Rot toch op met je oliebol

Niet te eten zijn ze. En dan al die jaarlijkse hysterie eromheen. De oliebol heeft zijn kans gehad, vindt Japke-d. Bouma.

Bakker Voskamp is winnaar van de AD Oliebollentest 2015. Foto ANP

Oliebollen moeten weg. Kom op zeg. Oliebollen.

Niet te eten zijn ze, en dan ook nog eens al dat hysterische gedoe eromheen. Met van die kramen met mensen erachter die allemaal al wekenlang dag en nacht overuren draaien. Lijkbleek weggetrokken staan ze, stijf van de stress op hun tandvlees in het tl-licht. Rijen kleumende klanten ervoor. En waarvoor nou helemaal.

Kwakjes vet met gist en ellende - dát zijn oliebollen. Kijk ze daar nou liggen achter het glas met hun druipende bulten. Als mislukte embryo’s van een uitstervend soort bultrug. Als het in je mond komt, weet je: het is niet voor niks dat dit slechts een paar weken per jaar verkrijgbaar is. De rest van de dag zit je ze terug te boeren.
En dan dat gedoe ieder jaar, met die testen, wie de beste ballen bakt. Met van die teams met mensen die rondrijden in anonieme windjacks. En dan steeds overal quasinonchalant 23 kilo oliebollen bestellen. Suiker apart. Kofferbakken vol poedersuiker. Ik ben er helemaal klaar mee.

Hoezo traditie? Die traditie is ontstaan doordat de oliebol sinds, pak ’m beet het vrouwenkiesrecht, de rest van het jaar uit de schappen verdreven is door dingen die wél lekker zijn.

Thuis zeggen ze: doe nou eens even rustig. Het is maar een paar weken per jaar. Láát die mensen. Of: benader het nou eens anders. Alsof we nog nooit een oliebol gezien hadden in ons leven. Dat het nog culinair onontgonnen gebied was. En dat DAN de oliebol in ons leven zou komen. De oliebol als het summum van innovatie, zeg maar. Het lukt me niet. De oliebol heeft zijn kans gehad, hoor. Rot op. Met zijn frituurvet. Wat zou hij zijn zonder poedersuiker.

Toen ik laatst Jan Smit op tv zag, klikte ineens alles in elkaar: de oliebol kan weg. Probleemloos. Hij is de C-categorie onder de mislukte gerechten. Vraag het na, en niemand weet waarom we er ook alweer zo opgewonden over doen.

De pannenkoek, de poffer, de Belgische wafel en de donut kunnen het zo overnemen. Zij weten wereldwijd miljoenen ondernemers tot gespecialiseerde verkooppunten te inspireren; het hele jaar open, zonder enig probleem. Even serieus: dat zie je de oliebol niet doen. Het is een scheldwoord, godbetert.

Oliebollen zijn voor pannenkoeken.