgezet. Mijn vriendin vond een gynaecoloog die haar wilde opereren. Ik werd geweigerd bij het Dijkzigt met als argument dat ik te jong was voor deze beslissing en dat hun ervaring was dat ‘men’ er spijt van kreeg. Ik ben in een ander ziekenhuis, zonder commentaar, wel geholpen. Wij hebben soms spijt van onze beslissing gehad. Als we op kinderen van vrienden pasten en die met hun onvoorwaardelijk liefde naar je toe komen. En nu ook nog, als ik zie hoe een goede vriend met zijn volwassen kinderen omgaat. Maar dat is hooguit een beetje jaloezie, die direct verdwijnt als we kijken naar de volwassen relatie die we met kinderen van vrienden en familie hebben kunnen opbouwen. We zijn nu 40 jaar bij elkaar en zijn nog steeds een gelukkig gezin van twee personen met een groot netwerk van jonge en oude(re) mensen. Wellicht kunnen we als voorbeeld dienen dat de keuze niet beperkt is tot het krijgen van kinderen.

Kees Godvliet en Hanny KalfsR’dam

NRC-ombudsman Sjoerd de Jong hervat zijn werk op 9 januari.