Podiumkunsten steeds afhankelijker van vrijwilligers

The Christmas Show in de Ziggo Dome op 27 december. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Voor het eerst waren er in 2014 meer vrijwilligers werkzaam bij professionele theaters en poppodia dan betaalde werknemers. Oorzaak is dat de stijgende eigen inkomsten van deze podia voor podiumkunsten niet genoeg zijn om bezuinigingen in de vorm van subsidiedalingen op te vangen.

Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Vorig jaar werkten er ruim negenduizend vrijwilligers bij de podia, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2005. Tegelijkertijd nam het aantal betaalde krachten met bijna tweeduizend af naar iets meer dan achtduizend. Vorig jaar was de onderlinge verdeling nog grofweg gelijk. Omdat vrijwilligers minder tijd besteden aan hun werk in de culturele sector nam het totale aantal gewerkte uren in 2014 af.

De toename van vrijwilligers is een trend die in de hele culturele sector waarneembaar is. Zo blijkt uit een onderzoek van de Museumvereniging dat ruim 80 procent van alle medewerkers van kleine musea in Nederland vrijwilliger of stagiair is. Bij grote musea ligt dat percentage op 19 procent.

Meer inkomsten, minder subsidies

De totale inkomsten van professionele podia namen het afgelopen jaar iets toe ten opzichte van 2013, maar zijn gedaald ten opzichte van 2010 en 2011. De zelf gegenereerde inkomsten zijn in de periode van 2010 tot 2014 toegenomen met 8 procent naar 434 miljoen euro. Podia weten vooral nieuwe inkomsten te genereren uit niet-theatrale evenementen, zoals zaalverhuur voor recepties en congressen.

Over dezelfde periode werden ook de bezuinigingen groter: inkomsten uit subsidies namen van 2010 tot 2014 met 13 procent af tot een totaalbedrag van 320 miljoen euro. Die afname is minder in vergelijking met de subsidiedalingen voor musea en andere culturele instellingen. 70 procent van de musea heeft te maken met afnemende subsidies.

Meer voorstellingen, minder bezoekers

In Nederland zijn ruim 300 bedrijven en organisaties die professionele podiumkunsten vertonen. Zij gaven in 2014 bijna 52.000 voorstellingen die 17,4 miljoen bezoekers trokken. Daarmee nam het aantal voorstellingen ten opzichte van 2013 toe (met 2 procent), maar namen de bezoekersaantallen af (min 2 procent). Sinds 2005 zijn zowel het aantal voorstellingen als het aantal bezoekers zelden zo laag geweest, schrijft het CBS.

Bijna de helft van de bezoekers, zo’n 8,3 miljoen mensen, kwamen op concerten af van klassieke, jazz- of popmuziek. Dat getal schommelt al jaren rond de 8 miljoen. Het aantal mensen dat een muziektheatervoorstelling bezocht, zoals musea, revue en opera, is sinds 2008 echter gehalveerd naar een totaal van 2,4 miljoen bezoekers.