Donderslagen deren Syrische asielzoekers niet

Gevlucht voor de oorlog in eigen land, vieren Syrische asielzoekers Nieuwjaar in Amsterdam. Zonder angst voor het knallende vuurwerk.

De vuurwerkshow bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Onder een brug in de stad gaat een stuk geschut van illegale geluidssterkte af. Op de stoep voor de noodopvang Groenhof in Amsterdam steken de broers Assem en Mohi een Chesterfield filtersigaret op. Ze zijn een maand of vijf geleden uit Damascus vertrokken en staan nu ineens midden in de Amsterdamse nieuwjaarsnacht. Wel met winterjacks aan, maar Mohi zijn blote voeten steken in badslippers. Hij haalt zijn schouders op – het is warm genoeg.

In het voormalige verzorgingshuis aan de Marnixstraat wonen sinds een week tijdelijk zo’n 200 asielzoekers. Deze maand komen er nog eens 125 bij, verwacht de gemeente. Het zijn voornamelijk gezinnen met kinderen – Assem heeft zijn zestienjarige zoon bij zich, maar die ligt om half een ’s nachts alweer op de kamer die ze met zijn drieën delen.

Het is hier veel beter dan eerst, zeggen de broers in het Engels. Drie maanden zijn ze nu in Nederland en hiervoor woonden ze in de buurt van de Amsterdam Arena. Daar sliepen ze met z’n tienen op één kamer.

Vorige week hebben ze in de Groenhof Kerst gevierd met kleine cadeautjes en lekker eten – het Leger des Heils beheert de opvang. Deze nacht om twaalf uur hebben ze elkaar gelukkig Nieuwjaar gewenst, maar meer ook niet. Terwijl de hele binnenstad bezaaid ligt met papiersnippers, brandend karton en glasscherven, is de stoep van dit stukje Marnixstraat maagdelijk leeg. Het was de hele avond rustig, zeggen de beveiligers aan de deur. Er zijn ook geen Amsterdammers geweest die voor de grap of voor iets anders vuurwerk hebben afgestoken voor de deur.

Ze waren voorbereid, zeggen Assem en Mohi. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft de afgelopen week folders onder de asielzoekers verspreid om uit te leggen hoe Nederlanders Oud en Nieuw vieren. “Om klokslag twaalf uur wensen we elkaar een goed en gezond nieuwjaar. Het vuurwerk dat buiten massaal wordt afgestoken, veroorzaakt vaak harde knallen en lichten in de lucht”, zo staat het in de folder.

Twee Iraakse jochies glippen door de deur naar binnen. Grote grijns. “Mooi feest.”

Het is één uur en er staat nog maar een handjevol mensen in de hal van de Groenhof. Een Syrisch gezin met een heel jong jongetje heeft een blokje om gelopen. Singelgracht, Rozengracht, Lijnbaansgracht. “Bijzonder.”

Bang voor de knallen waren ze niet, zegt Assem – Mohi beaamt steeds knikkend wat zijn grote broer zegt. Ze komen uit Damascus, niet echt oorlogsgebied. “De mensen zijn vanavond vrolijk. Als de mensen vrolijk zijn, zijn wij ook vrolijk.”

Drie maanden wonen ze nu in Nederland en ze moeten hun eerste gesprek nog hebben met de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Ze nemen het kalm op; er zijn ook zoveel mensen tegelijk naar Nederland gekomen.

In de tussentijd hebben ze in elk geval één Nederlands woord geleerd. “Kleermaker”, zeggen ze in koor. Dat waren ze in Damascus en dat hopen ze ook in Amsterdam te worden. “Vrede. Democratie”, Mohi knikt het Assem na. “Europa is geweldig.”