In 2014 werkten er meer vrijwilligers dan betaalde krachten bij theaters en poppodia

In 2014 werkten er voor het eerst meer vrijwilligers bij professionele theaters en poppodia dan betaalde krachten. Bezuinigingen – dalende subsidies – zijn de oorzaak. Volgens het CBS, dat deze balans over vorig jaar nu bekendmaakt, zijn de stijgende inkomsten van de professionele podia niet voldoende om dit inkomensverlies op te vangen. Vorig jaar werkten er ruim 9.000 vrijwilligers bij de podia, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2005. Tegelijk nam het aantal betaalde krachten met bijna 2.000 af, naar ruim 8.000. Omdat vrijwilligers minder tijd besteden aan hun culturele werk nam het totale aantal gewerkte uren in 2014 af.

De toename van vrijwilligers is een trend die in de hele culturele sector waarneembaar is. Uit onderzoek van de Museumvereniging bleek dat ruim 80 procent van alle medewerkers van kleine musea in Nederland vrijwilliger of stagiair is. Bij grote musea ligt dat percentage op 19 procent.

De inkomsten uit subsidies daalden in de periode van 2010 tot 2014 met 13 procent tot 320 miljoen euro. De inkomsten stegen met 8 procent, tot 434 miljoen euro. Nieuwe inkomsten komen uitevenementenzoals zaalverhuur voor recepties en congressen.

In Nederland zijn ruim 300 bedrijven en organisaties die professionele podiumkunsten vertonen. Zij gaven in 2014 bijna 52.000 voorstellingen voor 17,4 miljoen bezoekers. Het aantal voorstellingen nam toe (plus 2 procent), het aantal bezoekers af (min 2 procent). Sinds 2005 is zowel het aantal voorstellingen als bezoekers zelden zo laag geweest, schrijft het CBS.(NRC)