Nieuwe fatwa: laat je zoon niet meegenieten van je seksslavin

Een edict van IS bevat een paar beperkingen aan wat geoorloofd is met gevangen ‘ongelovige’ vrouwen die als seksslavin worden gebruikt.

Een Yezidi-vrouw in een vluchtelingenkamp bij Dohuk, Irak. Veel Yezidi-meisjes en vrouwen worden door IS misbruikt. (Mauricio Lima/The New York Times)

Wat mag een aanhanger van de Islamitische Staat wel en niet doen met zijn seksslavin? In een fatwa van begin dit jaar, die dinsdag in het Westen openbaar werd gemaakt door het persbureau Reuters, worden hiervoor gedetailleerde instructies gegeven.

Een vader mag volgens het edict niet met dezelfde slavin gemeenschap hebben als zijn zoon. En hij mag geen seks hebben met een slavin en dan ook nog eens met haar dochter slapen. Zijn zoon is aan dezelfde beperking gebonden.

Met de leeftijd van de dochter hoeven de eigenaren het niet zo nauw te nemen: „Het is toegestaan om gemeenschap te hebben met een slavin die nog niet de puberteit heeft bereikt als ze geschikt is voor gemeenschap”, viel al te lezen in een instructie van het ‘Bureau voor onderzoek en religieuze edicten’ van vorig jaar.

De Arabische tekst van fatwa nummer 64, gedateerd 29 januari 2015, werd in mei van dit jaar samen met een schat aan andere documenten aangetroffen door Amerikaanse commando’s in het oosten van Syrië bij een inval bij Abu Sayyaf, een vooraanstaande functionaris van IS. Reuters kreeg de Engelse vertaling van het document via de Amerikanen in handen. Of het om een fatwa gaat, die ook daadwerkelijk is uitgevaardigd staat overigens niet vast.

IS heeft nooit een geheim gemaakt van zijn gewoonte vrouwen uit veroverde gebieden als slavin te houden en naar believen te verkrachten. In hun propagandablad Dabiq heeft de organisatie er openlijk over bericht. Vooral veel vrouwen van de yezidi-minderheid in het noorden van Irak, ongelovigen in de ogen van IS, trof het lot van seksslavin. Tientallen later ontsnapte of vrijgelaten Yezidi-meisjes en vrouwen hebben hiervan inmiddels uitgebreid getuigd. Sommigen verhaalden hoe de strijders voor de verkrachting eerst uitlegden dat hun daad in overeenstemming met de Koran was. Sommige verkrachters lieten op hun daad ook een gebed tot Allah volgen.

Volgens IS-theologen zijn dit soort praktijken geheel conform de shari’a, het islamitisch recht. De eigenaren hebben ook het recht, menen zij, om de slavinnen te verkopen. Zo is er een markt opgezet waar meisjes en vrouwen voor geld worden aangeboden. Ze moeten zich opmaken en worden in een soort etalage gezet. IS hoopt met dergelijke praktijken jonge strijders te trekken, die in de conservatieve islamitische samenleving seksueel vaak gefrustreerd raken.

De fatwa lijkt ingegeven door bezorgdheid over kritiek op de verkrachtingspraktijken, al dan niet uit eigen kring. Vorig jaar stuurden 120 islamitische theologen uit de hele wereld een protestbrief naar IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi. Daarin veroordeelden ze onder meer diens herintroductie van de slavernij. Volgens hen is die in de islam verboden.

Uit de tekst van de nieuwe fatwa blijkt in elk geval enige ongerustheid: „Sommige broeders hebben schendingen begaan in de zaak van de slavinnen. Deze schendingen zijn niet toegestaan onder de shari’a.”

De nieuwe regels duiden op een fractie minder hardvochtigheid jegens vrouwen bij IS-strijders. Zo wordt bij voorbeeld bepaald dat eigenaars die een slavin zwanger hebben gemaakt haar niet meer mogen doorverkopen. De vrucht mag ook niet worden geaborteerd. Na de dood van de eigenaar moet de vrouw bovendien worden vrijgelaten. Ook mogen bezitters van slavinnen hen niet verkopen aan mensen van wie ze weten dat die hen slecht zullen behandelen „of met hen doen wat Allah heeft verboden”.